Gisterochtend bent u wakker geworden met het bericht dat Apple meer geld in kas had dan de Verenigde Staten nog over hadden voordat het schuldenplafond werd bereikt. U bent ook wakker geworden met het bericht dat – in een eurozone die overloopt van de schulden – de duurste voetballer ter wereld, Christiano Ronaldo van Real Madrid, aan Spaanse bankiers is aangeboden als onderpand voor noodkredieten.
In Washington hebben de Democraten en de Republikeinen een 'tussentijdse raamovereenkomst' gesloten om het schuldenplafond van de overheid te verhogen. Er zullen meer onderhandelingen volgen. De eurozone had het een week eerder ook behoorlijk zwaar, toen een nieuw reddingsplan voor Griekenland werd goedgekeurd.
Geen reden voor optimisme
Het is nog te vroeg om te juichen. We mogen niet vergeten dat de grootste schulden van de ontwikkelde economieën in drie historische perioden zijn ontstaan: na de Napoleontische oorlogen, na de Tweede Wereldoorlog – en gisteren. Die schulden van gisteren blijven ook vandaag nog bij ons en zullen er ook morgen nog zijn. Een paar staten kunnen met deze situatie omgaan, maar dat is louter hypothetisch, want iedereen kan nog steeds bankroet gaan.
Amerika heeft nu een staatsschuld van ongeveer 100 procent van het bruto binnenlands product (bbp), terwijl de schuld van de eurozone zo'n 88 procent van het bbp bedraagt. Terwille van een vergelijking: de staatsschuld van China staat op 17 procent, dankzij de kracht van zijn economie, die van Brazilië en India op 66 procent, en die van Rusland op 11 procent.
Drie fundamentele verschillen
Er zijn drie cruciale verschillen tussen de Verenigde Staten en de eurozone:
- Het eerste verschil is de mogelijkheid van een financiering van de schulden door middel van een verhoging van de liquiditeit (de hoeveelheid geld die in omloop is).
Net als de federale overheid van de VS kunnen sommige individuele staten hun schulden ook goedkoper financieren dan de lidstaten van de eurozone. Net als de Verenigde Staten als geheel kan een met hoge schulden kampende staat als Californië of Illinois nu vijfjarige leningen afsluiten tegen een rente van zo'n 2 tot 4 procent. Duitsland verkeert in een soortgelijke situatie. Maar Griekenland, Ierland en Portugal kunnen geen rente van minder dan tien procent bedingen. Een vergelijking met de rest van de wereld laat soortgelijke cijfers zien. De staatsschuld van Japan bedraagt 233 procent van het bbp, maar het land kan nog steeds goedkoper obligaties uitgeven dan Italië, dat een schuld heeft van 'slechts' 121 procent van het bbp. Het Verenigd Koninkrijk, met een staatsschuld die momenteel op 83 procent van het bbp staat, kan staatsobligaties uitgeven tegen een lagere rente dan Spanje, wiens schuld 68 procent van het bbp bedraagt.
- Er zijn ook grote verschillen tussen de VS en de EU als het gaat om de beleidsopties.
In de VS hebben ze beslist geen kant-en-klaar recept voor succes, en alles kan nog steeds verkeerd gaan. Niettemin heeft men het daar, anders dan bij Griekenland en co, in eigen handen. Amerika wordt eerder van binnenuit bedreigd: een jaar voor de verkiezingen proberen de politici een zo gunstig mogelijke uitgangspositie te vinden. Toch blijven de beleggers en speculanten van de wereld bereid de Amerikaanse schulden goedkoop te herfinancieren. Maar bij de Grieken kijken beleggers en speculanten er louter van de buitenkant tegenaan – en zijn ze hoegenaamd niet bereid de Griekse schulden te financieren. En als ze dat wél doen, eisen ze zeer hoge rentes. Als de eurozone de situatie onder controle wil zien te krijgen, heeft zij een duidelijke visie nodig – Griekenland en de andere met hoge schulden kampende staten zullen hun eigen munt moeten terugkrijgen, of de eurozone zal federalistischer moeten worden, zodat we een gemeenschappelijk Europees ministerie van Financiën zullen krijgen, en Europese obligaties.
- Het derde grote verschil is de solvabiliteit van het betreffende land.
Bij het oplossen van ieder specifiek schuldenprobleem moet onderscheid worden gemaakt tussen solvabiliteits- en liquiditeitsproblemen. Als iemand een liquiditeitsprobleem heeft, heeft hij een snelle lening nodig om hem uit de brand te helpen – in het geval van een land houden kredieten de economie draaiende. Maar Griekenland is insolvabel. Het insolvabiliteitsprobleem moet worden opgelost door het land zijn eigen inkomsten te laten genereren – eenvoudigweg om het geld te verdienen ter afbetaling van deze schulden. En in dit opzicht hebben de Verenigde Staten het opnieuw makkelijker dan de eurozone, wat duidelijk blijkt uit het voorbeeld van Griekenland: Griekenland heeft behoefte aan bedrijven die bloeien door de verkoop van hun producten, met name in het buitenland – omdat de binnenlandse economie in een recessie verkeert (het bbp is in het eerste kwartaal van dit jaar op jaarbasis met 5,5 procent gekrompen), de werkloosheid is hoog (16 procent) en de staat zal nog meer ambtenaren moeten ontslaan.
Vergeleken met 2005 zijn de arbeidskosten per eenheid in de Griekse industrie nu 34 procent hoger. In Duitsland zijn ze slechts met zes procent gestegen, en in Amerika zijn ze sinds 2005 op hetzelfde niveau gebleven. In Griekenland bestaat vrijwel geen ondernemerschap en lijdt iedereen onder de afhankelijkheid van de staat. Zonder een concurrerende industrie kunnen bedrijven geen inkomsten aan de export ontlenen, zodat er geen geld binnenkomt om de langetermijnschulden af te betalen.
Alleen de Chinezen zullen plezier hebben beleefd aan deze week – omdat zij weten dat ze, als ze in een recessie terechtkomen en zichzelf moeten helpen, meedogenloos gebruik kunnen maken van al die staatsobligaties en aandelen die ze in bedrijven uit de VS en de eurozone hebben gekocht.