Een nieuw Marshallplan biedt oplossingen

Om uit de schuldencrisis te komen heeft Europa een programma nodig dat lijkt op het ambitieuze Marshallplan van de VS na WO II. Dit keer moet het plan echter door Europa zelf gefinancierd worden en moeten de baten en lasten over het hele continent verdeeld worden.

Gepubliceerd op 6 juli 2011 om 15:44

In 1947 hebben de Amerikanen het economisch herstel van Europa een enorme impuls gegeven met het Marshallplan. Vandaag de dag worden er oproepen aan de Europeanen gedaan om met een eigen Marshallplan te komen. De voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, en de Poolse premier Donald Tusk – de nieuwe voorzitter van de EU – waarschuwen dat de regeringen in Athene en elders niet in staat zullen zijn verdere bezuinigingsmaatregelen aan hun kiezers te verkopen zonder enig vooruitzicht op groei en vernieuwing. De stemming in het Griekse parlement van vorige week heeft iedereen wat tijd verschaft, maar niet meer dan dat.

Is een nieuw Marshallplan haalbaar of alleen maar een wensdroom? Een korte terugblik op de Europese problemen in de jaren veertig kan ons helpen de kwestie in de juiste proporties te zien en de hindernissen te ontwaren die op de weg voor ons liggen.

Ten opzichte van van toen verbleken de problemen nu

President Harry Truman en zijn minister van Buitenlandse Zaken, George Marshall, gingen er van uit dat de crisis vóór alles een uitdaging aan het adres van de overheid was. Marshall was tijdens de oorlog Roosevelts voornaamste militaire planner geweest en door Churchill uitgeroepen tot ‘architect van de overwinning’. Hij was geneigd doortastend op te treden om Europa weer economisch gezond te maken. Tot handelen gedwongen door de Griekse burgeroorlog van 1947 zette hij Amerika op het pad van een ongekende inspanning in vredestijd om het oude continent te redden.

Ten opzichte van de Europese problemen van toen verbleken die van ons nu tot iets onbeduidends. In het bezette Duitsland, de economische dynamo van het continent, hadden mensen nét genoeg te eten om niet van honger om te komen. Het nationaal inkomen en de industriële productie waren nauwelijks een derde van wat ze een decennium eerder waren geweest. Ruwweg 13 miljard dollar werd aan het European Recovery Program (de officiële naam van het Marshallplan) besteed. Dit bleek onontbeerlijk voor het leggen van het fundament voor het ‘wonder’ van de duurzame economische groei in het daaropvolgende decennium.

Die 13 miljard dollar kwam neer op zo’n 5 procent van het Amerikaanse nationale inkomen in 1948. (De overeenkomstige som voor de EU van vandaag de dag zou meer dan 800 miljard dollar bedragen). De Verenigde Staten schreven de vooroorlogse Franse schulden af; iedereen schreef een paar jaar later die van Berlijn eveneens af, ook al had men juist een oorlog achter de rug die was begonnen door de Duitsers.

Niet een stap van kwantitatieve, maar van psychologische aard

Marshall begreep dat de werkelijke waarde van de stap die hij had gezet niet van kwantitatieve, maar van psychologische aard was. Alleen het vertrouwen dat kon worden geschonken door krachtige regeringen die verder konden kijken dan de onmiddellijke toekomst zou de markten gerust kunnen stellen. Hij had gelijk; toen het economische wonder Europa veranderde, gebeurde dit dankzij een gelukkige combinatie van de toewijding van overheden aan de groei en private investeringen.

Vergelijk dat nu eens met de uitdaging waar de Europese leiders vandaag de dag voor staan. Het bruto binnenlands product (bbp) is in de EU sinds 2008 nauwelijks gedaald. Het fundamentele schuldenprobleem komt van drie kleine landen – Griekenland, Portugal en Ierland – wier totale bijdrage aan het bbp van de Europese Unie minder dan 5 procent bedraagt. De Duitse economie zit in de lift. Ook al zijn de belangen – de toekomst van de EU zelf – groot, de vereiste bedragen zijn dat niet.

Bovendien is de aanpak die nodig is om de crisis op te lossen geen mysterie. Om de Grieken een plausibele kans te geven hun schuldenlast terug te dringen, moet de effectieve rente omlaag. Als de markten dit niet uit zichzelf kunnen doen, is de enige manier waarop dit mogelijk is het soort schuldenruil dat in Zuid-Amerika in de jaren tachtig werd geïnitieerd door het Brady plan. Zo’n oplossing wordt nu in Athene en Brussel besproken.

Tegelijkertijd moet de Europese Commissie de toegewezen ontwikkelingsfondsen voor Griekenland in een hoger tempo ter beschikking stellen. In ruil daarvoor zullen de Griekse autoriteiten zich moeten vastleggen op verdere institutionele en fiscale hervormingen, en op een striktere vorm van internationaal toezicht. Een combinatie van dit soort maatregelen zal voor het Griekse publiek het lichtpuntje aan het eind van de tunnel zijn. Zonder deze maatregelen zal het bezuinigingsprogramma nog vóór de komende winter instorten.

De grote macht bemoeilijkt het maken van goed beleid

In oplopende volgorde zijn er drie grote problemen. Het minst belangrijk is de publieke weerstand in het rijke noorden tegen nóg meer steunoperaties. Deze weerstand kan worden overwonnen. Iedere keer dat de EU de laatste jaren voor een echte crisis heeft gestaan – na het faillissement van zakenbank Lehman Brothers in 2008, en ook weer vorig jaar – hebben de leiders van de noordelijke lidstaten substantiële steunmaatregelen onderschreven en de juiste argumenten tegenover hun kiezers gebruikt. Het probleem is dat zij dat in een laat stadium hebben gedaan, en niet overtuigend genoeg.

De Poolse premier had vorige week gelijk toen hij zijn mede-regeringsleiders bekritiseerde omdat zij de voordelen van samenwerking niet goed hadden overgebracht. Een serieuzere belemmering voor een effectief herstelprogramma is de macht van de hedendaagse financiële sector. Je vraagt je af hoe Marshall te werk zou zijn gegaan als hij zich zorgen had moeten maken over wat het oordeel van kredietbeoordelaar S&P zou zijn geweest over zijn plannen voor Europa. Gelukkig voor hem was dit niet nodig. Na 1945 betekenden valutacontroles en gebrek aan liquiditeit dat beleidsmakers niet ongerust hoefden te zijn.

De gebeurtenissen van de afgelopen paar maanden hebben echter aangetoond over hoeveel macht dergelijke instellingen nu beschikken en hoe weinig er na de bankencrisis van 2008 is gebeurd om hun invloed aan banden te leggen. Functionarissen van middelhoog niveau bij een kredietbeoordelaar kunnen al een verkillende invloed op het Europees beleid uitoefenen door aan de pers te laten weten wat zij als een staatsbankroet zouden beschouwen. De grote macht – zonder verantwoordingsplicht – die de particuliere sector is toegevallen bemoeilijkt het maken van goed beleid.

Maar deze macht is niet onoverkomelijk. De Europese leiders zouden immers in theorie alle denkbare maatregelen kunnen nemen om de rol van particuliere banken, hedgefondsen en andere financiële instellingen in te dammen. Het feit dat zij zo lang hebben geaarzeld om dit te doen weerspiegelt een diepere ambivalentie over hun eigen macht. Dit is het grootste obstakel voor een effectief bestuur, dat in de geest zit van de politici zelf.

Tijdens de jaren zeventig en tachtig verdampte het optimisme

Eind jaren veertig organiseerde iedere regering op het continent de naoorlogse wederopbouw op dezelfde manier als zij de oorlogsinspanningen had georganiseerd: als een nationale mobilisatie, met de staat als voornaamste planner, arbiter en coördinator. Ministeries van economische planning beperkten zich niet tot het Oostblok, en hun prestaties over het hele continent waren indrukwekkend.

Maar tijdens de jaren zeventig en tachtig verdampte het optimisme over wat staten vermogen. De leden van de hedendaagse politieke klasse in Europa zijn erfgenamen van Margaret Thatcher en niet van George Marshall. Ze vinden het moeilijk te begrijpen dat de markten tegen zichzelf in bescherming moeten worden genomen als Europa in zijn huidige vorm wil blijven voortbestaan. Zij vergeten dat Duitsland zelf zijn naoorlogse schulden in 1953 mocht schrappen, één van de voorwaarden voor zijn daaropvolgende bloei. Toen andere landen, zoals Polen in 1991, hun schulden mochten afschrijven, plukten zij daar ook de vruchten van.

Herverdeling van baten en lasten over het hele continent

Wat op dit moment nodig is, is een politieke langetermijnvisie en een nieuwe bereidheid om te pleiten voor een herverdeling van baten en lasten over het hele continent. Barroso is hiermee begonnen, om vast te lopen in geruzie met Downing Street over de omvang van de begroting van de EU. Maar Angela Merkel en Nicolas Sarkozy, en Jean-Claude Trichet bij de Europese Centrale Bank, hebben tot nu toe weinig van zich laten horen.

Amerikaanse oproepen waren aan dovemansoren gericht. Het enige lichtpuntje is het Poolse voorzitterschap van de Europese Unie en de nieuwe energie (en het historisch besef) die dat kan opleveren voor een proces dat tot nu toe tergend langzaam is verlopen.

Ditmaal zullen de Amerikanen Europa niet meer te hulp schieten, en zullen de Europeanen zelf in actie moeten komen. Zijn ze daartoe ook in staat? De klok tikt verder: in september zal het volgende pakket steunmaatregelen voor Griekenland bekend moeten worden gemaakt. Dat zal een beslissend moment zijn en de uitkomst zal cruciaal zijn voor Griekenland en voor de hele Unie.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp