Tussen oktober 2008 en oktober 2010 heeft de Europese Commissie goedkeuring verleend aan overheidssteun voor banken voor een bedrag van 4.589 miljard euro. Dat bedrag komt overeen met het bbp van Roemenië over 45 jaar gerekend. We weten niet hoeveel van deze staatssteun onopgemerkt is verstrekt, omdat de Commissie (te) vrijgevig is geweest met dit soort financiering. In 2008 werd duizend miljard euro uitgegeven om banken te redden en in 2009 nog eens 250 miljoen. Voor alle andere economische sectoren bij elkaar bedroeg de goedgekeurde staatssteun in dezelfde periode 73 miljard euro (dat is 60 keer minder).

Deze overheidssteun omvat de steun die overheden hebben verleend aan bedrijven, met belastinggeld. Deze bedragen zijn toegekend op basis van regeringsbesluiten, beslissingen die fundamenteel concurrentiebeperkend en ondoorzichtig zijn en waarover burgers niet zijn geraadpleegd. Zonder het te weten is de Europese belastingbetaler betrokken geraakt bij deze poging, die op het randje van legitimiteit balanceert, om banken van de ondergang te redden.

De belastingbetaler betaalt niet alleen belasting, maar is daarnaast ook burger. En burgers hebben rechten, niet alleen plichten. De burger moet eerst de zekerheid hebben dat zijn rechten worden gewaarborgd, of tenminste de terechte hoop koesteren dat dit het geval is, voordat hij solidair wordt geacht te zijn met banken met hoge schulden, die aan de rand van de afgrond staan, en voordat hij in verband wordt gebracht met de risico's die hun productencombinaties vormen.

Wij willen geen belasting betalen die in een zwart gat verdwijnt

We accepteren dat we belastingen en heffingen moeten betalen, omdat we verwachten dat de overheid daarmee ons onderwijs, de gezondheidszorg, de openbare orde, justitie en defensie tijdig en correct financiert. De grote tekorten in deze systemen, veroorzaakt omdat de overheid het belangrijker vond om banken van het faillissement te redden, schaadt het plichtsgevoel van burgers om hun belasting te betalen. Wij willen geen belasting betalen als de overheid die in het zwarte gat laat verdwijnen van een financieel systeem dat zich (nog steeds) laat leiden door de slogan “greed is good”.

We willen best bijdragen aan ons sociale stelsel omdat we verwachten dat wij er, als dat nodig mocht blijken, zelf ook een beroep op kunnen doen. Dat we gebruik kunnen maken van financiële steun en sociale voorzieningen, zodat we een uitweg kunnen vinden uit een bepaalde situatie of een redelijk bestaan kunnen blijven leiden in geval van invaliditeit, ziekte, ouderschapsverlof, na een ongeval, enz.

Deze sociale voorzieningen worden lang van tevoren gefinancierd door de premieafdracht. Ze zijn belangrijker dan de noodzaak om een financieel systeem te redden dat verantwoordelijk is voor zijn eigen crisis en dat, in zijn totaliteit, op elke denkbare wijze winst heeft weten te boeken door gesjoemel bij diverse transacties op de financiële markten, met overheidssteun of door het jongleren met virtueel geld.

Banken en hun schuldeisers, waaronder ook houders van obligaties, moeten het risico van slechte investeringen zelf dragen. Het zijn professionals op het gebied van risico, ze weten hoe ze het risico van een belegging moeten inschatten en welke onderliggende middelen nodig zijn om dit risico te kunnen dragen.

Ze speculeren zelfs over de ontwikkeling van gebeurtenissen, accepteren op elk moment de mogelijkheid dat ze verlies lijden en daarom is het niet nodig noch wenselijk om hen te beschermen. Particulieren beschikken echter niet over dezelfde mogelijkheden als banken. Dat is ook de reden waarom ze via speciale wetten worden beschermd (als belegger, spaarder, consument of belastingbetaler).

Burgers zijn net zo goed schuldeisers van de overheid

Banken zijn niet de enige schuldeisers van de overheid: burgers zijn dat net zo goed. Eigenlijk zijn burgers de belangrijkste schuldeisers en ze zijn ook nog het talrijkst. Samengevat: Ierland wilde zijn banken niet failliet laten gaan, heeft ze dus gered en daarvoor ongeveer 60 miljard euro betaald (dat leidde tot een stijging van het Ierse begrotingstekort tot 32% van het bbp).

Nu is Ierland als overheid failliet en staat niet langer onder toezicht van de Ierse burgers, maar van financiële schuldeisers. IJsland heeft daarentegen besloten al zijn banken failliet te laten gaan. Hun schulden worden dus gedragen door de schuldeisers. Dat had geen direct effect op de inwoners van IJsland, ook al zijn ook zij door de crisis getroffen.

IJsland heeft zelfs een referendum gehouden, waarin burgers het reddingsplan voor banken hebben afgewezen. Ze zijn niet onder de indruk geraakt van uitdrukkingen als “too big to fail”, die werden bedacht om mensen te manipuleren. De huidige president van Ijsland Ólafur Ragnar Grímsson zei destijds al: “Hoe kunnen we onze burgers dwingen te betalen voor de fouten die bankiers hebben gemaakt?” Een hele goede vraag voor een president, voor een premier, voor een gouverneur. Zowel in Roemenië als in andere landen.