Loonkloof brengt democratie in gevaar

In Groot-Brittannië groeit zowel bij links als rechts consensus over het feit dat de steeds groter wordende kloof tussen beloningen voor topmannen en gewone lonen de middenklasse leegzuigt en daarmee onze democratie ondermijnt, schrijft Anatole Kaletsky, columnist van de Britse krant The Times.

Gepubliceerd op 15 november 2010 om 16:43

Wat is de komende jaren de grootste bedreiging voor onze manier van leven en voor onze democratie? Een dubbele dip recessie, de zware last van de overheidsschulden of de oorlog in Afghanistan? Geen van deze drie, aldus twee van de verstandigste denkers op links en rechts.

Over één punt zijn ze het hartstochtelijk eens: ongelijkheid, en dan vooral de steeds groter wordende kloof tussen de zeer rijken en de rest van de bevolking, vormt een bedreiging voor de sociale consensus en de politieke stabiliteit, niet alleen in Groot-Brittannië, maar ook in Amerika en Europa. Dit gebeurt in een mate die we niet meer hebben beleefd sinds de afschuwelijke periode die aan de twee wereldoorlogen voorafging.

Onlangs hoorde ik de vroegere Britse minister, de conservatieve Michael Portillo, democratie onheilspellend omschrijven als “een onbewezen experiment” dat de “ramp van de ongelijkheid die zich aftekent” misschien niet zou overleven. Ik heb ook het krachtige pleidooi van Will Hutton gelezen, in zijn nieuwe boek “Them and Us”, waarin hij beweert dat het feit dat rechtvaardigheid als sturend principe bij financiële regulering, economisch beheer en maatschappelijk beleid achterwege is gebleven de voornaamste oorzaak van de financiële crisis is geweest.

Michael Portillo gaf toe dat hij bitter teleurgesteld is in het hebzuchtige, onverantwoorde gedrag van de welvarende Britse elite op financieel en bestuurlijk vlak. De topmannen van middelgrote financiële bedrijven ontvangen een salaris van gemiddeld 2 miljoen pond (ca. 2,3 miljoen euro) per jaar en blijven zichzelf salarisverhogingen toekennen in een tijd waarin gewone arbeiders genoegen moeten nemen met kortingen op hun lonen en pensioenen.

Zulke ongelijkheden zouden wel eens onverenigbaar kunnen blijken te zijn met democratie, volgens oud-minister Portillo. Zouden mensen democratie als een ‘eerlijke overeenkomst’ accepteren als ze het recht zouden hebben om slechts een keer in de vijf jaar een nieuwe regering te kiezen, terwijl hun bazen, die 100 keer meer verdienen dan zij, het recht zouden hebben om elk jaar voor verhoging van hun eigen salaris te stemmen?

81 keer het normale loon van een medewerker

Will Hutton suggereert dat een extreme vorm van ongelijkheid, samen met een moreel te verwerpen manier van doen, enorme economische verliezen voor de samenleving tot gevolg hebben. Hij beweert dat het ondernemerschap wordt ondermijnd door het bieden van reusachtige vergoedingen voor het simpel heen en weer schuiven van bestaande activa, een nulsomspel dus, in plaats van dat het bevorderend werkt op het creëren van welvaart en innovatie.

Als financiële transacties zo walgelijk lucratief zijn als in het moderne Amerika en in Groot-Brittannië, raken ondernemingen en talenten onvermijdelijk afgeleid van het scheppen van werkelijke nieuwe rijkdom. En voor de mensen die beweren dat de enorme verschillen in beloning een natuurlijk gevolg zijn van de behoefte om bestuurlijke performance te motiveren, met name in de financiële sector, weet Will Hutton nog een markant feit te melden: J.P. Morgan, de aantoonbaar succesvolste bankier in de geschiedenis, “decreteerde dat zijn topdirecteuren niet meer salaris mochten krijgen dan 20 keer het loon van de laagstbetaalde medewerkers in zijn bedrijven.

Hij zou daarom ook zeer sceptisch zijn als er aan iemand 81 keer het normale loon voor medewerkers zou worden geboden – het gemiddelde verschil in beloning tussen topmannen en gewone arbeiders in Groot-Brittannië – en dan hebben we het nog niet over het veelvoud daarvan (300 keer), dat kenmerkend is voor het huidige beleid in de VS.

En wie weet wat Morgan zou hebben gedaan met een ander schokkend statistisch feit dat oud-minister Portillo aanhaalt: de ongelijkheid is intussen zo extreem geworden dat de 74 rijkste inwoners van Amerika meer verdienen dan alle 19 miljoen mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt bij elkaar. Maar daarmee komen we bij een paradox terecht die net zo treffend is als de groeiende ongelijkheid zelf. Politici over de hele wereld zijn, in plaats van te bewegen in de richting van meer gelijkheid en meer herverdeling, de afgelopen tien jaar juist meer naar rechts opgeschoven.

Vrees voor ongelijkheid dreigt te escaleren

In plaats van een nieuw tijdperk van ‘rechtvaardigheid’ in te luiden, lijken de financiële crisis en de coalitieregering Groot-Brittannië juist de tegenovergestelde richting op te duwen, zoals blijkt uit de krachtige opleving in bonussen en het feit dat de bezuinigingen van degressieve aard zijn. Waarom ageren politici tegen het herverdelingsbeleid, zelfs als de vrees bij de bevolking voor ongelijkheid dreigt te escaleren?

Misschien ligt de sleutel hiervoor wel in de sociale klassen die het meeste wrok koesteren tegen ongelijkheid. Als arme mensen te lijden hebben onder dalende lonen, kan ongelijkheid een werkelijke bedreiging worden voor de maatschappelijke stabiliteit en daarmee politici dwingen meer naar links op te schuiven.

Als de snelgroeiende welvaart van de rijken de voornaamste oorzaak van ongelijkheid is, wordt het effect ervan niet door de armen gevoeld, maar door de middenklasse. Die wordt door de te hoge huizenprijzen uit populaire buurten verdreven en kan niet langer van het comfort profiteren dat hun ouders als vanzelfsprekend beschouwden, variërend van goede scholen tot uit eten in de beste restaurants.

Levensstandaard middenklasse in gevaar

Dit soort ongelijkheid leidt tot verontwaardiging over het herverdelingsbeleid dat vooral de armen bevoorrecht, maar dat ten koste gaat van de middenklasse. Deze situatie doet zich vandaag de dag voor in Groot-Brittannië en in de VS.

Naar verwachting groeit de weerstand van de bevolking tegen het herverdelingsbeleid in Groot-Brittannië qua intensiteit naarmate de hervormingen die de regeringscoalitie doorvoert, zoals het afschaffen van kinderbijslag, het verdrievoudigen van het collegegeld, bezuinigingen op lonen en pensioenen in de overheidssector, de levensstandaard van de middenklasse hard gaat treffen.

Maar als de Britse middenklasse steeds meer weerstand gaat opbouwen tegen de herverdeling, wat is dan de reactie op de steeds groeiende ongelijkheid in de Britse samenleving? Het enige wat ik op die vraag kan antwoorden, is de opmerking van oud-minister Portillo in Spanje herhalen: “Deze ongelijkheid is een ramp die zich aftekent, maar we hebben niet altijd een antwoord op rampen die zich aftekenen.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp