"Europa heeft een democratisch tekort."

Nee, maar het heeft wel een legitimiteitsprobleem. Sceptici beweren al jaren dat Europa een "democratisch tekort" heeft omdat de Europese Commissie, die leiding geeft aan de EU, een niet-gekozen orgaan is of omdat het Europees Parlement onvoldoende bevoegdheden heeft.

De leden van de Europese Commissie worden echter rechtstreeks door de nationale regeringen gekozen en die van het Europees Parlement rechtstreeks door de kiezers. Over het algemeen worden besluiten op EU-niveau gezamenlijk door democratisch verkozen nationale regeringen en het Europees Parlement genomen. Vergeleken met andere staten of zelfs een ideale democratie zijn er bij de EU meer controles ingebouwd. Bovendien zijn er binnen de EU grotere meerderheden nodig om wetgeving aan te nemen. De Europese Unie is volop democratisch.

Technocratisch project

De eurozone heeft echter een meer fundamenteel legitimiteitsprobleem door de wijze waarop hij is geconstrueerd. De besluiten worden weliswaar door democratisch verkozen leiders genomen, maar de EU is in de kern een technocratisch project gebaseerd op de "methode-Monnet", die is genoemd naar de Franse diplomaat Jean Monnet, een van de grondleggers van een geïntegreerd Europa.

Bij deze stapsgewijze strategie – eerst een kolen- en staalgemeenschap, vervolgens een interne markt en uiteindelijk een eenheidsmunt – werden steeds meer gebieden uit de politieke sfeer getrokken. Maar hoe meer succes dit project boekte, hoe meer de bevoegdheden van de nationale regeringen aan banden werden gelegd en hoe meer verzet er kwam vanuit populistische hoek.

Om de huidige crisis op te lossen, halen de lidstaten en EU-instellingen nu nieuwe gebieden van economische beleidsvorming uit de politieke sfeer. Onder aanvoering van Duitsland hebben de eurolanden een "begrotingspact" getekend waarmee zij zich voor onbepaalde tijd aan bezuinigingen binden.

Ernstig demografisch probleem

Het gevaar is reëel dat deze aanpak tot een democratie zonder echte keuzes zal leiden: de burgers kunnen wel van regering, maar niet van beleid veranderen. Dus ja, de Europese politiek heeft een legitimiteitsprobleem; de oplossing ligt vermoedelijk meer in een beleidswijziging dan bijvoorbeeld in het verlenen van extra bevoegdheden aan het Europees Parlement. Wat de sceptici ook beweren, het Parlement heeft al een heleboel macht.

"Nog even en Europa valt van een demografische klif."

Dat geldt voor bijna iedereen. De EU heeft zeker een ernstig demografisch probleem. In de Verenigde Staten zal de bevolking in 2050 naar verwachting gegroeid zijn tot 400 miljoen. In de EU wordt in eerste instantie ook een groei verwacht, van 504 miljoen nu tot 525 miljoen in 2035, maar vervolgens zal het aantal inwoners geleidelijk afnemen tot 517 miljoen in 2060, volgens Europa's officiële bureau voor de statistiek.

Daarnaast is Europa aan het vergrijzen. De prognose luidt dat tussen nu en 2060 de beroepsbevolking zal dalen van 308 miljoen tot 265 miljoen. Daardoor zal de afhankelijkheidsratio van ouderen (het aantal 65-plussers als percentage van de totale beroepsbevolking) stijgen van 28 procent in 2010 tot 58 procent in 2060.

Flink wat hoofdpijn

Niet alleen Europa zit echter opgescheept met demografische rampspoed. Bijna alle grootmachten van de wereld hebben last van vergrijzing – en sommige in nog sterkere mate dan Europa. De mediane leeftijd [de leeftijd waarbij de ene helft van de bevolking ouder is en de andere helft jonger, red.] in China zal naar verwachting stijgen van 35 tot 43 in 2030, in Japan van 45 tot 52 en in Duitsland van 44 tot 49. Maar Groot-Brittannië zal slechts een lichte stijging kennen, van 40 naar 42, vergelijkbaar met de Verenigde Staten, een van de machtsblokken met de beste demografische vooruitzichten.

De bevolkingssituatie zal Europa dus inderdaad flink wat hoofdpijn bezorgen. Op korte termijn kan de politiek gecompliceerd zijn, maar immigratie biedt de mogelijkheid zowel de vergrijzing als de inkrimping van de Europese bevolking te temperen, afgezien van een eventuele aftakeling van het continent.

Er is namelijk geen gebrek aan jongeren die naar Europa willen komen. Op de middellange termijn kunnen de lidstaten de pensioenleeftijd verhogen, eveneens een politiek heet hangijzer, waarmee velen echter op dit moment te maken krijgen. Op de lange termijn kan slim gezinsvriendelijk beleid zoals kinderbijslag, heffingskortingen en door de staat gefinancierde dagopvang de Europeanen aanmoedigen meer kinderen te krijgen. Maar eigenlijk ligt Europa al voor op de rest van de wereld in het bedenken van oplossingen voor het probleem van een vergrijzende maatschappij. De Chinezen, die in hetzelfde schuitje zitten, zouden daaraan een voorbeeld kunnen nemen.

Grootste handelspartner van China

"Europa speelt geen rol in Azië."

Jawel. Dikwijls wordt gezegd – vooral Kishore Mahbubani van Singapore laat luid en duidelijk van zich horen – dat de EU wellicht een rol kan blijven spelen in haar eigen omgeving, maar niet in Azië, de belangrijkste speler op het wereldtoneel in de 21e eeuw.

Maar Europa heeft al vaste voet aan de grond op dat continent. Het is de grootste handelspartner van China, de op een na grootste van India en van de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten (ASEAN), de op twee na grootste van Japan en de op drie na grootste van Indonesië.

Europa speelde een wezenlijke rol bij het opleggen van sancties tegen Birma en bij het opheffen daarvan nadat de militaire junta hervormingen begon door te voeren. Europa heeft geholpen het conflict in Atjeh, Indonesië, op te lossen en bemiddelt op Mindanao in de Filippijnen.

Niet erg geloofwaardig

Hoewel Europa geen zevende vloot in Japan heeft, werken sommige lidstaten al mee aan de veiligheid van Azië: de Britten hebben militaire faciliteiten in Brunei, Nepal en Diego Garcia en de Fransen beschikken over een marinebasis op Tahiti. En dit soort banden wordt steeds meer uitgebreid.

Zo heeft de Japanse premier Shinzo Abe, die de betrekkingen van Japan op het gebied van veiligheid tracht te diversifiëren, gezegd dat hij wil meedoen aan de Five Power Defence Arrangements, een veiligheidsverdrag dat ook door Groot-Brittannië is ondertekend. De lidstaten van de Europese Unie leveren ook geavanceerde wapens als gevechtsvliegtuigen en fregatten aan democratische landen als India en Indonesië. Dat maakt de bewering dat Europa geen rol speelt in Azië niet erg geloofwaardig.

Voorbarige conclusie

"Europa zal uit elkaar vallen."

Dat is een voorbarige conclusie. De kans dat Europa uiteenvalt is zeker aanwezig. In het gunstigste scenario ontstaat er een Europa van drie niveaus, bestaande uit een aantal kernlanden van de eurozone, "pre-ins" als Polen die de euro willen gaan invoeren en "opt-outs" als Groot-Brittannië die niet van plan zijn de eenheidsmunt te omarmen.

In een somberder scenario worden sommige eurolanden zoals Cyprus of Griekenland gedwongen de eenheidsmunt vaarwel te zeggen en stappen lidstaten als Groot-Brittannië helemaal uit de EU – met enorme implicaties voor de middelen van de EU en haar reputatie in de wereld. Het zou een tragedie zijn als een poging om de eurozone te redden, tot het uiteenvallen van de Europese Unie zou leiden. De Europeanen zijn zich echter bewust van dit gevaar en de politieke wil om dat te voorkomen, is beslist aanwezig.

Achteruitgang is een keuze

Het einde van het lange verhaal van Europa blijft grotendeels een onbeschreven blad. Het is niet een simpele keuze tussen grotere integratie en desintegratie. De hamvraag is of Europa de euro kan redden zonder dat de Europese Unie uiteenvalt. Als de lidstaten in staat zijn hun krachten te bundelen, krijgen zij de plek die hun toekomt naast Washington en Peking, zodat zij samen in de 21ste eeuw aan de wereld kunnen bouwen.

Columnist Charles Krauthammer deed de beroemde uitspraak "Decline is a choice" [Achteruitgang is een keuze]. Hij doelde daarbij op Amerika, maar ook voor Europa is deze uitspraak bijzonder actueel.

Lees hier het eerste gedeelte van het artikel.