Groei moet van binnenuit komen

De EU is de grootste en meest uitgebreide interne markt ter wereld. Wil de Unie overleven, dan moet zij naar binnen kijken om te ontdekken welke drijvende kracht zij in zich heeft om groei te stimuleren, schrijft de Italiaanse econoom Innocenzo Cipolletta.

Gepubliceerd op 13 maart 2015 om 08:42

Tijdens de gehele naoorlogse periode van wederopbouw domineerde in de landen van West-Europa het model van export-georiënteerde economische groei. Na de val van de Berlijnse muur werd dit model vervolgens ook op de Oost-Europese landen toegepast.

En dat kon ook niet anders, want elk Europees land was in zijn eentje te klein voor een interne markt die zijn eigen herstel kon aansturen. Meer dan vijftig jaar waren alle nationale inspanningen erop gericht de export te laten groeien.

Dit groeimodel is lange tijd gebruikt en zit nog altijd ingebakken in het geheugen, het gedrag en de mentaliteit van de Europeanen. Het economisch beleid in Europa is grotendeels nog steeds gebaseerd op dit model, dat wil zeggen op maatregelen die de concurrentie en dus ook de export bevorderen.

Toen Europa met het project van de interne markt en de euro aan de slag ging, deed het dat onder meer om een ruimte van economische groei waar landen zich op export richtten, te transformeren in een ruimte met een grote binnenlandse vraag die relatief weinig last zou hebben van wisselkoersschommelingen.

In de praktijk kopieerde de EU bij haar oprichting echter gewoon de export-georiënteerde nationale modellen op continentale schaal.

Motor en brandstof

Europa kan geen model van export-georiënteerde groei hanteren, ook al hebben de afzonderlijke Europese landen tot op heden dit model omarmd. Met de totstandkoming van een interne markt en de introductie van een eenheidsmunt is een nieuwe situatie ontstaan. Voortaan moet Europa de motor en brandstof voor zijn groei in zijn eigen binnenlandse vraag zoeken.

We hebben behoefte aan intelligente toekomstgerichte regelgeving, die als doel heeft de kwaliteit van leven van onze generaties te verbeteren.

Regelgeving voor het beheersen van CO2-uitstoot dient bijvoorbeeld niet alleen gericht te zijn op het verminderen van de verontreiniging. Ze moet ook het onderzoek bevorderen naar nieuwe oplossingen en technologieën die de consumptie- en productieprocessen ingrijpend veranderen, waardoor veel producten en diensten wijzigingen ondergaan of worden vervangen. Zulke oplossingen kunnen de pijlers vormen waarop de Europese binnenlandse vraag rust.

Ontwikkelde landen zoals in Europa zullen in de toekomst niet groeien vanwege een behoefte aan meer consumptie, meer woningen en meer infrastructuur. Ze zullen alleen groeien wanneer dankzij de technologische innovatie goederen, huizen, diensten en infrastructuren door kwalitatief betere en meer geavanceerde versies worden vervangen.

Productieomgeving

Dit betekent niet dat export en concurrentiepositie geen rol meer spelen. Integendeel: het betekent een opwaartse beweging in het productiespectrum, waarbij nieuwe onderzoeksterreinen worden ontgonnen en nieuwe levensbehoeften ontwikkeld, die vervolgens naar andere landen en geografische regio’s worden geëxporteerd.

Bovendien is een dergelijke focus op interne groei nodig om onze exportbedrijven in staat te stellen te blijven groeien. Als wij het ontwikkelingsproces en onze duurzame concurrentiepositie willen continueren, moet de productiestructuur in al haar geledingen solide zijn.

De exportcapaciteit van een land wordt niet slechts bepaald door de kosten en kwaliteit van de producten van de exporterende ondernemingen, maar ook (en vooral) door de productieomgeving die hun de benodigde onderdelen, diensten, professionaliteit, kennis, enzovoorts verschaft.

Punt uit de taart van de internationale markt

Beleid dat uitsluitend de export stimuleert, zorgt er uiteindelijk voor dat de productieomgeving – die het hoofdzakelijk van de binnenlandse vraag moet hebben – opdroogt. Lonen verlagen, onderaannemers zoeken in landen met lagere arbeidskosten, snijden in overheidsuitgaven om belastingen en productiekosten te beperken: al deze maatregelen leiden ertoe dat voor de exportbedrijven de productieomgeving wegvalt, waardoor zijzelf ook dreigen geleidelijk te verdwijnen, vanwege een gebrek aan productiefactoren of omdat zij uiteindelijk zullen verhuizen naar een plek waar zulke factoren nog wel aanwezig zijn.

De Europese Unie zal ofwel een grote interne markt worden die groei in de rest van de wereld bevordert, ofwel de som van talrijke kleine markten die met elkaar oorlog voeren om hun punt uit de taart van de internationale markt ten koste van de opkomende landen te behouden: dit laatste scenario zou het einde van het verenigde Europa betekenen.

Vertaling van Jan Messchendorp.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp