Het KGB-hoofdkantoor in het centrum van Minsk staat bij de plaatselijke bevolking bekend als 'Amerikanka'. Niemand weet precies hoe het gigantische complex aan zijn naam komt, maar iedereen in Wit-Rusland weet wel dat het geen plek is waar je graag wilt vertoeven.

Met zijn Korinthische zuilen en heldergele muren ziet het gebouw er van de buitenkant onschuldig uit. Maar in feite is het een huis van bewaring voor de laatste gewetensgevangenen in Europa en het epicentrum van een meedogenloze onderdrukkingspolitiek van de laatste dictator van het continent.

Aleksandr Loekasjenko, de president van Wit-Rusland, regeert zijn land met ijzer vuist sinds de republiek in 1994 onafhankelijk werd van de Sovjet-Unie. Maar de afgelopen twee maanden hebben zijn veiligheidstroepen jacht gemaakt op zijn tegenstanders met een felheid die in de Sovjettijd niet zou hebben misstaan.

Vrijwel alle presidentskandidaten die het in de oneerlijke verkiezingen van vorig jaar december tegen Loekasjenko durfden opnemen, zijn gevangengezet of onder huisarrest geplaatst. Volgens diverse bronnen zouden zij zijn gemarteld en de kandidaten werden onder druk gezet om elkaar in videoboodschappen zwart te maken.

Jarenlange gevangenisstraf voor deelname aan de verkiezingen

Sommigen bezweken onder die druk, maar de meesten weigerden. Mogelijk wacht hun een jarenlange gevangenisstraf omdat zij het waagden aan de verkiezingen deel te nemen. Vijf advocaten die gevangenen vertegenwoordigden, zijn uit hun ambt gezet en verder zijn zevenhonderd gewone burgers opgepakt. Human Rights Watch spreekt van "minachting van het recht". En in een land waar de geheime politie nog steeds KGB heet, zijn de schijnprocessen nog maar net begonnen.

Vorige week werd Aleksandr Otrosjenkov, een persvoorlichter van een prominente politicus van de oppositie, in een kooi in een rechtbank binnengeleid. In een proces dat slechts enkele uren duurde werd hij veroordeeld tot vier jaar cel in een zwaar beveiligde gevangenis. De openbare aanklagers betichtten Otrosjenkov en twee anderen ervan dat zij zich tijdens een massaprotest in Minsk op de avond van de presidentsverkiezingen schuldig hadden gemaakt aan vandalisme. De dertigjarige Otrosjenkov gaf toe dat hij bij het protest, dat naar schatting dertigduizend mensen op de been had gebracht, aanwezig was geweest. Hij ontkende echter dat hij schade had veroorzaakt. De zogenaamde "daad van vandalisme" die Otrosjenkov vier jaar gevangenisstraf opleverde, hield in dat hij "een klap tegen een houten barrière had gegeven".

De komende dagen en weken zullen de processen worden voortgezet. Achttien mensen, onder wie zeven presidentskandidaten die de strijd met Loekasjenko hadden aangebonden, zal het organiseren van een massaoproer ten laste worden gelegd – een misdrijf waarvoor zij een celstraf van vijftien jaar kunnen krijgen. Ales Michalevitsj is een van hen. De oppositieleider, en advocaat, verkommerde twee maanden in Amerikanka nadat KGB-agenten de dag na de verkiezingsprotesten in Minsk zijn deur intrapten en hem arresteerden. Michalevitsj, vijfendertig jaar en vader van twee kinderen, werd op 19 februari vrijgelaten, maar moest daarvoor eerst wel een verklaring ondertekenen waarin hij beloofde dat hij met de KGB zou samenwerken en niemand zou vertellen wat er met hem was gebeurd.

"Concentratiekamp in het centrum van Minsk"

Maar vorige week deed Michalevitsj iets opmerkelijks. Op maandag wist hij aan de aandacht van zijn begeleiders te ontsnappen en reisde hij naar een persconferentie. Daar verscheurde hij in het bijzijn van talloze verslaggevers het stuk papier dat hij samen met de KGB had ondertekend en gaf hij een uitvoerige beschrijving van de martelingen die hij en zijn medegevangenen zouden hebben ondergaan. "Ik besef dat ik vóór het eind van deze dag alweer in het detentiecentrum van de KGB kan zitten", zei hij. "Ik zal alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat dit concentratiekamp in het centrum van Minsk voor altijd verdwijnt."

Andrej Sannikov wordt nu al tien weken voor de buitenwereld verborgen gehouden. Hij is een van de twee presidentskandidaten die nog steeds in een isoleercel in Amerikanka verblijft (de andere is Nikolaj Statkevitsj). Sannikov, vierenvijftig jaar en voormalig diplomaat, is een van de meest prominente oppositieleiders die tijdens de protesten op 19 december zijn opgepakt. Hij werd geslagen door de oproerpolitie, toen die het plein op de demonstranten heroverde. Zijn vrouw, onderzoeksjournaliste Irina Chalip, staat onder huisarrest en er zijn twee KGB-agenten in haar appartement gestationeerd. "Hij wordt onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden", vertelt zijn zus, Irina Bogdanova, die in de jaren negentig naar Groot-Brittannië kwam. "De temperatuur in zijn cel is tussen acht en tien graden en hij ziet zijn advocaat alleen tijdens ondervragingen."

Vladimir Nekljajev bevond zich niet eens op het Onafhankelijkheidsplein toen hij en zijn aanhangers door de oproerpolitie werden belaagd. De presidentskandidaat was met een geluidsinstallatie naar het plein onderweg toen hij volgens getuigen door politieagenten in zwarte leren jassen werd aangevallen. Nekljajev werd ernstig mishandeld en in een ziekenhuis opgenomen, maar ondanks zijn verwondingen werd hij toch gearresteerd. De vierenzestig jaar oude dichter werd door KGB-agenten van zijn ziekenhuisbed gelicht, in een deken gewikkeld en naar Amerikanka overgebracht.

"We hebben niets wat van geopolitiek belang is"

"De mannen toonden geen identiteitsbewijs", zei zijn dochter Eva Nekljajev in een telefoongesprek vanuit Finland. "Ze zeiden zelfs niet dat hij onder arrest stond. Ze droegen hem gewoon in een deken naar buiten. Pas na acht dagen kregen we te horen waar hij naartoe was gebracht."

Velen van degenen die de afgelopen twee maanden zijn opgepakt en weer vrijgelaten, zijn het land ontvlucht. Natalja Koliada werkt voor het Vrij Wit-Rusland Theater, een groep kunstenaars die enorme risico's nemen door in ondergrondse schouwburgen ongecensureerde voorstellingen te geven. Zij werd aangehouden tijdens de protesten op het Onafhankelijkheidsplein maar later wegens een technisch detail op vrije voeten gesteld. Samen met haar familie stak ze op oudejaarsavond direct na twaalven de grens met Rusland over, langs de dronken douaniers.

Koliada roept Europa en Groot-Brittannië op zich harder op te stellen tegenover Wit-Rusland: "Minsk ligt op niet meer dan twee uur vliegen van Londen. De Britse regering moet de bevolking van Wit-Rusland op de een of andere manier laten merken dat ze niet alleen staan. We hebben geen gas en geen olie, we hebben niets wat voor landen als Groot-Brittannië van geopolitiek belang is. Maar er wonen daar wel mensen. Wacht alstublieft niet totdat deze mensen op straat worden gedood."