Vanaf 2013 moeten bedrijven met de grootste CO2-uitstoot al hun emissierechten op een financiële markt kopen, waar kooldioxide wordt verhandeld tegen een koers van meer dan 30 euro per ton. Tot zover de theorie. De praktijk is echter weerbarstiger. Aanvankelijk was er sprake van om aan een aantal sectoren die zwaar te kampen hadden met internationale concurrentie, gratis emissierechten te verstrekken, ter vermijding van een 'kooldioxidevlucht' naar milieuparadijzen, maar inmiddels lijkt de lijst met uitzonderingen meer op een heuse telefoongids voor industriële bedrijven.

De Commissie heeft daarin namelijk wel 164 'gevoelige' sectoren en subsectoren opgenomen. Uiteraard staan de staal-, beton en aluminiumindustrie op deze lijst. Maar we treffen er ook fabrikanten van ondergoed op aan, producenten van behang, van farmaceutische preparaten, essentiële oliën, wapens of zelfs van bezems. Deze sectoren zijn verantwoordelijk voor ongeveer een kwart van de totale emissie in het gemeenschappelijk systeem van CO2-quota en tot wel 77% van de totale emissies in de industriesector. Deze sectoren zouden dus allemaal kunnen gaan profiteren van quota die gratis worden toegekend, in plaats van dat ze met ingang van 2013 hun eigen emissiequota via de veiling aanschaffen. “Deze lijst is opgesteld voor het geval we in Kopenhagen niet tot een akkoord zouden komen”, verklaart Barbara Helfferich, woordvoerster van de Commissie.

Een reddingsboei voor Kopenhagen

In de meeste Europese hoofdsteden, en hoofdzakelijk van de kant van de werkgevers, wordt deze lijst met uitzonderingen echter vooral beschouwd als een verworvenheid, ongeacht de uitkomst van de onderhandelingen. “We zijn erin geslaagd een uitputtende lijst op te stellen!”, oordeelt Europarlementariër Chris Davies. “De verantwoordelijke politici hebben zich erg sterk gemaakt voor het definiëren van ambitieuze doelstellingen, maar als we het dan over de details gaan hebben, liggen de zaken nogal anders”, voegt de Brit er nog aan toe. In de voorgenomen conclusies van de Europese top, die donderdag en vrijdag in Brussel wordt gehouden, wordt nadrukkelijk gesteld dat "deze lijst overeenkomstig de resultaten van de onderhandelingen in Kopenhagen zal worden aangepast". Indien het in Denemarken inderdaad tot een akkoord komt, “breekt onmiddellijk daarna een ware strijd uit”, zo kondigt Chris Davies aan. Zijn Duitse collega van centrumrechts, Karl-Heinz Florenz, geeft hem in die zin gelijk “dat we de lijst niet meer nodig hebben, mocht Kopenhagen een groot succes worden. Maar als de klimaattop onverhoopt geen succes wordt, zullen we de lijst wel nodig hebben om onze industrieën te beschermen.”

De lijst van 164 sectoren is in rap tempo opgesteld, ter geruststelling van zowel industriëlen als regeringsleiders. Angela Merkel heeft de Duitse industriesector ferm verdedigd, te beginnen bij de producenten van kolen en cement, en Silvio Berlusconi ging er zelfs prat op dat hij "alles had gekregen wat hij wilde" om de industrie in zijn land te beschermen. Vervolgens zijn alle sectoren stevig gaan lobbyen in Brussel om zich te mogen aansluiten bij de club van sectoren die risico lopen. Met het oog op de dreigende decentralisatie moesten Europeanen daarbij het belang van de bescherming van het klimaat afwegen tegen dat van de werkgelegenheid. Mocht de top in Kopenhagen toch mislukken, dan heeft Europa alvast een reddingsboei bij de hand.