Mijn wens: een federaal Europa en het behoud van de euro. Gebeurt dit niet, dan zullen we in plaats van de EU vele middelmatige en gebrekkige staatjes hebben, die geen vrienden, maar meer dan ooit vazallen zijn van de machtige Verenigde Staten. Dan keren we terug naar het beginpunt: overwonnen wegens onze nationalistische bewegingen zoals in de oorlogen van de twintigste eeuw.

Waarom wordt Europa steeds ongelukkiger en neemt de afkeer toe, waardoor extreemrechtse en eurosceptische partijen steeds groter worden? Als je dat Europa populistisch of reactionair noemt, kom je nooit bij de kern van het probleem. De vraag naar de wortels van deze protestkreet wordt ontweken. En het antwoord levert niets op, als protesten en voorstellen die onderling zo verschillen worden uitgespuwd als één dikke klodder die iedere mogelijke vooruitgang tegenhoudt.

Oligarchie van machthebbers

Dit bestempelen als een onsamenhangend geheel van verontwaardiging en afwijzing betekent dat je ontkent dat het Europa van vandaag hardnekkig gif distilleert. Het volstaat niet om dit te benoemen zoals de huidige regeringen dit doen. Op die manier blijft verborgen wat toch wel duidelijk is: de Europese ministerraden en elites van de Europese lidstaten worden zelf geteisterd door nationalisme en conservatisme. Ook hier loont het de moeite om voorbij de woorden te kijken: los van Frankrijk is federatie geen taboewoord meer. Velen vragen er nu om.

Alleen volgen er geen concrete stappen: een gemeenschappelijke schuldenlast, groei door middel van eurobonds en meer Europese middelen dan nu het geval is. En ook: een Europees parlement met nieuwe bevoegdheden en een Europese Grondwet die door de burgers wordt vormgegeven. Een Europa dat voor de burger een toevluchtsoord is in tijden van angst en geen beschermwal voor een door endogamie voortgebrachte oligarchie van machthebbers die zich voor elkaar afschermen.

Een bezuinigingsbeleid dat armoede en ongelijkheden accentueert en een begrotingsspact waarover geen enkel parlement heeft kunnen debatteren

Het Europa van vandaag wordt niet bedreigd door de woede (van rechts én links) van de eigen burgers. Het wordt bedreigd door regeringen die beducht zijn voor de overdracht van een nationale soevereiniteit die ze zelf hebben verzonnen en zich hebben toegeëigend, aangezien het in een democratie het volk zou moeten zijn dat soeverein is. De crisis van 2007-2008 kwelt Europa bovenmatig door dergelijke kromme gedachten. Een bezuinigingsbeleid dat armoede en ongelijkheden accentueert en een begrotingsspact waarover geen enkel parlement heeft kunnen debatteren: dit is het Europa dat zich wil zuiveren van populisme. Het is de Griekse ellende. Het is de corruptie van regeringen die zich voedt met ongelijkheden en schijnstabiliteit.

Neoliberale dogma’s

Ze vragen om een ander Europa, dat wel, en dit jaagt het establishment angst aan

Het geval van radicaal links in Griekenland is hiervoor exemplarisch. Syriza, een coalitie van burgerbewegingen en linkse groeperingen, werd tijdens de twee verkiezingen van mei en juni 2012 bestempeld als anti-Europees en populistisch. De Europese kanselarijen kwamen in het geweer en schilderen Syriza af als een reus die moest worden bevochten. Berlijn dreigde de geldkraan dicht te draaien. Maar noch Syriza, noch de leider van de partij, Alexis Tsipras, is anti-Europees. Ze vragen om een ander Europa, dat wel, en dit jaagt het establishment angst aan.

Op 20 september presenteerde Tsipras het partijprogramma op het Kreiskyforum van Wenen en verbaasde hij iedereen die hem zwart had gemaakt. Hij zei dat de architectuur van de euro en de reddingsplannen de Europese Unie hebben vernield in plaats van de wonden te helen. Hij herinnerde aan de crisis van 1929 en de neoliberale dogma’s waarmee deze werd aangepakt. Ook toen “ontkenden de regeringen de afwijkende architectuur van hun ontwerpen, door slechts aan te dringen op bezuinigingen en op het louter verhogen van de export”.

Kleptocratie

Het resultaat was ellende “en de opmars van het fascisme in Zuid-Europa en van het nazisme in Midden- en Noord-Europa”. Dit is de reden waarom de Europese Unie van nul af aan moet worden heropgebouwd. Inhakend op de ideeën van de Duitse vakbonden, stelt Syriza een Marshallplan voor Europa voor, een ware bankenunie, een centraal beheer van de overheidsschuld door de Europese Centrale Bank en een omvangrijk programma voor openbare investeringen door de EU.

Maar Tsipras zegt nog iets: we moeten het verband laten zien tussen de Europese crisis en de corrupte democratieën in Griekenland en andere Zuid-Europese landen. “Onze kleptocratie heeft een stevig bondgenootschap gesloten met de Europese elites”, en dit verbond voedt zich met leugens over de Griekse of Italiaanse schulden, over te hoge lonen en te gulle overheden. De leugens “dienen om de schuld van de zwakke staten van de schouders van de kleptocraten af te wentelen op die van het hardwerkende volk”.

Het is een bondgenootschap dat geen enkel verzet meer krijgt sinds de traditionele linkse partijen in de jaren negentig de neoliberale dogma’s hebben overgenomen. Een groot deel van de bevolking heeft daardoor geen stem meer: het is de weg kwijt, ontslagen, getroffen door drastische bezuinigingen die aan militaire oefeningen doen denken.

Inteeltelites

Het is dit deel van de bevolking (een meerderheid, als we ook de niet-stemmers meerekenen) dat tegen Europa protesteert: een deel droomt van een irreële terugkeer van de nationale munteenheid en soevereiniteit, een deel vraagt daarentegen om een ander Europa, dat niet doof is voor de roep van de armen, zoals in de periode tussen het eind van de Tweede Wereldoorlog en het eind van de jaren zeventig. Dat zegt Tsipras. En iets gelijkaardigs, weliswaar in iets chaotischere bewoordingen, zegt ook Beppe Grillo.

Als er niets verandert, zal Europa geen schuilplek meer zijn, maar een plek die je blootstelt aan gevaren, een plek die je uitkleedt. Overeind gehouden door inteeltelites lijkt het gebouw steeds meer op het kantoor van de onbestelbare brieven waar de klerk Bartleby werkt, in het verhaal van Herman Melville. Terwijl Bartleby duizenden verzonden en nooit bezorgde brieven doorbladert en bij het oud papier gooit, groeit het doffe verzet in hem, tot hij op een bepaald moment op iedere mogelijke vraag of opgedragen taak met ijzingwekkende kalmte antwoordt, ”I would prefer not to”.