Niemand weet precies hoeveel afgedankte chemische wapens de golven rondom Europa verbergen. De Oostzee bijvoorbeeld, waar de geallieerden na de Tweede Wereldoorlog munitie afkomstig uit Duitse arsenalen overboord zetten: minstens 40.000 ton, waarvan zeker 13.000 ton giftige substanties. Eenzesde van die hoeveelheid is genoeg om al het leven in de Oostzee voor honderd jaar uit te roeien.

Geen geruststellend idee, voor wie bedenkt dat het mosterdgas, chloorpicrine, fosgeen, difosgeen en de arseenverbindingen zijn verpakt in hulzen en vaten die vroeg of laat doorroesten. Het is niet bekend wanneer dat gaat gebeuren, maar dat het gaat gebeuren staat vast. Tien jaar geleden voorspelde de Russische wetenschapper Aleksander Korotenko dat ergens tussen 2020 en 2060 de corrosie zo ver is gevorderd dat het gif weglekt. 16 procent is genoeg om de hele Oostzee morsdood te maken.

"Dat klopt, maar het is zeer onwaarschijnlijk dat al die munitie gelijktijdig doorroest", relativeert Jacek Beldowski. Hij werkt in het Oceanologisch Instituut in Sopot, het Scheveningen van Polen. Beldowski is coördinator van Chemsea (chemical munitions search & asses project) een internationaal onderzoeksproject dat vorige maand van start ging met Europees geld.

"Enerzijds lekt het gif weg, anderzijds wordt het minder schadelijk als het in contact komt met het water", aldus Beldowski. "De chemische wapens zijn verspreid over een enorm gebied en liggen in heel uiteenlopende omstandigheden. Bovendien zijn er plaatsen waar het ze niet in aanraking komen met zuurstof en dus nauwelijks roesten." Het probleem is dus vooral de onzekerheid. "Het enige wat zeker is, is dat er de komende jaren een nieuwe vorm van verontreiniging in de Oostzee ontstaat."

Een klodder mosterdgas tussen de haring

De resultaten van het onderzoek in de Oostzee zullen ook waardevolle informatie bevatten voor de Noordzee, meent Katja Broeg van het Alfred Wegener Instituut in Bremerhaven, een van de partners in het Chemsea-project. "Vooral als het gaat om toxicologisch onderzoek. We vangen ter plekke vissen en laten er mosselen in kooien zinken, om te kijken of zich kanker ontwikkelt." Als het gaat om de verspreiding van het gif zijn de Noord- en Oostzee echter heel verschillend, legt Broeg uit: "De Noordzee is veel zouter en kent veel sterkere stromingen dan de Oostzee."

Het onderzoek moet onder meer een handleiding opleveren voor vissers. Wat te doen als je een 150 mm granaat aantreft tussen de kabeljauw? En hoe te handelen als er een klodder mosterdgas tussen de haring zit? Mosterdgas ontsnapt namelijk niet in gasvorm, maar als een kleverige massa die jarenlang kan ronddrijven in het zeewater.

Al kort na de stort, in de jaren vijftig, meldden zich de eerste badgasten in de DDR en Polen met brandwonden, veroorzaakt door mosterdgas. In Polen kwam het 24 keer tot ernstige ongelukken, de laatste keer in 1997, toen vissers een grote klomp mosterdgas in hun netten omhooghaalden.

However, with respect to the spread of the poison, the North Sea and the Baltic are completely different, explains Broeg: "The North Sea is much more salty and has much stronger currents than the Baltic."

Het grootste risico is echter mechanische beschadiging. Vandaar dat vrijwel overal is besloten de munitie niet te bergen. Bouwwerkzaamheden kunnen voor een ramp zorgen, als in een klap een grote hoeveelheid granaten wordt beschadigd. Dit gevaar kwam uitgebreid in het nieuws, dankzij de Northstream, de gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland dwars door de Oostzee.

Volgens Beldowski is de gasleiding slechts een voorbeeld: "Steeds vaker wordt de zeebodem omgewoeld voor bouwprojecten: kabels, windmolenparken en pijpleidingen. Daarom moeten er snel procedures komen voor het graven, bouwen en boren in risico-zones."

64 stortplaatsen van wapens voor de Franse kust

Volgens OSPAR – een samenwerkingsverband van Noordzee-landen – liggen op 31 plekken in de Noordzee en de aangrenzende Atlantische Oceaan chemische wapens weg te roesten. Daarnaast zijn er 120 stortplaatsen van conventionele wapens bekend die zware metalen en andere gevaarlijke stoffen bevatten, waarvan 64 voor de Franse kust.

In de Duitse Bocht, niet ver van de Waddeneilanden werd na de Tweede Wereldoorlg ruim 1,5 miljoen ton munitie gedumpt, waaronder 90 ton chemische wapens. In het Skagerrak tussen Denemarken en Noorwegen brachten de geallieerden minstens 45 schepen vol chemisch wapentuig tot zinken. Tussen Ierland en Schotland, in de Beaufort's Dyke, werd een miljoen ton munitie gedumpt, waaronder chemische wapens.

In de Oostzee zijn twee grote gifbelten bekend: bij het eiland Bornholm en het Gotland-bassin, tussen het Zweedse eiland Gotland en de Baltische staten. In de Middellandse Zee ligt de grootste concentratie bij de Italiaanse stad Bari. Hier werden sinds de Tweede Wereldoorlog 232 ongelukken veroorzaakt door chemisch afval, met name mosterdgas.

Tonnen gifgasgranaten in Belgische wateren

Een van de grootste depots van chemische wapens in de Noordzee ligt voor de Belgische kust, niet ver van de grens met Nederland. Na de Eerste Wereldoorlog werden de slagvelden in Belgie geruimd. Bij opslag en transport kwamen regelmatig mensen om het leven, vandaar dat de regering in Brussel eind 1919 besloot tot dumpen in zee.

Zes maanden lang verdween elke dag een scheepslading munitie buiten de kust van Knokke Heist. "We weten niet waarom men niet verder de zee opvoer. Waarschijnlijk wilde men zo snel mogelijk van het spul af, omdat ook het transport heel gevaarlijk was", aldus Tine Missiaen van hetRenard Centre of Marine Geology in Gent.

Het resultaat is dat de Paardenmarkt, een zandplaat vlak voor de kust, ieder jaar wordt gemonitord. Het is de laatste rustplaats van minstens 35.000 ton munitie, waarvan ongeveer eenderde gifgasgranaten. De meeste zijn onder een dikke laag slib verdwenen. In 1972 kwamen er enkele boven water. Ze bleken in bijzonder goede staat, dankzij de zuurstofarme omgeving. Het doorroesten moest dus nog beginnen.