Klucht en tragedie in Boekarest

De groeiende corruptie en de politieke crisis van de afgelopen maanden tonen aan dat de overgang naar de democratie op zich laat wachten. De Roemenen zijn verbitterd en gelaten, maar sommige weten zeker dat het land een stralende toekomst voor zich heeft, zo vertelt essayist Adriano Sofri vanuit Boekarest.

Gepubliceerd op 27 augustus 2012 om 14:32

Roemenië staat net als Italië vol banken en kerken. Maar het staat vooral vol apotheken en case de amanet, pandjeshuizen. Zoveel apotheken, de een op enkele meters van de ander: dat is geen goed teken. De gemiddelde levensverwachting van een Roemeen (74,2 jaar) is acht jaar lager dan die van een Italiaan. De mensen laten zich niet behandelen en gaan hun kwalen te lijf met medicijnen. De recepten zijn drie maanden geldig: in de maand dat het recept wordt uitgeschreven en het medicijn wordt aangeschaft wordt de broekriem het meest aangehaald. Veel artsen en verpleegkundigen emigreren, in de gezondheidssector is de corruptie wijdvertakt. De lonen en pensioenen zijn bespottelijk.

Patiënten komen naar het ziekenhuis met een klein pakketje biljetten die bestemd zijn voor iedereen: van de receptie, verpleegsters en ambulancebroeders tot de artsen. Zelfs wachtend op de anesthesist op de brancard houdt de naakte patiënt die wacht op de narcose, zijn lei nog in zijn hand geklemd.

Uitverkoop van de nationale rijkdommen

De corruptie is alomtegenwoordig, op scholen, bij de politie, in de handel, bij de belastingdienst, bij sollicitatieprocedures en vooral in de politiek. Laatstgenoemde heeft de privatiseringen, die door Europa en het IMF werden gestimuleerd maar waarbij weinig aandacht was voor de manier waarop er werd geprivatiseerd, omgezet in een enorme uitverkoop van de nationale rijkdommen.

De institutionele situatie van Roemenië is een kleurrijke knoeiboel. De sociaaldemocratische partij (een bedrieglijke naam voor wat in feite de opvolger van de communistische partij is), wordt tegenwoordig geleid door de veertiger Victor Ponta en heeft een meerderheid in het parlement verkregen dankzij een bondgenootschap met de nationaalliberale partij. De partij heeft de regering gebruikt om een reeks machtsgrepen uit te voeren in het rechtssysteem en om de 61-jarigeTraian Băsescu in staat van beschuldiging te stellen en te proberen af te zetten. Băsescu, van de voormalige Democratische Partij, wordt er nu van beschuldigd betrokken te zijn geweest bij de beruchte Securitate, iets dat geldt voor iedereen die onder het regime van Nicolae Ceauşescu (1965-1989) heeft gediend.

De afzetting van Băsescu was op 29 juli jongstleden het onderwerp van een referendum. Net zoals in 2007 overigens, toen won hij ruimschoots. Sinds die tijd is zijn populariteit tanende, vanwege de meedogenloze economische maatregelen die werden voorgeschreven door het IMF en de EU, vanwege zijn falende anti-corruptiebeleid en vanwege zijn arrogante en intolerante houding waardoor hij niet in staat is de dialoog tussen de partijen te bevorderen.

Het plan van Ponta en zijn bondgenoot Crin Antonescu, ondertussen in plaats van Băsescu tot president benoemd, is echter mislukt omdat de opkomst bij het referendum slechts 46 procent bedroeg (in plaats van de benodigde 50 procent plus één van de stemgerechtigden). Een kleine 90 procent van hen stemde tegen Băsescu, maar hij is niet van plan om op te stappen.

Volop ruimte voor het bespelen van rechters

In een land waar het moeilijk is een functie te vinden die niet rechtstreeks door een politiek kopstuk wordt benoemd, is er volop ruimte voor het onder druk zetten en bespelen van gewone rechters, voor allerlei soorten verkiezingsfraude, en van het hooggerechtshof. Het is waarschijnlijk dat Ponta en de zijnen het politieke samenspel met open armen ontvangen, tot aan de parlementsverkiezingen in de herfst die het succes dat ze al bij de lokale verkiezingen hadden zouden moeten bevestigen. De meest doorgewinterde omstanders denken dat het moeilijk zal worden een eervolle uitweg voor Băsescu te vinden, een vrijgeleidebrief, zodat hij rustig kan terugkeren naar zijn privéleventje en niet naar de gevangenis: een probleem dat de Italianen maar al te bekend in de oren klinkt.

Ze denken dat dit mede het doel was van het bezoek van een paar dagen geleden van Philip Gordon, de Amerikaanse staatssecretaris voor Europese zaken: de Amerikanen waren altijd vrienden van Băsescu en willen graag een tegenwicht bieden voor de relaties van zijn tegenstanders met Rusland. De verschillen tussen links en rechts blijken in Roemenië eigenlijk alleen uit de verstandhouding van de partijen met Rusland en de VS. Een keuze die overigens vooral in Roemenië de voortzetting van een triest misverstand is. Achter Ponta en consorten staat nog altijd de 82-jarige Ion Iliescsu, de sluwe vos uit de ‘tweede rij’ van Nicolae Ceauşescu die, als hij niet , zoals nu velen beweren, aan de touwtjes trok van de ‘revolutie’ van 1989, deze zeker heeft gemanipuleerd en misbruikt, waardoor het een bloedige en verdeelde revolutie werd.

Iliescu was vervolgens degene die duizenden mijnwerkers optrommelde om in 1990 de studenten van Boekarest een bloedig lesje te leren en die de Roemeense ‘overgang’ eeuwig liet duren. Arme studenten – en uiteindelijk ook arme mijnwerkers. Dat de Roemeense machtspelletjes hard zijn, toont ook het lot dat de voormalige sociaaldemocratische premier en rivaal van Băsescu in 2004, Adrian Nastase, trof. Hij zit sinds juni een gevangenisstraf van twee jaar uit wegens het onrechtmatig gebruik van verkiezingsgeld: wellicht een terechte beschuldiging, die echter als voorwendsel werd gebruikt voor de zoveelste krachtmeting van Băsescu. Klucht en tragedie raken spontaan vermengd. Toen bijvoorbeeld werd ontdekt dat Ponta ruim een derde van zijn proefschrift had gekopieerd, reageerde hij grillig door eerst de commissie die de doctorstitels verstrekt haar bevoegdheid te ontnemen en vervolgens te beweren dat in 2004, toen hij zijn proefschrift schreef, het gebruik van aanhalingstekens voor citaten nog niet gold.

Trouwring verpanden om drie uur ’s nachts

Het wekt geen verbazing dat in een dergelijke publieke context de opvattingen van de Roemenen tegelijkertijd extreem en uitwisselbaar zijn. Met dezelfde verontwaardiging en bitterheid worden dezelfde argumenten gebruikt om Băsescu en Ponta (of Iliescu) te steunen of te bekritiseren, en vaak allebei. Sommigen zeggen dat moet worden gewacht tot de jongeren komen en alles zullen veranderen; anderen, de meesten, zeggen dat ze al op hen hebben gewacht en dat de jongeren zijn gekomen en niets veranderen en in het ergste geval het land verlaten of niet kunnen wachten om ervandoor te gaan. De meesten zeggen: “Wat wil je eraan doen? Wij Roemenen zijn zo gemaakt, er is niets aan te doen”; het is de meest spreekwoordelijke uitspraak.

Wat blijft, is die onafgebroken rij case de amanet, pandjeshuizen. Ze verschenen, zo lijkt het, na Ceauşescu, toen de Turken kwamen om het goud te kopen, en vervolgens kwamen er de Arabieren en rijke zigeuners bij. Er wordt van alles verpand. Het zijn, net als de apotheken, banken en kerken, de vaste instituten van het arme Roemenië, dat werkelijk zeer arm is. Op sommige case de amanet staat ‘24 uur per dag open’. Het kan voorkomen dat mensen om drie uur ’s nachts hun trouwring moeten verpanden om bij de apotheek aan te kunnen kloppen. Maar Sergiu Shlomo Stapler, een 65-jarige succesvolle zakenman, heeft me gewaarschuwd dit niet verkeerd te begrijpen: volgens hem is Roemenië over twintig jaar een soort Zwitserland, met een intelligente en goed voorbereide jeugd, met hulpbronnen die worden benut, te beginnen met de aardolie; vandaag de dag nog een aangelegenheid van de Oostenrijkers, Kazachstanen, Russen, Fransen, Italianen en Amerikanen, terwijl de Roemenen worden afgescheept met een koloniale fooi.

Bezien vanuit Boekarest

Europa is onze reddingsboei

De toetreding van Roemenië tot de Europese Unie heeft niet alleen betekend dat we “geld uit Brussel” ontvangen, maar ook dat er wordt ingestaan voor onze democratie, die “onlangs in opspraak raakte door de heftige strijd tussen de actievoerende politieke partijen”, schrijft dagblad Adevărul. Zonder Europa:

hadden we al lang een regime aan de macht gehad dat weliswaar niet autoritair zou zijn, maar dat zou bestaan uit een lokale mix die geen enkele wet respecteert en die, al naar gelang de groep die op dat moment de touwtjes in handen heeft, de regelgeving en de grondwet manipuleert. Zonder EU en NAVO zou de internationale pers ons land hebben beschouwd als afgelegen gebied, een beetje eigenaardig, goed voor de korte nieuwsberichten, maar meer ook niet.

De hele situatie die is ontstaan na het referendum [over de rechtsgeldigheid van de afzettingsprocedure van president Traian Băsescu, red.] heeft ook iets goeds gebracht, schrijft het dagblad:

Het heeft ons in staat gesteld in de spiegel te kijken. We zijn een onvolwassen samenleving, […], zonder finesse, voorzien van een zwakke democratie en getroffen door een collectief emotioneel onvermogen. […] Verstand lijkt als waarde nog geen deel uit te maken van de Roemeense samenleving. Maar misschien worden er zaken opgehelderd en kunnen we aan een grote schoonmaak beginnen. Tenminste, als we dat willen.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp