Subcultuur: sociale, etnische, regionale, economische groep die specifieke gedragingen vertoont die deze onderscheiden van de andere leden van een maatschappij of een bredere cultuur.” Zo luidt de definitie van een online woordenboek.

Meestal wordt de term ‘subcultuur’ in verband gebracht met undergound of clandestiniteit. Marginale gemeenschappen die zich opzettelijk willen onderscheidenvan de meerderheid zijn er altijd geweest. Maar sinds de hippiebeweging in de jaren zestig toen de communicatiemiddelen, protest en oproer een grote vlucht namen, is alles wat anders en alternatief is populair geworden, door de industrie opgepakt en geëxploiteerd, en omgezet in vermaak.

Eind jaren negentig gaf de Franse socioloog Michel Maffesoli een nieuwe betekenis aan de gebruikelijke definitie van het begrip, met de creatie van de uitdrukking ‘tribus urbains’ (stedelijke stammen, groepen) in zijn boek “Le temps des tribus : le déclin de l’individualisme dans les sociétés postmodernes” (“Het stammentijdperk: de teneergang van individualiteit in postmoderne maatschappijen”). Het boek biedt een nieuwe kijk op het fenomeen: hoewel men oorspronkelijk op grond van individuele motivaties deel is uit gaan maken van stedelijke subculturen, ligt een soort stammenvorming op de loer.

Het is echter steeds duidelijker dat de tolerantie jegens verschillende groepen – op het gebied van levenswijze, kleding, muziekvoorkeuren, enz. – van uitzondering regel geworden is. Die groeperingen voelen zich geen randgroepen meer. In de grote steden in Europa of Amerika lopen stellen romantisch hand in hand naar musea, theater en de opera, of ze nu punk, grunge, gothic of ‘emos’ zijn [afkorting voor emotionaliteit, refererend aan een generatie gevoelige jongeren].

De nieuwste groep die een zekere onrust oproept door de gewelddadige houding is de hiphopbeweging. En ook daar is van alles veranderd: in zijn artikel "Etre européen dans l’expérience des jeunes" ["Europees-zijn zoals jongeren dat beleven"], verschenen in dit blad, vertelt de Finse journalist Tommi Laitio dat toen de rap uit de Verenigde Staten naar Europa kwam deze stroming regionale en nationale tintjes kreeg die soms weinig meer te maken hadden met de oorspronkelijke rap. Jonge Turken rappen in Duitsland, waar hun ouders werken. De Nederlanders, Oostenrijkers en Portugezen rappen in dialect. En de Polen gebruiken rap voor vaderlandslievende verzen. Ook de grote kleding- en schoenenmerken, de media en zelfs openbare instellingen maken om een steeds jonger publiek te trekken vaak gebruik van hiphop, dat vroeger als protest diende.

De vraag of subculturen door de meerderheid getolereerd kunnen worden, of dat ze nog een symptoom van het generatieconflict kunnen zijn, is dus niet meer aan de orde. Onze enige zorg met betrekking tot subculturen is dat hun afwijkende levensstijl niet meer slechts een alternatief is, maar hun enige kans- vooral in Oost-Europese landen waar het onderwijssysteem en de algemene aandacht voor pubers en jongeren kunnen worden samengevat als 'ze zoeken het maar uit, net als ik op hun leeftijd'.