Ik lees het sms’je dat de Tsjech Petr Vavrouška heeft gestuurd als reactie op het grote nieuws van vandaag: het Poolse instituut voor opinieonderzoek CBOS beweert dat de helft van de Polen verliefd is geworden op de Tsjechen. Vavrouška schrijft: "Volgens mij waren wij de enigen op wie jullie nog verliefd konden zijn. Jullie houden niet van Duitsers, Russen en Wit-Russen en nu liggen jullie ook nog overhoop met de Litouwers. Van jullie buren zijn alleen wij en de Slowaken nog overgebleven."
Volgens recent onderzoek houdt 51 procent van de Polen van de Tsjechen en is slechts 12 procent niet van hen gecharmeerd. Op de tweede plaats komen de Slowaken (49 procent is positief). Nieuw is dat beide buren boven de Amerikanen eindigen (die nog altijd bij 43 procent van de Polen geliefd zijn)!
Zijn atheïstische Tsjechen geen zondaars?
Toch heb ik altijd de indruk gehad dat wij geen enkele van onze buren graag mochten en dat het feit dat je als Tsjech en atheïst werd geboren, op zich al een zonde was. Hoe het ook zij, vandaag ben ik in een feeststemming. Ik weet niet precies waarom elk van de ondervraagde Polen van Tsjechen houdt, maar ik weet wel wat mij zo aanspreekt in mijn vriend Petr Vavrouška. Hij woont inmiddels twee jaar in Warschau, met zijn vrouw Katka en zijn twee kinderen, en werkt als correspondent voor de Tsjechische radio. Toen hij verslag deed van de plannen voor de zaligverklaring van de Poolse paus Johannes Paulus II, vroeg de zender waarvoor hij werkt hem zijn verhaal opnieuw op te nemen.
Hij had een beetje te veel, als een echte Pool, over de "wonderen van Johannes Paulus II" gesproken en was vergeten dat je het tegen een Tsjechisch luisterpubliek beter kunt hebben over de "vermeende wonderen van paus Johannes Paulus II". ("Jullie houden van ons omdat wij niet zo vroom zijn als jullie"). Wanneer Petr een priester aanspreekt, noemt hij hem "mijnheer". De Poolse priesters reageren daar vrij goed op, maar bemerken vaak wel enigszins geïrriteerd dat deze benaming niet past bij een priester, die "bijna een heilig persoon" is. ("Maar u bent toch een mijnheer en geen mevrouw?", zegt Petr verbaasd).
"Hysterie en heftige verontwaardiging, dat is niet ons ding"
Na een vergelijking tussen de verkiezingscampagnes in Polen en Tsjechië kwam mijn vriend gefascineerd tot de conclusie dat Poolse politici, ongeacht hun politieke kleur, allemaal een woord gebruiken dat in het politieke discours in Tsjechië totaal ontbreekt. Het betreft het woord patriottisme. ("Waarvoor zijn jullie Polen zo bang?", vraagt hij). Als hij zelf wordt ondervraagd over waarin wij verschillen, antwoordt hij: "De hysterie. Vooral als het om jullie zelf gaat." ("Wij Tsjechen hebben daar niet zo last van").
Petr denkt dat wij de kalme en evenwichtige houding van de Tsjechen waarderen en dat wij ons die graag eigen zouden willen maken. Volgens hem heeft Tsjechië geaccepteerd dat het een klein land is: "Hysterie en heftige verontwaardiging, dat is niet ons ding." Daarentegen zijn de Polen obsessief op zoek naar iemand die hen probeert te kleineren. Ze weten eigenlijk niet meer of ze een groot of klein land zijn en evenmin of ze al dan niet als een gelijke van Duitsland en Frankrijk worden beschouwd. ("Dat knaagt aan jullie en zorgt voor constante spanning; waarschijnlijk zullen jullie nooit rust vinden").
Mijn eigen analyse luidt: de 51 procent van de Polen die van de Tsjechen houden, doen dat omdat zij zijn zoals wij niet kunnen zijn. En omdat zij handelen zoals wij nog niet kunnen handelen. Wij waarderen in hen wat wij zelf missen. En wat wij zo graag zouden willen hebben.