Samenleving: De middenklasse in opstand

Een muurschildering in het dorp Orgosolo (Sardinië) geïnspireerd op het bekende schilderij van Eugène Delacroix, "La Liberté guidant le peuple"
Een muurschildering in het dorp Orgosolo (Sardinië) geïnspireerd op het bekende schilderij van Eugène Delacroix, "La Liberté guidant le peuple"
10 april 2013 – Wprost (Warschau)

Onze politieke leiders realiseren zich niet dat zij op een kruitvat zitten, waarschuwt de Poolse filosoof Marcin Król. Want de middenklasse, die men elk perspectief op sociale promotie ontzegt, zou een revolutie wel eens kunnen zien als laatste redmiddel om gehoor te vinden.

In tegenstelling tot de gangbare opvattingen worden revoluties in het Westen niet in gang gezet door de onderlaag van de samenleving, maar wel degelijk door de middenklasse. Zo ging het met alle revoluties, om te beginnen met de Franse Revolutie. Een uitzondering hierop vormde de Oktoberrevolutie [onderdeel van de Russische Revolutie van 1917, red.], die gezien kan worden als een staatsgreep die gepleegd werd in een situatie van enorme politieke chaos.

Wanneer zal de middenklasse besluiten om de revolutie uit te roepen? Allereerst gaat het hier niet om de middenklasse in haar geheel – zelfs niet om een georganiseerde groepering en nog minder om een gemeenschap – maar eerder om de leiders van die middenklasse: degenen die momenteel de verkiezingen winnen in Europa en die men onverantwoordelijk noemt (omdat ze niet tot de traditionele, door ouderen gevormde politieke klasse behoren), maar die ineens niet alleen heel populair, maar ook nog eens verrassend doeltreffend blijken te zijn.

Een nieuwe vorm van discriminatie

In het klassieke geval van de Franse Revolutie waren het advocaten, ondernemers, ambtenaren van de toenmalige overheid en een deel van de legerofficiers die aan de spits van de revolutie stonden. De economische factor was weliswaar belangrijk, maar niet doorslaggevend. De revolutionaire beweging werd in de eerste plaats aangejaagd door het gebrek aan openheid in het openbare leven en het feit dat er geen enkel zicht was op verbetering van de maatschappelijke positie. Toen de aristocratie probeerde de invloed van advocaten en zakenlieden tot elke prijs in te dammen, gaf zij de aanzet tot de revolutie. Behalve in het brave Engeland was de nieuwe middenklasse – met tweederangsburgers – nergens in Europa in staat om over haar eigen lot te beslissen.

Hoe staat het tegenwoordig met deze discriminatie? Op dat punt zijn er zowel verschillen als overeenkomsten. De aristocratie heeft weliswaar niet langer het alleenrecht op de besluitvorming, maar bankiers, beursspeculanten en managers die honderden miljoenen euro´s verdienen, weten de middenklasse er wel handig van uit te sluiten, hetgeen ernstige gevolgen heeft voor deze groep. Cyprus is daar een recent en veelzeggend voorbeeld van.

De dominantie van ouderen

Maar er zijn nog veel meer voorbeelden. Kijk maar naar de universitaire docenten, die niet alleen in Polen, maar in heel Europa voor hun baan vrezen, vooral als zij de pech hebben les te geven in een vak dat door de Europese Unie, de lidstaten en de multinationals die de arbeidsmarkt dicteren, niet bepaald als nuttig wordt beschouwd.

In Slowakije bijvoorbeeld zijn de menswetenschappen nagenoeg weggevaagd, waardoor academici die gespecialiseerd zijn in geschiedenis, grammatica, etnografie of logica zich ernstig zorgen moeten maken. En binnen afzienbare tijd zullen andere beroepsgroepen volgen, zoals ambtenaren in overheidsdienst. Hun aantal is in het verleden letterlijk geëxplodeerd. Is dat hun schuld? Natuurlijk niet. En wat voor mogelijkheden zijn er nog voor een ontslagen ambtenaar met 15 dienstjaren, die altijd de zekerheid van een vaste baan heeft gehad? Waarschijnlijk niet veel. Hetzelfde geldt voor afgestudeerde jongeren die geen toegang krijgen tot de arbeidsmarkt, evenals voor kunstenaars, journalisten en andere beroepen die door de opkomst van de digitale sector kwetsbaar zijn geworden.

Revoluties ontstaan door uitsluiting – van de arbeidsmarkt of van het besluitvormingsproces – en door het democratisch tekort. Ze keren zich ook tegen de generatiekloof, of simpelweg tegen de dominantie van ouderen.

Maar willen wij nu een revolutie, of niet?

Het is namelijk geen toeval dat de leiders van de Franse Revolutie rond de dertig waren, terwijl de gemiddelde leeftijd van de besluitvormers op het Congres van Wenen (1815), dat de conservatieve orde in Europa herstelde, boven de zestig lag. De leeftijd van de huidige Europese leiders ligt hoofdzakelijk tussen de vijftig en zestig jaar, maar gezien de ontwikkelingen in de geneeskunde kun je ervan op aan dat Angela Merkel, David Cameron, Donald Tusk en François Hollande over twintig jaar nog altijd de dienst uitmaken. Tenzij ze door een revolutie worden verdreven.

Ieder streven van de huidige – merendeels jonge – middenklasse om vooruit te komen, wordt geblokkeerd door ofwel miljardairs, ofwel ouderen, of in ieder geval door mensen die op een 25-jarige als zodanig overkomen. Dat is een explosieve situatie. Wij moeten niet denken dat jongeren die tegen het systeem in gaan, maar die onbekend zijn met het taalgebruik van politieke partijen en gestructureerde politieke bewegingen, niet in staat zijn tot een georganiseerde opstand. Toch is er nog nooit een revolutie gevoerd uit naam van één bijzondere maatregel, zoals een strenger bankentoezicht. De reden was altijd dat mensen niet langer op een bepaalde manier konden leven. Heel anders dan bij de methoden van politieke partijen wordt bij een revolutie geen politieke taal gebezigd. Een revolutie schreeuwt en krijst; een revolutionair geluid is van nature chaotisch, maar soms heel goed verstaanbaar.

Maar willen wij nu een revolutie, of niet? Volgens mij vermoedelijk niet, want revolutie betekent totale vernietiging, alvorens er een nieuwe orde wordt opgebouwd. Dit gezegd hebbende, realiseren onze politieke leiders zich nog altijd niet dat zij op een kruitvat zitten. Ze hebben het niet door, omdat ze geobsedeerd zijn door slechts één gedachte, namelijk om terug te keren naar de stabiliteit van tien of dertig jaar geleden. Ze weten niet dat de geschiedenis een terugkeer naar het verleden uitsluit en dat hun goede bedoelingen veel overeenkomsten vertonen met de terechte uitdrukking van Karl Marx: de geschiedenis herhaalt zich, eerst als tragedie en daarna als klucht.

Factual or translation error? Tell us.