Soms lijkt het bedrijfsleven op een spionagefilm, waarin de held stiekem geheime stukken fotografeert, en waarbij hij regelmatig om zich heen kijkt uit angst te worden betrapt door een verschrikkelijke KGB-agent. Deze manager van chemieconcern Degussa moest daar op die dag in april 2002 vast aan denken, toen hij zich met een fotocamera in de hand in een fraai kantoorgebouw in Zürich bevond, waar hij wanhopig probeerde bewijzen te verzamelen waarmee zijn bedrijf aan de toorn van de Europese Commissie zou kunnen ontsnappen.

Voor hem op tafel lagen documenten die 30 jaar van geheime afspraken vertegenwoordigen. Afspraken die werden gemaakt tussen een aantal chemische bedrijven, waaronder zijn eigen werkgever Degussa, en diens dochteronderneming Peroxid Chemie, maar ook AkzoNobel en Atofina, om een eerlijke verdeling aan te brengen in een bijzondere markt, die van organische peroxiden. Vanaf 1971 hielden deze bedrijven geheime vergaderingen, waarbij ze onderling klanten verdeelden en prijsafspraken maakten.

Stiekem belastende documenten fotograferen

De samenzwering heeft het bijna drie decennia volgehouden. Totdat ze verraden werden. In april 2000 besloot de directie van AkzoNobel bij de Europese Commissieaangifte te doen van de zwendel waarbij ze betrokken zijn. Plotselinge wroeging? Niet echt: de groep wilde alleen maar profiteren van wat de ‘clementieregeling’ wordt genoemd. Van de eerste partij die een kartel aangeeft waar hij zelf aan deelneemt, zal de gepeperde boete geannuleerd worden. Maar zelfs de andere deelnemers hebben er belang bij om mee te werken: de tweede die bekent, krijgt een korting van 30 tot 50% op zijn boete, de derde 20 tot 30% enz. De bescherming van de spijtoptant in de strijd tegen de maffia, aangepast aan het zakenleven. Na de bekentenis van Akzo breekt er paniek uit. Al snel doet Atofina hetzelfde. Een paar maanden later wil Degussa ook meewerken. Maar de bereidwilligheid van de directie van dat bedrijf raakt dan een beetje bekoeld door de houding van de Europese ambtenaren: “Het is goed van u dat u bij ons komt, maar om aanspraak te kunnen maken op een korting op uw boete, zult u met meer bewijzen moeten komen.” Wat nu? Alle documenten waaruit de afspraken blijken, liggen in Zürich, verborgen in de kluis van Treuhand, de Zwitserse onderneming die het kartel coördineert. Er is maar één oplossing: een directeur van Degussa neemt het vliegtuig naar Zürich, verzint een smoes om bij Treuhand binnen te komen en daar stiekem de belastende documenten te fotograferen. Enkele dagen later liggen alle foto’s op het bureau van de Commissie. En vooral die waarop de deal staat waarmee het allemaal begon, een roze papier uit 1971 waarmee het raamwerk voor het kartel werd vastgelegd. Het belangrijkste bewijsstuk waarmee Brussel zijn onderzoek kan afronden. In 2003 worden de straffen uitgedeeld. Degussa ontvangt inderdaad een korting van 25% op zijn boete van 34 miljoen euro.

Bedrijven staan in de rij om aangifte te doen

De ambtenaren van de almachtige ‘DG Comp’ – het Europese directoraat generaal voor mededinging – hebben tientallen van dit soort verhalen. Sinds tien jaar staan bedrijven bij wijze van spreken in de rij om hun geheime afspraken aan het licht te brengen. Ongeveer 80% van deze afspraken worden op Europees niveau dan ook bestraft dankzij een ‘klokkenluider’. “Dit programma [van kortingen op boetes bij aangifte] laat het systeem van kartelvorming eindelijk echt ontsporen. Alle ondernemingen die betrokken zijn bij dergelijke overeenkomsten vragen zich op een gegeven moment af of het niet verstandiger is aangifte te doen voordat ze zelf worden verraden”, legt Olivier Guersent uit. De huidige kabinetschef van Michel Barnier, commissaris voor de Interne Markt, kent het onderwerp van haver tot gort. Hij ontwierp deze procedure en wijzigde vervolgens de bestaande onderzoeksmethodes van de Commissie van A tot Z. In het begin was men in de wandelgangen van Brussel verre van eensgezind over deze nieuwe aanpak, die een kopie is van wat de Verenigde Staten een paar jaar geleden hadden geïntroduceerd. Een aantal ambtenaren sprak hun weerzin uit tegen deze zogenaamde ‘operatie schone handen’ waarbij kartelvorming volgens hen wordt beschouwd als een halsmisdaad…

In feite deelde de Commissie tussen 1995 en 1999 ‘slechts’ 292 miljoen aan boetes uit als straf voor verboden afspraken. Vervolgens veranderde alles: tussen 2000 en 2004 werd er al voor 3,4 miljard aan boetes opgelegd, en tussen 2005 en 2009 zelfs 9,4 miljard! Tussen 2010 en 2012 werd er inmiddels al 5,4 miljard geïnd. Zonder klokkenluiders zouden Brussel en de concurrentieautoriteiten heel wat meer moeite hebben om de wet te kunnen handhaven.

Lees hier deel twee