Cieszyn is begonnen met de festiviteiten rond de viering van het 1200-jarig bestaan van de stad. Ongeveer op het allerlaatste moment, begin december, kondigde buurstad Český Těšín [ook wel "Tsjechisch Teschen" genoemd] aan ook te willen meedelen in de feestvreugde. Op de westoever van de rivier de Oder was er voorheen erg weinig enthousiasme te bespeuren om dit feest samen te vieren. Dat was ook niet zo gek, want Český Těšín gaat met veel vertoon het 90-jarig bestaan vieren. Deze buurstad werd gesticht in 1920, toen een grens de stad in tweeën spleet. Veel Polen in de streek Zaolzie (dat letterlijk betekent ‘grondgebied aan de overzijde van de rivier Oder) zijn woedend over deze viering en in Cieszyn is de weerzin over deze Tsjechische viering dan ook duidelijk zichtbaar.

Volgens een legende, die aan beide oevers van de Oder wordt verteld, kwamen de drie dochters van een Slavische vorst, Bolko, Leszko en Cieszko, hier in 810 bijeen en stichtten de stad Cieszyn. In de herfst van 1918 (toen Oostenrijk-Hongarije verdween en Polen en Tsjecho-slowakije werden gesticht), greep de staatsraad van het vorstendom Cieszyn namens de Poolse regiering officieel de macht. Er werd een verdrag ondertekend over de opsplitsing van de streek Silezië met de stad Cieszyn in een Pools en een Tsjechisch deel, waarbij de taalkundige gegevens van de volkstelling in 1910 werden gerespecteerd (destijds woonden er 123.000 Polen, 32.000 Tsjechen en 22.000 Duitsers).

Het meest geïndustrialiseerde deel kwam toe aan Tsjecho-Slowakije

De Polen waren ervan overtuigd dat de kwestie zo was geregeld, vandaar dat ze een plaatselijk infanterieregiment naar het front van oostelijk Galicië stuurden om tegen de Oekraïeners te vechten. De Tsjechische troepen wisten daarvan te profiteren. Het was een korte, maar bloedige oorlog en het staakt-het-vuren werd onder druk van de Entente opgelegd. Over de toekomst van de streek Silezië rond Cieszyn werd in juli 1920 volkomen willekeurig beslist op een bijeenkomst van ambassadeurs in Parijs. Daarbij werd het rijkste en meest geïndustrialiseerde deel, met mijnen, staalfabrieken en de spoorlijn die Tsjechië verbond met Slowakije toebedeeld aan Tsjecho-Slowakije.

Monumenten hielden de herinnering aan de bloedige gebeurtenissen van 1919 levend. In Český Těšín was dat het beeld van Tomáš Masaryk, geestelijk vader van het onafhankelijke Tsjecho-Slowakije, en president van het land van 1918 tot 1935.

Zijn monument, dat in oktober 1938 tijdens de inval van het Poolse leger in Zaolzie werd verwoest, zal in ere worden hersteld. Deze aankondiging heeft bij veel Polen tot beroering geleid, omdat zij menen dat het beleid van Masaryk nu juist heeft bijgedragen aan de opsplitsing van de streek Silezië rond Cieszyn. “Maar het is een Tsjechisch feest, het is hun held, wat kan ons dat dan schelen?” merkt Zygmunt Stopa, voorzitter van de Poolse vereniging voor onderwijs en cultuur in de Republiek Tsjechië, op. Van Poolse zijde is er in 1934 een monument onthuld ter herinnering aan de overwinningsstrijd van de Poolse legers. Het monument werd door de Duitsers in september 1939 verwoest. Een paar jaar geleden heeft het zijn oude plek teruggekregen. “Ik weet dat ze dat aan Tsjechische zijde tandenknarsend hebben zien gebeuren”, zegt Bogdan Ficek, burgemeester van Cieszyn.

In een verklaring ter gelegenheid van de gemeenschappelijke viering van het 1200-jarig bestaan van Cieszyn, die begin december tijdens een gezamenlijke vergadering van de gemeenteraden werd goedgekeurd, staat te lezen: “We kunnen de geschiedenis niet veranderen en ook niet vergeten, maar we kunnen wel zorgen voor een gemeenschappelijke toekomst voor de volgende generaties. We zijn van mening dat we een stap voorwaarts moeten doen in het geval van onze twee steden, ook al vinden sommige mensen dat niet leuk”, verklaart Bogdan Ficek.

Het bedrijfsleven van Cieszyn heeft bijna 70% van zijn omzet te danken aan de Tsjechen en de Slowaken. De Tsjechen profiteren van een gunstige wisselkoers van hun kroon tegen de zloty. Op de markt van Cieszyn zijn producten van wilgentenen zeer gewild, net als de kunstkerstbomen, plaids, schoenen, groenten en zoetwaren. Zwaar beladen Tsjechische toeristen nemen een Poolse taxi om naar hun auto te worden gebracht, die ze aan de overkant van de grens hebben laten staan, of naar het station. Voor de brug zet de chauffeur het taxibordje uit en gaat als een gewone automobilist verder, omdat hij in het midden wel degelijk de grens passeert. “Als we de regels strikt zouden toepassen, zou een Poolse ambulance midden op de brug moeten stoppen en wachten totdat een Tsjechische ambulance de patiënt overneemt”, legt de burgemeester van Cieszyn uit. En vice versa.

Deze officieuze grensovertredingen raken ook de samenwerking tussen de nationale politie en agenten van de stadspolitie bij de vervolging van voortvluchtige criminelen. Tegenwoordig kan trouwens ook niemand zich nog voorstellen dat de piepjonge zangeres Ewa Farna uit Zaolzie niet aan beide zijden van de Oder zou mogen optreden. Ze kan zowel in het Pools als in het Tsjechisch zingen en is daarmee de beste ambassadrice van het "Pools-zijn" in Zaolzie. Ze is bovendien een idool onder jongeren aan beide zijden van de Pools-Tsjechische grens. Het eind van het liedje is, zo wordt beweerd in het Silesische Cieszyn, dat iedereen stele.Stqd (van hier) is.