Wat er de afgelopen dagen in Boedapest en Bratislava bekokstoofd werd, zou het wel eens slecht kunnen aflopen: er wordt al gesproken over de afscheiding van het zuiden van Slowakije [waar een grote groep Hongaren woont, red.] of het verdwijnen van de Hongaarse minderheid. De wetswijziging op het staatsburgerschap die de Fidesz, de partij van de nieuwe Hongaarse premier Viktor Orbán, al tijdens de eerste zitting van het nieuwe parlement presenteerde, vormt op zich geen reden tot ongerustheid. Het amendement komt overeen met de wetgeving in de meeste andere lidstaten van de Europese Unie.

Maar als we hier de aangekondigde plannen voor het creëren van een verenigd nationaal gebied aan toevoegen, en de mogelijkheid om Hongaren die in de aangrenzende landen wonen, te laten deelnemen aan het politieke en economische leven in het land, dan ontstaat er een wel heel explosief mengsel. Het plan vormt niet alleen een bedreiging voor de Hongaars-Slowaakse gebieden, maar voor het hele Karpatische bassin en het kan zelfs een bedreiging vormen voor de hele Europese Unie.

Europese Unie wordt misbruikt voor herstel invloedssfeer Boedapest

Wat er hier gebeurt, is dat de Europese Unie gebruikt wordt, of liever misbruikt wordt voor het opnieuw vaststellen van de staatsgrenzen en voor het herstellen van de invloedssfeer van Boedapest waarbinnen, volgens de plannen van Viktor Orbán, niet minder dan 15 miljoen Hongaren vallen. Dat is een derde meer dan het huidige inwonertal van Hongarije, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat de staatsgrenzen hun functie verloren hebben en in het kader van het akkoord van Schengen in theorie niet meer bestaan.

Omdat dat Boedapest veel meer voordelen biedt, staat de nieuwe Hongaarse regering eerder een versterking van de etnische grenzen voor dan het verdwijnen van de landsgrenzen. Door de minderheden Hongaarse paspoorten aan te bieden en ze daarmee, zo lijkt het, stemrecht te verlenen in Hongarije, probeert Orbán ze aan Boedapest te binden. Op deze manier hoopt hij een nieuwe status quo te bereiken door het scheppen van een geografisch gebied dat rond Hongarije het zuiden van Slowakije zal omvatten, evenals Vojvodina (een Servische provincie) en een deel van Transsylvanië. Dit laatste gebied zou, niet van rechtswege maar de facto gezamenlijk geregeerd worden door Hongarije en de drie andere landen waarin het ligt: Slowakije, Servië en Roemenië.

Doet denken aan het uitdelen van Russische paspoorten in Georgië

Deze situatie laat sommigen niet onterecht denken aan de situatie die voorafging aan de oorlog in Georgië en met name aan de laatste gebeurtenissen in de zomer van 2008, toen bijna alle inwoners van Zuid-Ossetië en Abchazië een Russisch paspoort toebedeeld kregen. Er zijn echter een aantal verschillen. De verhoudingen tussen de Hongaarse minderheden en de landen waarin ze wonen zijn nog lang niet zo vijandig als in Abchazië en Ossetië. Bovendien kan het Hongaarse leger niet vergeleken worden met het Russische, en zelfs niet met het Roemeense.

Wanneer we de plannen van Viktor Orbán en zijn regering langs de meetlat van hun geopolitieke opvattingen leggen, lijkt het erop alsof het verlies als een overwinning wordt gepresenteerd. In de jaren negentig koesterde Hongarije nog de ambitie om het natuurlijke centrum en de economische en politieke aanjager van het "Karpatische bassin" te worden. Deze naam duidde vóór 1918 het grondgebied van het koninkrijk Hongarije aan. De Hongaren uit het interbellum leken voorstander te zijn van een herstel van het Hongaarse leiderschap op het grondgebied van het voormalige koninkrijk en op een bepaalde manier van het herstel van dit grondgebied dat een natuurlijk geografisch en economisch geheel vormde.

Echter het huidige Hongarije, dat economisch gezien minder presteert dat Slowakije, heeft zijn buren vrijwel niets te bieden. Toen Boedapest haar economische aantrekkingskracht verloor, gooide de stad haar etnische en culturele charmes in de strijd. Slowakije zelf geeft helaas echter minder blijk van zelfvertrouwen dan op grond van de gunstige economische situatie gerechtvaardigd zou zijn. Het land staat onvriendelijk tegenover zijn Hongaarse minderheid en schrikt er zelfs niet voor terug om de Hongaren om etnische redenen te bedreigen.

Dankzij de EU en de NAVO geen gewapend conflict

Veel waarnemers benadrukken in het kader van deze situatie hoe belangrijk het is dat de Europese Unie bestaat. Zij zijn van mening dat de EU en in het lidmaatschap van de NAVO van Hongarije en de meeste van zijn buurlanden de zekerheid schept dat de situatie niet zal uitmonden in een etnisch conflict of zelfs een gewapende confrontatie. Ik ben daar niet zo zeker van. De Europese Unie is gebaseerd op een idealistisch idee, dat uitgaat van het "soft power" concept, oftewel op basis van een zeker niveau van democratie en politiek elitarisme. Maar tot nu toe heeft de Unie het kader van een gemeenschap van staten niet weten te overstijgen.

De Europese Unie beschikt niet over adequate middelen waarmee het Hongaars-Slowaakse conflict, dat vrij snel zou kunnen overslaan naar de rest van de Balkan, tot staan zou kunnen worden gebracht. De onderhandelingstechnieken en pressiemiddelen van Brussel zijn slechts tot op zekere hoogte effectief. De Europese Unie levert hiermee het bewijs dat ze slechts een supranationale gemeenschap zonder veel macht is. Het nationalisme, of zoals de tegenstanders van Europa het noemen de 'natiestaten', nemen nog altijd een sterkere positie in dan de Unie. En dat zou wel eens hele onverwachte gevolgen kunnen hebben.