De Spanjaarden zijn weer terug

Geconfronteerd met een werkloosheidspercentage dat tot recordhoogte is gestegen en het ontbreken van enig perspectief in eigen land, beproeven talloze jonge Spanjaarden hun geluk in Latijns-Amerika, dat een ongekende economische groei doormaakt.

Gepubliceerd op 24 juni 2011 om 15:17

Het is een simpel rekensommetje: een hele generatie Spanjaarden zonder enig toekomstperspectief stelt zijn afstuderen jaar na jaar uit en tegelijkertijd heeft een continent dat volop in ontwikkeling is een schreeuwend tekort aan geschoolde werknemers. De Spaanse emigrant die nu naar Latijns-Amerika trekt is een jaar of dertig, hoogopgeleid en ongehuwd.

Juan Arteaga voldoet in ieder opzicht aan dit profiel. Hij is nu dertig jaar en woont sinds vijf jaar in Mexico. Na zijn studie journalistiek probeerde hij aanvankelijk werk te vinden bij een universitair tijdschrift in Santander, “maar dat is in Spanje niet eenvoudig. Je hebt sneller een baan als kelner dan als journalist”. En dus besloot hij te vertrekken. Nu werkt hij voor Llorente y Cuenca, een adviesbureau dat is gespecialiseerd in sociale netwerken en online communicatie. “In Spanje wordt Latijns-Amerika gezien als een kind dat nog volwassen moet worden”, legt Juan Arteaga uit. “Wie hier komt, ontdekt echter al gauw dat het kind uit zijn krachten is gegroeid. Met alle middelen waarover het land beschikt, aardolie, energie, zijn omvang, zijn honderdtien miljoen inwoners, is de Mexicaanse markt vele malen groter dan de Spaanse… Het kind is een monster.”

Een gigantische markt

Al staan de kranten vol met berichten over welvaart en stabiliteit in Latijns-Amerika, het verrast de Spanjaarden nog steeds. “Talloze Spaanse ondernemingen die zich hier vestigen zeggen dat ze vanuit Mexico de sprong willen wagen naar de Verenigde Staten. Tot ze erachter komen dat Mexico zelf een gigantische markt is, die nog altijd groeit”, waarna ze afzien van expansie naar het land van ‘Uncle Sam’ en zich richten op uitbreiding ter plaatse, aldus de jonge Spanjaard. De Spaanse banksector heeft dat jaren geleden al begrepen. Javier López, president-directeur van financieringsmaatschappij CreditServices, verklaarde een paar maanden geleden dat hij zijn activiteiten sinds de kredietcrisis voor een belangrijk deel naar Brazilië heeft verplaatst.

“Wat ik vijf jaar geleden in Spanje deed, doe ik nu in Latijns-Amerika.” “Het gaat hier heel anders toe dan in Spanje”, vervolgt Juan Arteaga. “Je moet hier keihard werken en hebt minder vrije dagen, maar je inspanningen worden wel beloond. Wie hard werkt, komt snel vooruit. Ik kwam hier zonder een cent op zak en zonder netwerk, en nu, vijf jaar later, doe ik de communicatie van Coca Cola op de voor dat bedrijf een na grootste markt ter wereld, terwijl ik pas dertig ben.” Een carrière die elders voor de meeste jongeren ondenkbaar is. Of zoals Juan het kort en bondig samenvat: “In Spanje zou ik nog steeds stagiair zijn.”

Op het Colombiaanse consulaat in Madrid wordt een ongekende toename geconstateerd van het aantal aanvragen voor een arbeidsvisum. In 2008 werden gemiddeld 45 visa per maand afgegeven. Dit jaar is dat voor alle visa samen al opgelopen tot zeventig per maand, inclusief de speciale vergunning die nodig is om handelscontacten te kunnen leggen. De meeste aanvragen komen van Spanjaarden die “de situatie beu zijn, wat geld hebben gespaard en elders willen investeren”, aldus de Colombiaanse consul, Lucy Osorno. Ze vertelt dat haar land zich “vrij soepel opstelt” bij het afgeven van visa aan Spanjaarden en “veel investeringsmogelijkheden en arbeidskansen biedt”, met name in de infrastructurele sector. Colombia, dat groot belang heeft bij de Spaanse investeringen, faciliteert de vestiging van bedrijven door niet langer te eisen dat een minimum aantal Colombiaanse werknemers in dienst wordt genomen.

Geld, de wil om vooruit te komen, de Spaanse cultuur, een weelderig landschap, de vraag naar Spanjaarden… Wie zou nog naar Duitsland willen als je ook naar Latijns-Amerika kunt? In de praktijk maken andere factoren, zoals de afstand en het ontbreken van een sociaal netwerk, dit eldorado echter toch wat minder aantrekkelijk, waardoor het aantal werklozen dat de zo logisch lijkende oversteek waagt, ondanks een geleidelijke toename, nog altijd in de minderheid is. “Het is een continent dat ver weg ligt en sommige berichten [over geweld, red.] doen het bepaald geen goed”, geeft Juan Arteaga toe.

Ervaring opdoen

De Spaanse emigrant die zich elders in Europa vestigt, is nooit meer dan vier uur vliegen van huis, maar Latijns-Amerika is vanaf de dichtstbijzijnde Europese bestemming toch nog altijd negen uur vliegen. Pilar Pin, directeur-generaal van de Spaanse emigratiedienst, die onderzoek doet naar de leefomstandigheden van Spanjaarden over de hele wereld, noemt als voornaamste obstakels “de salarissen, de arbeidswetgeving, de slechte sociale voorzieningen bij werkloosheid en de gezondheidszorg”. De cijfers zijn duidelijk, er is geen sprake van een massale uittocht van Spanjaarden naar Latijns-Amerika. Er vertrekken geen boten vol uitgehongerde emigranten met slechts een kartonnen doos waarin ze hun schamele bezittingen vervoeren, maar wel met academici die ervaring willen opdoen. Dat neemt niet weg dat we de komende tien jaar te maken zullen hebben met een Spaanstalig continent in opbouw. Tegelijkertijd zit een hele generatie jonge, hoogopgeleide Spanjaarden klem in een zieltogende economie. Deze twee werelden beginnen nu naar elkaar toe te groeien.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp