Er is een gerede kans dat de Europese Unie deze week een goede stap zet. Ik verwacht dat de ministers van financiën tot een verstandig akkoord zullen komen over het Europese 'Special Purpose Vehicle' [het Europese Stabilisatiefonds] waarmee wordt beoogd de zwakkere leden van de eurozone te beschermen.

Door onzekerheid over de reikwijdte van dit Europese Stabilisatiefonds ontstond er vorige week grote onrust op de Europese kapitaalmarkten. Ook verschenen er in de Duitse media berichten waarin werd gesteld dat Franse banken grote aantallen Griekse obligaties bij de Europese Centrale Bank aan het onderbrengen waren, wat de instabiliteit verergerde. Er waren geen harde bewijzen om dit te ondersteunen, maar het werd ook niet ferm ontkend, waardoor de markten een paar dagen lang geteisterd werden door argwaan.

De toename van de verspreiding van soevereine obligaties van vorige week was te wijten aan slechte communicatie. Er zou nooit paniek zijn uitgebroken op de markt als de Europese Centrale Bank nadere details had verstrekt over de aanschaf van obligaties, of als de Europese ministers van financiën duidelijk hadden aangegeven over welke onderdelen van het SPV al dan geen akkoord was bereikt. Bij gebrek aan informatie gaan mensen uit van het ergste. En dat is vorige week gebeurd.

De Europese Centrale Bank moet ons gaan vertellen wat zij koopt en hoe de leden stemmen

De Europese Unie, en de Europese Centrale Bank in het bijzonder, blinken niet uit in transparantie. Het wordt tijd dat de Europese Centrale Bank ons duidelijk vertelt wat zij koopt en hoe de leden stemmen. Volgens mijn informatie heeft alleen Axel Weber, president van de Duitse Bundesbank, officieel zijn hand opgestoken en tegen het programma van de Europese Centrale Bank voor de aanschaf van obligaties gestemd. Hij was echter niet de enige die hierover tijdens de discussies zijn bezorgdheid had geuit. Ik heb ook andere, minder geloofwaardige, versies gehoord over een ander stempatroon. Dus wie heeft het bij het rechte eind? Het gaat erom dat we hierover niet in zulke onzekerheid zouden behoeven te verkeren.

Er zijn veel goede redenen voor een grotere mate van transparantie. Een crisis met verstrekkende gevolgen zoals deze kan enkel en alleen worden opgelost als er openheid van zaken wordt gegeven. De Europese Centrale Bank heeft tot dusver een goede crisis doorgemaakt, maar het achterhouden van belangrijke informatie is onverantwoordelijk en kan gevaarlijk zijn.

De discussie over transparantie is niet nieuw. Ik herinner me dat ik er al in 1998 over heb geschreven. Jarenlang hebben waarnemers gezegd dat het stabiliteits- en groeipact, dat ten grondslag ligt aan het lidmaatschap van de eurozone, zelfs nog geen middelgrote storm zou kunnen doorstaan, dat sancties niet werken, dat we degelijke systemen voor crisisbeheer moeten hebben, dat er verschillende toetredingscriteria tot de eurozone moeten gelden, en dat centrale banken transparant moeten zijn. Op al deze punten kregen zij nul op het rekest.

Waarnemers van de ECB ontpopten zich als Kremlinologen

De Europese Centrale Bank heeft getracht elke vorm van discussie over transparantie in de kiem te smoren, met het argument dat de leden van de Raad van Bestuur daardoor in hun thuisland onder grote druk zouden komen te staan. En zo ontpopten waarnemers van de Europese Centrale Bank zich als Kremlinologen, die constant speculeerden over de gedachtegang van de Europese Centrale Bank en over de werkelijke bedoelingen die achter haar woorden schuilden. Van tijd tot tijd staken samenzweringstheorieën de kop op. En toen de crisis aanhield, leidde geheimzinnigheid tot giftige speculaties, wat de problemen weer heeft versterkt.

In 2003 heeft de Europese Unie tijdens de Conventie voor een Europese grondwet, die uiteindelijk heeft geleid tot het Verdrag van Lissabon, een grote kans gemist om al deze problemen aan te pakken. Er doet zich nu een nieuwe kans voor, maar ik houd mijn adem niet in. Voor mij staan transparantie en verantwoordingsplicht van centrale banken boven aan de prioriteitenlijst van goed bestuur. Ik zet geen vraagtekens bij de onafhankelijkheid van de Europese Centrale Bank. Maar de ECB zou er ten minste toe gedwongen moeten worden om het stemgedrag tijdens vergaderingen te publiceren, zonder de leden individueel te identificeren. Idealiter zou zij nog verder moeten gaan en openbaar moeten maken wie wat heeft gestemd.

Aan het begin van de monetaire unie kon ik me nog neerleggen bij het argument dat bestuurders van centrale banken onder druk zouden kunnen komen te staan om een stem uit te brengen in het belang van hun eigen land. Dit argument houdt 10 jaar later echter geen stand. Als dat nog steeds het geval was, zouden we de hele bank wel kunnen sluiten.

Bij de aanschaf van obligaties heeft het publiek een democratisch recht op informatie

Anne Sibert, hoogleraar economie aan Birkbeck College in Londen en extern lid van het comité inzake monetair beleid van de centrale bank van IJsland, beargumenteert in een nieuw vakblad dat er twee soorten verantwoordingsplicht zijn: formeel en substantieel rekenschap. Substantiële verantwoordingsplicht houdt in dat er sancties mogelijk zijn wanneer de doelstelling niet is bereikt. De ECB is nog niet eens formeel verantwoordingsplichtig. Anne Sibert stelt: "Er kan pas sprake zijn van formele verantwoordingsplicht als de Europese Centrale Bank transparant is, dat wil zeggen dat zij burgers moet informeren over maatregelen en besluiten en deze moet rechtvaardigen. De Europese Centrale Bank staat bekend om de ondoorzichtigheid van haar monetaire beleid en legt misschien zelfs minder transparantie aan de dag in haar rol voor financiële stabiliteit." In het concrete geval van de aanschaf van obligaties, waarbij de Europese Centrale Bank een quasi-fiscale speler wordt, heeft het publiek een democratisch recht op informatie. Niet alleen over totale volumes, maar over de precieze obligaties die de Europese Centrale Bank heeft gekocht.

Het probleem van gebrek aan transparantie blijft niet beperkt tot de Europese Centrale Bank. Ook in Brussel doet dit zich gevoelen. De bredere discussie over bestuur onder aanvoering van de voorzitter van de Europese Raad, Herman Van Rompuy, is met net zoveel geheimzinnigheid omgeven als vergaderingen van de Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank. Die geheimzinnigheid leidt ook tot speculatie, waaruit ontkenningen en afwijzingen voortvloeien en waarmee een echte discussie dus onmogelijk wordt gemaakt. Ik heb de indruk dat de huidige besprekingen in Brussel en Frankfurt hoofdzakelijk gaan over Brussel en Frankfurt, en niet over het uitstippelen van duurzame oplossingen. Daarvoor moet zich eerst een veel grotere crisis aftekenen, en die zal waarschijnlijk ook uitbreken.