U krijgt een telefoontje van een procureur – laten we haar Angela noemen. Ze gebiedt u op haar kantoor te verschijnen. Ze laat u de boeteclausule van een contract zien, dat duidelijk maakt wat de straf is als u de bepalingen overtreedt.

Ze zegt tegen u dat u onmiddellijk moet tekenen, omdat u anders in grote problemen zult komen. “Maar”, zo vraagt u, “waar is de rest van het contract?” “We werken er nog aan. Dat gaat u niets aan. Teken hier maar.

Dit is een vrij goede analogie voor de absurde toestand waar we ons met het Europese begrotingspact in bevinden. Zoals vrijwel iedereen nu wel erkent, is dit pact niet het nieuwe politieke verdrag dat de Europese Unie uit een potentieel terminale crisis zal halen. Het is louter de boeteclausule.

Uiting van de opperste minachting

Het is een zinloze exercitie hiermee in te stemmen, tenzij (en totdat) we weten wat de deal zelf zal inhouden. Het is een uiting van de opperste minachting aan ons te vragen dit contract te ondertekenen, voordat we kennis hebben genomen van de rest van het verdrag.

Het Ierse volk kan in reactie hierop alleen maar terugvallen op zijn aanzienlijke vermogen om moeilijkheden uit de weg te gaan, ontwijkende antwoorden te geven en om de hete brij heen te draaien. Het moment voor slimme kunstgrepen is aangebroken.

In 1066 And All That, een komisch boek over de Britse geschiedenis, staat dat wanneer de Engelsen dachten dat ze een antwoord hadden bedacht op de 'Ierse kwestie', de Ieren de vraag gewoon veranderden. In de context van de Brits-Ierse betrekkingen is dit een vrij geestige grap.

De glibberigheid van de Ierse politieke cultuur

Maar als het om Europa gaat, is het veranderen van de vraag voor de Ieren feitelijk de gewone manier van doen. We hebben het twee maal eerder gedaan, bij het verdrag van Nice (februari 2001) en bij het verdrag van Lissabon (september 2008).

Toen we de keuze hadden tussen ja en nee, kozen we voor 'nee, maar toch ja': ga weg en kom dan maar weer terug om je vraag opnieuw te formuleren; dan zullen we wel ja zeggen. Dit waren niet bepaald de meest glorieuze episoden van de Ierse democratie. Ze belichamen de glibberigheid die kenmerkend is voor zo'n groot deel van onze politieke cultuur.

Maar misschien is het wel tijd om onze glibberige kant te omarmen. Misschien is 'nee, maar toch ja' wel een eerlijker en betekenisvoller antwoord op de beledigende absurditeiten waarmee we worden geconfronteerd dan iedere andere keuze die we kunnen maken.

De regering ploegt als een robot voort

De regering had het referendum beter kunnen uitstellen, want de Europese crisis zorgt ervoor dat de betekenis ervan uitermate instabiel is geworden. Een dergelijk besluit zou niet eens bijzonder moedig zijn geweest.

Niet alleen Frankrijk weigert het verdrag zoals het nu is geformuleerd te ondertekenen, ook Duitsland heeft de ratificatie moeten opschorten. Maar de regering is zó bang ook maar één centimeter van het 'rechte' pad af te wijken dat zij als een robot voortploegt.

Hierdoor verkeert het electoraat in een dilemma. De ja- en nee-opties geven de publieke opinie niet juist weer. Een meerderheid van de kiezers bevindt zich volgens mij feitelijk in één van deze twee kampen: (a) Ja, omdat er geen keuze is; (b) Nee, maar vraag het ons opnieuw als je de groeistrategie hebt uitgewerkt.

Een parodie op een democratie

De eerste optie – we moeten het doen – is feitelijk geen reden om 'ja' te stemmen, het is eerder een reden om je stembiljet ongeldig te maken. Als er geen keuze is, is een referendum immers een schertsvertoning, een parodie op een democratie. De enige manier waarop we onze waardigheid nog een klein beetje overeind kunnen houden, zou het massaal ongeldig maken van de stembiljetten zijn.

De tweede optie is 'nee, maar...' Die erkent dat er een context zou kunnen zijn waarin het begrotingspact zinvol is. Als er bijvoorbeeld een langetermijnplan zou komen voor Europese investeringen in de groei, zou dat vrij radicale gevolgen hebben voor het Ierse begrotingsbeleid.

Nee zou nog wel eens het eerlijkst kunnen zijn

Dat geldt ook voor een goede oplossing voor de Europese bankencrisis, die de burgers zou moeten beschermen tegen de enorme kosten van de reddingsoperaties voor de banken. Maar we weten gewoon niet hoe of in welke mate de wederopleving van deze crisis tot dergelijke serieuze strategiewijzigingen zal nopen.

Een 'nee-'stem, met de impliciete uitnodiging om terug te komen als er sprake is van een breder perspectief, zou wel eens de eerlijkste reactie kunnen zijn op de eis dat we een besluit nemen terwijl we eigenlijk niets weten.

Het zou ook een verantwoordelijke daad van Europees burgerschap zijn, die de koersverandering bevordert die nodig is om ervoor te zorgen dat de Europese Unie zichzelf niet vernietigt.

Het veranderen van de vraag is een Ierse specialiteit die nu voor Europa van vitaal belang kan blijken te zijn.