De aanval van Berlijn en Parijs op het bankgeheim dwingt Luxemburg opnieuw tot een ommekeer. De situatie roept veel vragen op bij de Luxemburgers, die op 7 juni zowel voor het Europees als voor hun nationale parlement naar de stembus moeten.

De crisis brengt veel onzekerheden met zich mee en de 320.000 Luxemburgers ontsnappen niet aan deze ontwikkeling. Luxemburg is in het hart van zijn financiële sector geraakt, die goed is voor de helft van het BNP. Het groothertogdom is in het nauw gedreven door de grillen van zijn machtige buren Duitsland en Frankrijk, en bang zijn lot niet meer in eigen hand te hebben. De uitslag van de parlementsverkiezingen, die op 7 juni tegelijk met de Europese verkiezingen worden gehouden, is veel minder onzeker. Jean-Claude Juncker, een oude vos aan het politieke toneel, is er praktisch zeker van aan de macht te blijven met zijn onwankelbare Christelijk-Sociale Partij en zijn bondgenoten van de Socialistische Arbeiderspartij. Net als elders in Europa denkt men er niet over midden in de storm van koers te veranderen.

Maar kan de crisis het einde betekenen van wat een hele generatie rijkdom heeft gebracht? Luxemburg, dat het walhalla is geworden van de financiële wereld en het bankgeheim, loopt het gevaar een nieuwe ommekeer te moeten beleven.

Tussen de vesting en de torens van glas en staal die zich verheffen boven het dal van de Pétrusse lijkt een historische omwenteling op stapel te staan. De fraude van de Amerikaanse financier Bernard Madoff heeft Luxemburg 1 miljard euro gekost en de financiële crisis wellicht nog veel meer. Dat blijft draaglijk, gezien het bedrag van 2000 miljard euro dat ervoor heeft gezorgd dat het land inmiddels het derde offshore centrum van de wereld is. De werkelijke bedreiging is de aanval die vanuit Berlijn en Parijs is ingezet tegen de sleutel van het succes: het bankgeheim.

In Luxemburg heeft dit geleid tot meer dan 150 (voornamelijk buitenlandse) goedlopende banken en zo’n 3.000 bloeiende investeringsfondsen. Het bankgeheim verschaft ook werk aan 70.000 werknemers en zorgt voor tamelijk gunstige stelsels voor sociale zekerheid. Op het hoofdkantoor van de Luxemburgse Vereniging van Investeringsfondsen (ALFI) is men geneigd te denken dat er niet zoveel zal veranderen door het ter discussie stellen van het bankgeheim, omdat dit het groothertogdom toegang kan verschaffen tot markten die nu nog verboden zijn.

De felste aanval kwam van Duitsland, het buurland dat wellicht het meest te kampen heeft met belastingontduiking. Minister van Financiën Peer Steinbrück heeft Luxemburg vergeleken met Ouagadougou. Met een serieus gezicht verklaarde de voorzitter van de SPD, Franz Müntefering, dat Berlijn in andere tijden de zaak zou hebben opgelost ‘door soldaten te sturen’.

Diep beledigd heeft het groothertogdom de rangen gesloten en zijn parlement de aantijgingen eenstemmig veroordeeld. De Federale Republiek "heeft Jean-Claude Juncker vast de best denkbare verkiezingssteun gegeven", zegt politicoloog Charles Margue. Tegelijkertijd is Luxemburg hiermee echter heel wat illusies kwijtgeraakt.