Een Amerikaan is uit de school geklapt. De meeste Europese landen leveren hoegenaamd geen bijdrage aan de luchtsteun voor de Libische opstandelingen, al staan ze daar in beginsel wel achter. Dat komt, zo verklaarde [de Amerikaanse minister van Defensie, red.] Robert Gates onlangs, omdat hun militaire begroting daarvoor te beperkt is.
De baas van het Pentagon sprak de waarheid, maar niet de hele waarheid. Veel landen van de Unie hebben nauwelijks strijdkrachten omdat zij sinds het begin van de Koude Oorlog op de beschermende hand van de Amerikanen vertrouwden en hun militaire inspanningen nog verder verkleinden toen de dreiging van de Sovjet-Unie verdween.
Maar zelfs de grote Europese mogendheden, zelfs Parijs en Londen, kennen een uiterst geringe inzetbaarheid van troepen. Frankrijk en Groot-Brittannië hebben op zich genoeg in huis voor de operatie in Libië. Ze zijn echter ook al in andere gebieden actief, met name in Afghanistan, en daarom beginnen hun munitievoorraden op te raken en merken ze vooral dat ze een gebrek aan mankracht en materieel hebben. Deze situatie zal nog verder verslechteren door de begrotingsproblemen waarin ze verwikkeld zijn.
Prima, zullen de Europeanen zeggen die vinden dat hun land niets te zoeken heeft in Kaboel, Misrata of Abidjan. Maar afgezien van de discussie over de vraag of deze interventies gerechtvaardigd zijn, kan geen enkele mogendheid het zich veroorloven militaire middelen te ontberen, als zij politiek gezien enige rol van betekenis wil spelen. Om op het internationale toneel gehoord te worden en invloed uit te oefenen, moet je kunnen handelen of reageren en dat geldt aan het begin van deze eeuw in het bijzonder voor de Europese Unie, en wel om twee redenen.
De VS zijn niet langer bereid de defensie van Europa te financieren
Ten eerste hebben zelfs de Europeanen die in hun militaire afhankelijkheid van de Verenigde Staten de beste garantie voor cohesie in het westerse kamp zagen, hun standpunt moeten herzien, nadat de Amerikanen hadden geweigerd ook maar een vinger uit te steken om Georgië in zijn conflict met Rusland te steunen. In augustus 2008 ontdekten de meest fervente atlantici onder de Europeanen dat Amerika liever aan de stabilisering van zijn betrekkingen met Moskou werkte dan dat het opkwam voor een van zijn trouwste Europese bondgenoten. De Amerikaanse belangen waren belangrijker dan de solidariteit die deze atlantici voor onwrikbaar hadden gehouden.
Op een gegeven moment heeft Polen het idee van een gemeenschappelijk Europees buitenlands en defensiebeleid omarmd en deze ommekeer kwam precies op het juiste moment, omdat Wall Street vervolgens instortte. Amerika was al vastbesloten om zijn internationale belangen niet door een Europees conflict van lagere orde in de knel te laten komen en moest zo veel overheidsgeld in de redding van zijn economie steken dat zelfs het Pentagon nu moet meehelpen de federale boekhouding weer gezond te maken.
De Verenigde Staten zijn niet langer bereid de defensie van Europa te financieren en er is weinig aanleiding om te denken dat ze dat in de toekomst ooit wel weer zullen doen. Dat was, in glasheldere bewoordingen, de boodschap van Robert Gates en we zien die boodschap nu al bewaarheid worden in de wijze waarop de Amerikanen heel bewust de Europeanen de eerste viool laten spelen in Libië. Nu de Europeanen gedwongen zijn het leeuwendeel van deze operatie voor hun rekening te nemen, moeten zij vaststellen dat zij hun militaire uitgaven dienen te verhogen, des te meer omdat als gevolg van de Arabische lente een lange periode van instabiliteit is aangebroken. En dat geldt een gebied dat zich uitstrekt van Rabat tot Sanaa.
Middelen bundelen en gezamenlijke programma's ontwikkelen
Niemand weet waar het bloedige optreden van het Syrische regime toe zal leiden, maar één ding is zeker: het zal in de hele regio kettingreacties tot gevolg hebben. En net zo zeker is dat de val van kolonel Khadaffi onmiddellijk heel Noord-Afrika op zijn kop zal zetten. Dit alles gebeurt op luttele afstand van Europa, dat er niet onverschillig tegenover kan staan en evenmin de gevolgen buiten de deur kan houden. Dat is de tweede reden waarom de Europeanen nu wel over de financiering van hun defensie moeten nadenken.
In veel landen vallen echter harde klappen door de bezuinigingen en in Griekenland worden ze zelfs ondraaglijk. Overal dreigen politieke spanningen te ontstaan. Daarom is het gewoonweg ondenkbaar ten behoeve van het leger geld bij het onderwijs, de gemeenten of de gezondheidszorg weg te halen. De Europeanen kunnen hun militaire inspanningen slechts vergroten door hun middelen te bundelen en gezamenlijke programma's te ontwikkelen.
Groot-Brittannië en Frankrijk hebben dat al gedaan. Ondanks zijn pro-Atlantische houding heeft Groot-Brittannië de noodzaak hiervan ingezien, en dat geldt niet alleen op het vlak van defensie. Op alle terreinen moet de Europese Unie haar middelen bundelen en het beleid onderling afstemmen. Dat is de les die we uit de constatering van Robert Gates kunnen trekken.
Debat
Europa moet zich op de achtergrond houden in Syrie
“Ingrijpen of niet?” schrijft Chris Doyle, columnist van The Guardian.
Veel mensen vragen zich af waarom er geen actie wordt ondernomen tegen Syrië, wetende dat het regime van Assad meer dan 1.400 Syriërs heeft gedood, tienduizenden heeft gevangengenomen, bewapende helikopters en tanks tegen de eigen bevolking heeft ingezet en naar verluidt kinderen misbruikt en doodt, terwijl we dat wel nodig vonden in het geval van Libië. Het Syrische regime gedraagt zich immers nauwelijks beter dan het regime van Kadhaffi en toch weet het Westen niet wat het moet doen, hoe het moet worden gedaan noch met wie. Sterker nog, niemand heeft het Westen gevraagd om in te grijpen. Een bekend Syrisch spreekwoord luidt: 'Het ziwan [raaigras, red.] van uw eigen land is beter dan de tarwe van een vreemdeling.' Met andere woorden, Syrië geeft waarschijnlijk de voorkeur aan het slechtst denkbare regime boven iets beters dat buitenlanders te bieden hebben.
Syriërs voelen volgens Doyle weinig voor buitenlandse inmenging, aangezien ze “goed vertegenwoordigd zijn in de [regionale, red.] geschiedenis van buitenlandse bezetting en interventie.” Bovendien “lijken ze niet erg onder de indruk van de NAVO-acties in Libië.” Er zijn maar weinig tegenstanders van het regime die de VN oproepen om in actie te komen en bovendien staat het Westen niet echt te trappelen om in te grijpen:
Een hoge Britse functionaris bevestigde dat er maar weinig opties zijn voor Syrië. Rusland, China, Brazilië en andere landen zijn mordicus tegen iedere vorm van actie, zelfs tegen beperkte VN-sancties. VN-sancties zouden maar weinig effect hebben. De VS en de EU hebben al sancties opgelegd, dus het blijft onduidelijk wat de VN dan nog meer kan doen. Het voorbeeld van Irak heeft laten zien dat grootschalige acties de bevolking harder treffen dan het regime.
Het Westen moet de schuld vooral bij zichzelf zoeken. De Westerse landen zijn niet consistent geweest in hun beleid en hebben hun acties de afgelopen decennia niet gebaseerd op wetgeving en op wat in moreel opzicht juist is - in elk geval niet in de kwestie Irak, de Palestijnse kwestie en bij het onderhouden van warme contacten met zeer dictatoriale regimes. Dit alles heeft geleid tot een gebrek aan vertrouwen in de motieven en tot de dilemma's waar het Westen nu mee wordt geconfronteerd.