Als het over de democratie gaat, lijkt het debat in Italië gepolariseerd: enerzijds zijn er degenen, zoals de leden van de Vijfsterrenbeweging, die voorstander zijn van een directe elektronische democratie, waarbij de volksvertegenwoordigers een louter uitvoerende macht houden. Aan de andere kant zijn er de pleitbezorgers van de representatieve democratie, zoals we die de afgelopen decennia in Italië hebben gekend, omdat ze van mening zijn dat dit ondanks zijn gebreken het best mogelijke systeem is.

We moeten verder kijken dan deze tegenstelling en ruimte bieden aan nieuwe ideeën: de meest hoopvolle vooruitzichten voor de toekomst van de democratie liggen immers elders. Maar voordat we ons op de toekomst richten, zouden we wellicht nog eens naar de context moeten kijken.

Partijen buitengewoon machtig

Ten eerste: de politieke partijen zijn in Italië al jaren het minst gewaardeerde politieke instituut. Volgens opiniepeilingen komt het tevredenheidspercentage vaak niet eens boven de tien procent uit. Dit op zich opzienbarende gegeven betekent niet dat de Italianen de politieke partij als zodanig hebben afgeschreven. Het betekent alleen dat ze niet tevreden zijn met de Italiaanse politieke partijen in hun huidige vorm. De partijen hebben tot nu toe verzuimd om op gepaste wijze te reageren op deze legitimiteitscrisis, die nog eens wordt versterkt door een toenemende mate van stemonthouding.

Ten tweede is er het feit dat de partijen ondanks het immense wantrouwen nog buitengewoon machtig zijn. Ze monopoliseren in feite het openbare leven, terwijl deze macht niet eens wordt gelegitimeerd door een hoog ledental.

Het derde en laatste gegeven is het globaliseringsproces, waardoor democratieën sinds de jaren zeventig steeds minder in staat zijn om de economie te sturen, wat onder meer heeft geleid tot een wijdverbreide toename van de ongelijkheid.

Leven in ondoorzichtig politiek systeem

Al met al wekt het dus geen verbazing dat veel burgers het gevoel hebben in een ondoorzichtig politiek systeem te leven, waarin hun stem alleen tijdens de verkiezingen telt en dan nog alleen binnen een politiek aanbod waarop ze geen enkele invloed kunnen uitoefenen. Kortom, een zwakke democratie.

Tijdens de decennia waarin de zwakke democratie is bestendigd, heeft echter ook een ander proces plaatsgevonden, namelijk de verspreiding van de digitale revolutie; eerst alleen in de ontwikkelde wereld en vervolgens in steeds meer delen van de wereld.

Meer en meer mensen hebben computers tot hun beschikking en beginnen het internet te gebruiken om te communiceren, zich te organiseren, om hun mening te verkondigen, om informatie te vinden en nog veel meer. Er zijn nu al miljoenen burgers die, in reactie op de zwakke democratie, hebben geleerd om zelf aan informatie te komen en betrokkenheid en transparantie eisen.

Invloed op politiek verwaarloosbaar

Hun online-activiteiten vormen een wirwar van nu en dan oppervlakkigheid en paranoia, maar ook van veel gezond kritische burgers, die toegang willen tot informatiebronnen en zelf willen nadenken over fundamentele vraagstukken, zoals de onlineforums in heel Europa bewijzen. Het is gemakkelijk om deze discussies belachelijk te maken, maar ze staan niet zo ver af van de debatten die de moderne tijd, met de Engelse revolutie voorop, hebben ingeluid.

Maar terwijl miljoenen burgers steeds vaker gebruik maakten van het internet om zich te informeren, te discussiëren en zich te organiseren, sloten de politieke partijen de ogen voor de transformatie die miljoenen van hun potentiële kiezers (vooral de jongste) doormaakten. En dat doen ze voor een groot deel nog steeds.

Bovendien vonden de regeringspartijen het niet belangrijk om nieuwe instrumenten voor directe democratische participatie in te voeren. Met andere woorden, terwijl het internet een steeds grotere en sterkere invloed kreeg op het politiek bewustzijn van de mensen, bleef de invloed ervan op de politiek verwaarloosbaar.

Superieur aan representatieve democratie

Door de laksheid van de partijen kon zich, eerst in kleine kringen en vervolgens op steeds grotere schaal in de maatschappij, een belangstelling voor vormen van directe e-democracy ontwikkelen. Tegenover het partijenstelsel, dat als ondoorzichtig, kortzichtig en vaak corrupt werd gezien, ontspon zich het idee van de directe democratie, dat als wezenlijk superieur aan de representatieve democratie wordt beschouwd. Er zijn echter wel wat kritische kanttekeningen te plaatsen bij de toepassing van de e-democracy op grote gemeenschappen zoals een heel land.

Ten eerste mag door de, vaak terechte, kritiek op het Italiaanse politieke systeem niet worden vergeten dat de kunst van de politiek essentieel is voor de democratie, zoals Bernard Crick in 1963 in zijn klassieke ‘In Defence of Politics’ schrijft; een kunst die is gebaseerd op deugden als behoedzaamheid, verzoening, compromis en aanpassingsvermogen.

Ten tweede is er een verschil tussen permanente opiniepeilingen en verkiezingen: democratie vereist overleg, een nauwgezette afweging van de voors en tegens en het vermogen om betekenis en samenhang toe te kennen aan politieke parcours. Een derde punt van kritiek is de digitale kloof: de helft van de Italianen is digibeet en zij vormen vaak de zwakkere groepen uit de samenleving, zoals ouderen en gezinnen van laagopgeleiden. Zij mogen niet worden uitgesloten.

Continue dialoog tussen kiezers en verkozenen

Het is dus veel nuttiger om na te denken hoe de representatieve democratie kan worden omgevormd tot een democratie met meer participatie, of, zoals Stefano Rodotà het noemde, een continue democratie. Er zijn niet alleen talloze voorstellen in deze richting, er is zelfs als met succes mee geëxperimenteerd. Behalve de continue dialoog tussen kiezers en verkozenen lopen deze experimenten uiteen van overleg en het participatieve budget (zoals het project van Porto Alegre) via de bindende opiniepeilingen zoals voorgesteld door James Fishkin en proactieve referenda tot de verplichting om in het parlement wetsvoorstellen van burgerinitiatieven te behandelen en het Franse débat public. Of, op Europees niveau, de richtlijnen voor het burgerinitiatief, dat dankzij het Verdrag van Lissabon is ingevoerd.

De politieke partijen zouden precies met dergelijke voorstellen moeten komen en deze eerst op zichzelf toepassen en vervolgens op lokaal, nationaal en Europees niveau. Met andere woorden, de oplossing voor de huidige crisis is niet ofwel de directe e-democracy, ofwel het behoud van het status quo, maar een evolutie – geleid door grondig hervormde partijen (of volstrekt nieuwe partijen) – van de representatieve democratie naar vormen met meer participatie: zal er een partij zijn die deze uitdaging aankan?