Wetgeving: Gezond euroscepticisme is goed voor de EU

Foto: Spencer Finnley /Flickr
Foto: Spencer Finnley /Flickr
11 november 2009 – The Observer (Londen)

Twintig jaar na de val van de Berlijnse muur wordt de hoop die daaruit voortkwam doorkruist door een Europese Unie die op zoek is naar "standaardisering van gedrag en houding", beweert Henry Porter in de Britse krant The Observer.

Als het Europese Hof voor de Mensenrechten de crucifix op Italiaanse scholen verbiedt, kun je enerzijds blij zijn met deze liberale opmars van secularisme. Anderszijds kan je het betreuren dat er een kortzichtige aanval wordt gedaan op het uiting geven aan religie en nationale tradities. Wellicht is er nog een derde optie: namelijk dat dit niets te maken heeft met rechten, maar alles met de manische gedrevenheid van Europa om gedrag en houding te standaardiseren, op dezelfde wijze als de EU het vervoer van vee en de veiligheidseisen van nieuwe grasmaaiers reguleert.

Scepticisme is geen vijandige reflex, maar vorm van alertheid

Nu we dit weekend de val van de Berlijnse muur herdenken, is het misschien goed te onderkennen dat de laatste Europeanen die het gebruik van religieuze symbolen in scholen verboden deel uitmaakten van de communistische regimes in Oost-Europa. Twintig jaar later is een Europese instelling druk bezig secularisme door te drijven op basis van het feit dat een kind van een bemoeizuchtige atheïst van Finse origine in Noord-Italië misschien een paar minuten lang wordt afgeleid tijdens de les. Dat zou op zich al voldoende kunnen zijn om Euroscepticus van te worden, maar ook in dit geval geldt dat Euroscepticisme volgens mij de enige verantwoorde houding is van een intelligent democraat, nu het Verdrag van Lissabon eindelijk is geratificeerd.

Scepticisme is geen vijandige reflex maar eerder een vorm van alertheid waarmee elk nieuw bureau, elke nieuwe schaduwcommissie of vage richtlijn wordt beoordeeld en waarbij men zich vervolgens afvraagt: “Is dit goed voor onze samenleving?” Scepticisme suggereert dat de EU-instellingen net zo goed in staat zijn tot verspilling en falen als nationale instellingen en dat hun grote afstand tot het dagelijks leven tot gevolg heeft dat deze fouten vaak pas worden ontdekt als het al te laat is. Toch is het minstens zo belangrijk te melden dat als de Europese leiders in Berlijn bijeenkomen om de val van de Muur te herdenken, dit niet bepaald een gepaste gelegenheid is voor de benoeming van een president van Europa. Het punt is dat de benoeming plaats heeft zonder betrokkenheid van het volk op het moment dat Europa aandacht schenkt aan de voornaamste vreedzame revolutie in de geschiedenis.

Achterkamertjespolitiek bezoedelt de glans van Europa

Kort samengevat waren de demonstraties die in Leipzig begonnen en zich uitbreidden tot Dresden, Karl-Marx-Stadt, Potsdam, Halle en tenslotte ook tot Berlijn, een blijk van het bestaan van het volk, van hun behoefte om te worden erkend, gerespecteerd en geraadpleegd. “Wij zijn het volk”, scandeerden ze in de herfst van 1989. Iedereen die erbij was, kan zich ongetwijfeld nog de bijzondere uitdrukking op de gezichten van de Oost-Duitsers herinneren toen ze voor het eerst de grens bij Checkpoint Charlie passeerden. Dat weekend lag er een glans over alles, het leek of alles mogelijk was en dat is wat onbewust wordt bezoedeld door de achterkamertjespolitiek over een president die niet wordt gekozen.

De gebeurtenissen van de afgelopen 20 jaar waren beslist niet in staat de beloften van toen na te komen. Maar het loont de moeite te erkennen dat we een gelegenheid voorbij hebben laten gaan om een Europa te bouwen dat niet alleen maar gebaseerd is op materiële tevredenheid en economische groei ter legitimering van haar instellingen. In zijn zuiverste vorm betekent Euroscepticisme dat we niet kunnen volstaan met een grote unie van consumenten, terwijl we tegelijkertijd probleemloos de symbolen van een geestelijk leven uit de klaslokalen laten verwijderen. Oprecht Euroscepticisme zou kunnen betekenen dat het een goed idee is om eerst eens de waarden te onderzoeken die in de Europese Unie leven en ons daarna pas te richten op wat we aan het bouwen zijn en de manieren waarop we deze instellingen transparanter en ontvankelijker kunnen maken.

Weten we wat er allemaal speelt in Europa?

Deze herdenking is het juiste moment om ons af te vragen of we werkelijk weten wat er allemaal speelt in Europa. Wie heeft er bijvoorbeeld al gehoord van de permanente commissie, voortvloeiend uit het Verdrag van Lissabon, dat het eerste gecoördineerde veiligheidsbeleid gaat opstellen, en daarnaast plannen voor bewaking op brede schaal, voor het gebruik van systemen met de naam ADABTS (automatische detectie van afwijkend gedrag en bedreiging op plaatsen waar veel mensen bijeen zijn) en het delen van DNA-databanken? En hoe zit het met de EU-plannen om elk instrument te volgen dat zou kunnen worden gebruikt om iemands handel en wandel in de gaten te houden? Ik vraag me af hoe die zouden kunnen worden ingezet op de autosnelwegen in het Oosten.

In 1990 beweerde Václav Havel dat alle regeringen, zelfs totalitaire regimes, de verantwoordelijkheid van het volk zijn. “We zijn allemaal – hoewel uiteraard in verschillende mate – verantwoordelijk voor het functioneren van het totalitaire apparaat. We zijn geen van allen alleen maar slachtoffer. We hebben het mede in het leven geroepen. Laat er geen misverstand over bestaan: de beste regering ter wereld, het beste parlement en de beste president kunnen in hun eentje weinig voor elkaar boksen. Vrijheid en democratie houden deelname in van ons allen, en dus ook verantwoordelijkheid." Dit is een lichtend voorbeeld van een sceptische opmerking, eentje die het waard is om naar te luisteren op deze gedenkwaardige dag.

Factual or translation error? Tell us.