Europa versus het volk?

Pogingen om de euro te redden kunnen niet tot in lengte der dagen tegen de wil van de kiezers in blijven gaan, aldus Charlemagne in The Economist.

Gepubliceerd op 11 november 2011

Europa heeft de koppen van twee leiders in bijna evenveel dagen laten rollen. Eerst beloofde de Griekse premier George Papandreou af te treden, en vervolgens deed Silvio Berlusconi van Italië hetzelfde. Beide leiders verkeren al een tijdje in moeilijkheden, maar over de directe oorzaak van hun val bestaat geen twijfel: het ultimatum dat zij van de leiders van de eurozone ontvingen tijdens de G20 top in Cannes. Zij moesten hun economieën hervormen, of anders zou er wat zwaaien.

In Cannes werden er twee taboes doorbroken. Het was de eerste keer dat eurozoneleiders accepteerden dat een lid in gebreke kan blijven en de euro zou kunnen loslaten. (En nu het ondenkbare eenmaal mogelijk is, waarom zouden we dan stoppen bij Griekenland?) Het was ook de eerste keer dat leiders zich zo openlijk bemoeiden met de binnenlandse politiek van andere landen.

Het is waar dat de Europese Unie allang van invloed is op nationaal beleid. Wie herinnert zich niet hoe Conservatieve onenigheid over Europa bijdroeg aan het aftreden van Margaret Thatcher in 1990, of hoe nieuwe leden zichzelf opnieuw uitvonden om zich bij de EU te kunnen aansluiten, of hoe Italië zijn overheidsfinanciën hervormde om in 1999 de euro te mogen invoeren. In het afgelopen jaar leidde de crisis tot de val van de premiers van Ierland en Portugal, nadat die landen op de rand van het faillissement overeind gehouden moesten worden.

Italië en Griekenland kozen uit vrije wil voor de euro

Nieuwsbrief in het Nederlands

Toch is er iets veranderd. Europeanen zien zichzelf als een familie. Ze kibbelen, maar niemand trekt het recht van een lid in twijfel om deel van de clan te mogen zijn. Maar in Cannes maakten de eurozoneleiders duidelijk dat familieleden in de steek gelaten kunnen worden, en zelfs onterfd. Sommigen zien dit als een aanval op de nationale democratieën door de Europese elite die niet democratisch gekozen is of door zichzelf is aangesteld (zoals in het geval van het Duits-Franse duo "Merkozy", Angela Merkel en Nicolas Sarkozy). Er werd al veel geschreven over de onderwerping van Griekenland, bakermat van de democratie, aan een tweede Duitse bezetting.

Veel van die berichten zijn onzin. Italië en Griekenland kozen uit vrije wil voor de euro, en iedere club heeft gedragsregels. In een monetaire unie bedreigt onverantwoordelijk gedrag van het ene lid het welzijn van de anderen. Als Italië en Griekenland niet zo diep in de schulden hadden gezeten en zo inflexibel waren geweest, zaten ze nu niet zo ernstig in de problemen. Landen die financiële hulp verstrekken, hebben het recht om voorwaarden te stellen om er zeker van te zijn dat hun leningen worden terugbetaald. Het alternatieve eurozone-dictaat wordt overgelaten aan de markt. En als er een antwoord nodig is, zal dat onvermijdelijk voorgedragen worden door Duitsland en Frankrijk.

Een democratie voor crediteuren en een democratie voor debiteuren

Toch zit er een kern van waarheid in de kritiek. Voor veel landen, zoals Spanje, was de EU een anker van democratie. Maar hoe langer de crisis duurt, de bezuinigingen aanhouden en de eurozone integreert om zichzelf te redden, hoe meer de legitimiteit van de hele onderneming op losse schroeven komt te staan. De pijn zou draaglijker zijn als de crediteuren zich gedroegen alsof ze geloofden dat ze tegenover een existentiële bedreiging stonden. Maar in plaats van al hun middelen in te zetten ter bestrijding van de crisis, proberen ze hun verantwoordelijkheden te beperken. Hierdoor lijkt het alsof er dubbele standaarden gehanteerd worden: het ene type democratie voor crediteuren, een ander voor debiteuren. Iedereen moet begrijpen hoe beperkt de bewegingsvrijheid van Merkel is. Maar als Papandreou een referendum uitschrijft, wordt dat een "vertrouwensbreuk" genoemd.

Bovendien draaien de debiteuren op voor de kosten van de fouten van de crediteuren. In Griekenland wilde het IMF (terecht) dat het hervormingsprogramma meer zou focussen op groeibevorderende structurele hervormingen, maar de Europeanen vonden terugdringing van het begrotingstekort belangrijker. Een dieper dan voorspelde recessie betekent dat Griekenland de steeds verder oplopende fiscale doelstellingen met steeds meer bezuinigingen zal moeten bestrijden. Voor de eerste reddingsoperatie werden driejarige leningen tegen zeer hoge rentetarieven verstrekt, zonder schuldvermindering. De laatste reddingspoging biedt Griekenland maximaal 30 jaar lang goedkope tarieven, met een afboeking van 50% op particuliere obligatiehouders. Ten minste een van deze opties was onjuist, en het kan zijn dat geen van beide voldoende is om Griekenland te redden. Duitsland accepteerde uiteindelijk dat het reddingsfonds groter en flexibeler moest worden. Als dit allemaal eerder was gedaan, dan zou de crisis gemakkelijker te beheersen zijn geweest, tegen lagere kosten.

Liever een ongekozen Europese Commissie dan Merkozy

Op dit moment dient de nadruk te liggen op het blussen van de brand. Italië brandt, en de rest van de eurozone zou in rook kunnen opgaan. Besluiten mogen niet gegijzeld worden doorde grillen van zeventien nationale parlementen. En als Duitsland dat de rol van de Europese Centrale Bank inperkt, is het net alsof erop wordt aangedrongen om emmers te gebruiken in plaats van brandweerslangen.

Op langere termijn heeft de eurozone echter een nieuw brandalarm nodig. De EU-verdragen zullen weer op de schop moeten. De lidstaten zullen zich moeten neerleggen bij strengere belastingregels en vergaande inspecties door buitenstaanders moeten dulden. Het verlies aan soevereiniteit zou voor debiteuren beter te dragen zijn als de crediteuren uiteindelijk bereid zouden zijn euro-obligaties uit te geven.

Onafhankelijke instituten zijn nodig om het systeem te laten werken. De meeste mensen hebben liever de ongekozen Europese Commissie dan een intergouvernementeel, door Merkozy gedomineerd, orgaan. De Commissie zou bovendien optreden als de vitale link tussen de zeventien eurolanden en de tien niet-eurolanden, waarmee het Europa-op-twee-snelheden waar Frankrijk openlijk voorstander van is, voorkomen wordt. Meer Europa zou niet meer Sarkozy en minder eenheidsmarkt moeten betekenen.

Het redden van de euro vereist meer offers voor een aantal lidstaten, meer vrijgevigheid van andere, en fundamentele veranderingen voor iedereen. Is dat het waard? Vroeg of laat moet die vraag aan de burgers worden gesteld. Zonder hun steun zal geen enkele hervorming lang duren. En het verlaten van de euro zou een echte keuzemogelijkheid moeten zijn. Nu dat taboe is doorbroken, zou de eurozone moeten gaan nadenken over hoe het vertrek van degenen die niet kunnen of willen leven volgens Germaanse regels, in goede banen geleid kan worden.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp