De musketiers van het nieuwe Servië

Laten we het tijdperk Milošević achter ons laten en de weg van de EU volgen: dit motto wordt in Belgrado belichaamd door drie politici, namelijk Vuk Jeremić, Božidar Đelić en Borislav Stefanović. Ze zijn alledrie jong, ambitieus en opgeleid in het Westen.

Gepubliceerd op 6 maart 2012 om 15:34
 | Božidar Đelić, Borislav Stefanović en Vuk Jeremić belichamen een nieuwe Europagezinde politieke klasse.

Arrestatie van oorlogsmisdadigers, verzoening met de buren, ontspanning in de relatie met Pristina – op het internationale toneel doet Servië goede zaken. Dit land, dat tien jaar geleden nog als een paria werd beschouwd, heeft nu de status van kandidaat-lidstaat van de Europese Unie. “Deze lang verwachte erkenning is te danken aan een nieuwe generatie politici die hun diplomatieke vaardigheden inzetten om het tijdperk Milošević voorgoed af te sluiten“, meent een westerse waarnemer. Drie van hen – Vuk Jeremić, Božidar Đelić et Borislav Stefanović – zijn ook bezig een huzarenstukje uit te halen dat lange tijd voor onmogelijk werd gehouden: de deuren van de EU voor Servië open zetten zonder ook maar iets, of bijna niets, toe te geven op het punt van de kwestie Kosovo.

Jeremić werd als te onbuigzaam en arrogant beschouwd

Op 31-jarige leeftijd minister van Buitenlandse Zaken worden? In Servië kan dat. Vuk Jeremić (geboren in 1975) is niettemin een telg pur sang van de Angelsaksische school. Hij heeft zijn opleiding genoten in de VS aan de Kennedy School of Government, de kweekvijver voor de politieke leiders van morgen. Op typisch Amerikaanse wijze verdedigde hij zonder omwegen de onverzettelijke houding van Servië jegens Kosovo. Nationalistisch en prowesters als hij is, gaf hij in zijn eentje invulling aan de zware diplomatieke opgave die Servië zich heeft gesteld sinds de voormalige provincie in 2008 de onafhankelijkheid uitriep. Daarbij kwamen ook zijn beperkingen aan het licht. Omdat hij als te onbuigzaam en zelfs als arrogant werd beschouwd, werd Jeremić in 2010 overgeplaatst naar een, zo bleek, veel perspectiefrijkere functie: hij moest de niet-gebonden landen overhalen om Kosovo niet te erkennen. Van Calcutta via Mexico tot Teheran wist hij de oude Joegoslavische netwerken nieuw leven in te blazen, waarmee hij zijn Amerikaanse vrienden grote schade berokkende.

Tussen de jonge Vuk en zijn collega Božidar Đelić, de vicepremier van Servië die met Europese integratie is belast, zit een leeftijdsverschil van tien jaar, maar beide mannen hebben eenzelfde indrukwekkende loopbaan achter zich. ‘Boza’ groeide op in Frankrijk. Op tienjarige leeftijd kwam hij daar aan zonder de taal te spreken, maar de kleine Joegoslaaf doorliep de ene prestigieuze school na de andere: het lyceum Louis-le-Grand, Sciences Po, HEC, enz. Deze Frans-Servische econoom die als zodanig zijn sporen heeft verdiend, beschikt over de gladde tong van een yup en heeft een hele trits banen gehad in het bedrijfsleven en als adviseur.

“Zelfs tegen mij spreekt u alsof ik Milošević ben”

*Sinds 2007 werkt hij samen met president Tadić. Hij houdt zich maar met één ding bezig: Europa. Hij is wat subtieler dan Jeremić en slaagt erin de Europeanen ervan te overtuigen dat “we de extremisten in Servië in de kaart spelen als we de Kosovo-kwestie aan [het lidmaatschap] van de EU verbinden“. Zijn persoonlijke obsessie ligt echter op een ander vlak: hij wil Slobodan Milošević doen vergeten. En om dat te bereiken, kan hij zeer dwingend uit de hoek komen, al wordt hij door zijn omgeving als ‘aimabel’ gekenmerkt. “Uw probleem is dat u nog altijd door de bril van het verleden naar Servië kijkt. Zelfs tegen mij spreekt u alsof ik Milošević ben*”, fulmineerde hij enkele maanden geleden nog, terwijl hij met zijn vinger in onze richting wees.

Deze nieuwe Servische leiders zijn ambitieus, kosmopolitisch en zelfverzekerd en lijken op elkaar. Ook betonen ze onvoorwaardelijk trouw aan hun mentor en leidsman in de politiek, president Boris Tadić. Het Servische staatshoofd behaalt successen met zijn beleid van toenadering tot Europa door zowel hun kwaliteiten als hun tekortkomingen te benutten.**

In de zomer van 2011 gaf de Duitse bondskanselier Merkel de Serviërs te verstaan dat de weg van de EU “via Pristina loopt“. Daarop zette president Tadić zijn derde joker in: de 37-jarige Borislav Stefanović. Hij onderhandelde rechtstreeks met de Albanezen over de voorwaarden van een ‘technische samenwerking’. Vorige week heeft hij heel knap een samenwerkingsovereenkomst met Pristina tot stand gebracht die – zo is het algemene gevoel – voor Servië de weg naar de EU heeft geopend.

Servisch succes is ook te danken aan gebreken van tegenstanders

Deze Servische diplomatieke successen zijn ook te danken aan de gebreken van hun tegenstanders, die niet over een elite beschikken die die naam waardig is. Deze ‘asymmetrie’ wordt belichaamd door Hashim Thaçi, de Kosovaarse minister-president. De Raad van Europa beschuldigt hem ervan dat hij tijdens de oorlog van 1999 bij de handel in organen was betrokken. “Dat is een heel andere wereld“, erkent een Europese onderhandelaar. “Toch was het de zwaarste dag van mijn leven“, zegt Borislav Stefanović om het karakter aan te duiden van de marathonzitting van de onderhandelingen met Pristina.

De Servische media hebben opgemerkt hoezeer de groeven in het gezicht van deze voormalige diplomaat in Washington zich hebben verdiept, sinds hij deze functie bekleedt. Zij noemen hem voortdurend ‘Borko’, als een soort koosnaam. Enkele jaren geleden speelde hij nog bas in de punkgroep ‘Generatie zonder toekomst’ – een naam waarin veel jonge Serviërs zich destijds beslist zullen hebben herkend. Maar dat was voordat ‘Borko’, ‘Boza’ en Vuk een ander podium betraden – dat van het nieuwe Servië.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp