De Europese Commissie is politiek gezien praktisch verdwenen. De mensen die daar nog aan twijfelden krijgen dezer dagen het bewijs daarvoor geleverd. De Commissie is de grote afwezige bij de debatten, terwijl ze het wetsvoorstel voor het begrotingsprogramma voor 2014 – 2020 (“budgettaire meerjarenplanning”) moet verdedigen tegenover de 27 staatshoofden en regeringsleiders. Dat is de voornaamste handeling tijdens haar zittingsperiode die de komende zeven jaar richting geeft aan de Europese Unie.

Toch lijkt niemand meer geïnteresseerd in wat de Commissie te zeggen heeft, of het nu lidstaten zijn, de media of de gewone burgers. Het gaat in dit geval niet om moord maar om een door Commissievoorzitter José Manuel Durão Barroso georganiseerde zelfmoord, die beslist desastreuze gevolgen heeft voor een instelling die nog niet zo heel lang geleden toch een van de drijvende krachten achter de eenwording van Europa was.

In het verleden werden bij de strijd om de begroting steevast alle middelen van de Commissie ingezet: de Commissie zit immers aan de knoppen, niet alleen omdat zij de voorstellen doet, maar ook omdat zij richting geeft aan de Europese Unie, mits ze erin slaagt de lidstaten en de publieke opinie, die druk uitoefent op de lidstaten, te overtuigen dat haar koers de juiste is. Dat is niet zo vanzelfsprekend voor een instelling met een zwakke legitimiteit, vandaar dat ze uitermate politiek ingesteld moet zijn. Politiek bedrijven is niet alleen handelen, maar ook mensen overtuigen van de juistheid je handelen. Dat spreekt toch voor zich?

Een compleet overtuigingsapparaat

Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie van 1985 tot 1995, kon dat als geen ander. In 1987 bedacht hij de “financiële vooruitzichten”, de wet op de meerjarenbegroting, bedoeld om af te rekenen met de jaarlijkse financiële drama’s, waarbij hij altijd elke politieke actieradius wist te benutten. Een ware hondenbaan, maar wel eentje die vruchten afwierp.

In 1992 volgde ik de onderhandelingen over het “pakket Delors II” (1993-1999). Ik herinner me nog de tijd en energie die de Commissie besteedde om de media, noodzakelijk als verbindend element voor de Europese publieke opinie, uit te leggen en te overtuigen. Iedereen stak de handen uit de mouwen, niet alleen Delors zelf, maar ook zijn kabinetschef Pascal Lamy, de eurocommissarissen en de directeuren-generaal van de Commissie, zowel in als buiten beeld en tijdens persconferenties, om uit te leggen waar het om ging en met de cijfers onder handbereik. Een compleet overtuigingsapparaat dat dit ongelooflijk efficiënt deed en dat ook bleef doen onder [de opvolgers van Delors] Jacques Santer en Romano Prodi.

Onder Barroso is dit apparaat echter vastgelopen. De man heeft nooit goed kunnen communiceren en voelt zich slecht op zijn gemak in aanwezigheid van de pers. Je zou dan toch mogen verwachten dat het financiële plan 2014-2020, dat immers zijn politieke testament vormt, hem wakker zou schudden. Niets is minder waar. Integendeel, hij heeft het slechter gedaan dan ooit.

Op het laatste moment werd er op 29 juni 2011 een verlate persconferentie ingelast, waarbij het dikke dossier van de Commissiewerd gepresenteerd, zonder dat daaraan enige voorbereiding of mijnen ruimen vooraf was gegaan. Hoe kunnen journalisten nu vragen stellen als ze pas kennis kunnen nemen van het plan op het moment dat het wordt gepresenteerd? Iedereen moest zelf maar zien uit te vissen waar het precies om ging. Met het oog op de enorme complexiteit van het onderwerp was dat bijzonder ontmoedigend. Slechts één woordvoerder nam het op zich om de grote lijnen van het begrotingsprogramma voor de media te ontcijferen.

Van Rompuy is blijven communiceren

En daarna? Niets, helemaal niets. Een jaar zonder enige communicatie naar de buitenwacht. Een afwezige voorzitter, die vooral probeert de invloed van Herman Van Rompuy, voorzitter van de Europese Raad, te overtroeven bij de lidstaten en het Europees Parlement, bangige eurocommissarissen die nauwelijks durven te spreken met de media, directeuren-generaal die zich schuilhouden in hun kantoren in plaats van uit te komen leggen wat er precies op het spel staat bij de onderhandelingen.

Het resultaat: vrij spel voor de lidstaten die allerlei lelijke dingen kunnen roepen over wat ze vinden van de voorstellen van de Commissie (en die dat ook niet nalaten, iedereen heeft wel wat te zeggen) en voor Herman Van Rompuy, in plaats van de Commissie belast met de taak om tot een compromis te komen met de cijfers van de Commissie als basis. Van Rompuy is blijven communiceren, zodra hij aan de onderhandelingen begon. Maar hij vond niemand tegenover zich.

De Commissie is gewoon compleet verdwenen uit het debat in plaats van dat ze daar het middelpunt vormt. Je kunt geen invloed uitoefenen of meedoen aan het spel als je gaat zitten mokken of achter de schermen in Brussel blijft rondlopen. Wie kan het laatste interview van Barroso in de media noemen? Niemand en dat is ook logisch, want hij spreekt niet meer met de media. Zijn redevoering van 21 november voor het Europees parlement zette ook geen zoden aan de dijk: bijna niemand was komen opdagen in Straatsburg wegens de gelijktijdige voorbereidingen voor de eurogroep en de Europese top.

Barroso was helemaal in beslaggenomen door zijn institutionele spelletje was daarbij vergeten dat hij ook, zoniet in de eerste plaats, de Europese burger moest overtuigen. Dat hij politiek moest bedrijven in plaats van lobbyen of secretaris spelen. Nu gaat hij op twee fronten verliezen: tegenover de lidstaten die met de dag minder belangstelling tonen voor zijn instelling en tegenover de publieke opinie die hem met de dag meer negeert. Petje af!