Het lot van Europa ligt in handen van bondskanselier Angela Merkel. Als grootste crediteurland beschikt Duitsland over de sleutel tot de oplossing van de schuldencrisis in de eurolanden. Duitsland is de grootste economie van het Europese vasteland en daarmee de voornaamste beslissende factor voor de richting van de Europese Unie. Op dit moment zou Europa wel eens een richting kunnen inslaan die de Unie verder van het economische liberalisme verwijdert, waardoor het risico op een splitsing groter wordt en wat uiteindelijk zelfs zou kunnen leiden tot het vertrek van Groot-Brittannië.

Mevrouw Merkel lijkt dit gevaar slaapwandelend tegemoet te gaan. Ook al heeft ze als politica een gezonde intuïtie en uitstekende vaardigheden, toch lijkt ze geen visie te hebben voor de EU. Ze is tergend traag in haar pogingen om de problemen in de eurozone onder controle te krijgen, voornamelijk omdat Duitse kiezers niet bereid zijn zwakke landen als Griekenland, Ierland en mogelijk ook Portugal noodhulp te verlenen. In haar pogingen om haar landgenoten ervan te overtuigen dat ze Duitse discipline oplegt aan de lichtzinnige lidstaten in de periferie laat ze de rol van de eurozone bij de vorming van economisch beleid voor de EU echter aanzienlijk groter worden.

Wat is er mis met Europa van twee snelheden?

Deze verontrustende ontwikkeling wordt geïllustreerd door twee bijeenkomsten van deze week. De EU-top van de 27 regeringsleiders wordt gevolgd door een top van de eurolanden, waaraan 10 van hen dus niet deelnemen. Dit mag een mysterieus stukje Brusselse procedure lijken, historici zullen dit uiteindelijk misschien zien als het moment waarop de EU uiteenviel in een dominante, corporatistische eurozone en een kleinere, liberalere zone daarbuiten. Mevrouw Merkel is slim genoeg om dit te beseffen en ze vindt het niet leuk, maar ze is niet dapper genoeg om deze ontwikkeling tegen te houden.

Wat is er mis met een overduidelijk Europa van twee snelheden? De Britten verdedigen hun onverschilligheid door erop te wijzen dat veel EU-beleid en Europese instellingen alleen werken als niet alle leden meedoen, zoals de Schengenlanden zonder paspoortcontrole, samenwerking op het gebied van defensie en het geplande EU- patent. Ze voegen eraan toe dat de Europese Commissie en het Europese Hof van Justitie een halt zullen toeroepen aan iedere vorm van samenscholing van de eurozone als die gaat knoeien met de interne markt: en als de ‘leden’ iets proberen, zullen de ‘buitenstaanders’ nog altijd gebruik kunnen maken van hun vetorecht bij kwesties als regelgeving over belastingen en uitkeringen. Als de eurozone een economisch bestuur wil, zegt de Britse premier David Cameron, laat ze dat dan maar doen: het kan ons niet schelen.

Het zwaartepunt van de eurozone ligt aan de minder liberale kant

Dat is kortzichtig. De geschiedenis van het Europese project is doordrenkt van voorbeelden van beleid dat door een kleinere groep is bepaald en later opgedrongen aan een grotere groep, zoals het gemeenschappelijke landbouwbeleid en de begrotingen tot sociale vraagstukken en het Handvest van de grondrechten. Andere ‘buitenstaanderlanden’, zoals Zweden, Polen en Denemarken, begrijpen dit beter dan Groot-Brittannië en hebben woedend gereageerd op suggesties (waar mevrouw Merkel oorspronkelijk overigens ook tegen was) dat leiders van eurolanden meer zeggenschap zouden moeten krijgen over het beleid en ook vaker bijeen zouden moeten komen.

Dit is niet alleen een kwestie van macht maar ook van filosofie. De groep van 17 eurolanden is minder liberaal dan de EU van 27 lidstaten. Het onderscheid daarin is niet altijd even duidelijk: bij de eurolanden zitten liberalen zoals Nederlanders, Ieren en Finnen, terwijl bij de groep van overige lidstaten minder liberalere landen als Hongarije en Roemenië horen. Het zwaartepunt van de eurozone ligt echter aan de minder liberale kant. Het concurrentiepact (dat nu ‘pact voor de euro’ wordt genoemd) dat mevrouw Merkel en de Franse president Sarkozy naar voren schuiven, bevat bijvoorbeeld het idee om de vennootschapsbelasting te harmoniseren en dat is vast een stap in de richting van uniforme belastingtarieven.

Zou een economisch bestuur van de eurozone aandacht hebben besteed aan de Britse bezwaren tegen een strengere regelgeving voor hedgefondsen in 2010 of zich hebben verzet tegen het eerdere voorstel van president Sarkozy om de regionale hulp van de EU te blokkeren voor landen die zich uitleven in ‘schadelijke belastingconcurrentie’? Zou een dergelijk bestuur zo hard hebben gestreden om het vrije verkeer van werknemers te verdedigen? Zou het nu een sterkere richtlijn promoten om de hindernissen weg te nemen voor de handel in diensten?

Compleet vertrek van de Britten

Al deze zaken zouden de ‘buitenstaanders’ voor een lastige keuze plaatsen. Sommige landen houden zich misschien koest en proberen toe te treden tot de eurozone om zo hun invloed te herwinnen. Groot-Brittannië zou beslist een andere weg kiezen. Een minder liberale club van eurolanden zou de Britten zelfs kunnen aanzetten tot een compleet vertrek. Ongetwijfeld zouden eurosceptici daar heel blij mee zijn, maar als Groot-Brittannië daarna ook nog zou willen profiteren van de interne markt, zou het toch de meeste EU-regels gewoon moeten blijven naleven (net als Noorwegen nu doet).

In het verleden verzette mevrouw Merkel zich tegen het idee van reguliere topbijeenkomsten van eurolanden, juist om ervoor te zorgen dat de Britten, de Polen en Zweden mee om de tafel bleven zitten. Door dat idee nu los te laten zou ze de huidige bezorgdheid van haar kiezers over de euro weliswaar kunnen wegnemen, maar de prijs daarvoor zou in de toekomst wel eens hoog kunnen blijken. Als de eurozone de kant opgaat van meer harmonisatie op fiscaal en economisch gebied, dan zou het de hele club minder gelijkgezind maken met de liberalen en minder aantrekkelijk, zelfs voor de Britten (premier Cameron inbegrepen), die graag willen blijven meepraten.

Het Europese project heeft in de kern jarenlang een spanningsveld gekend tussen economisch liberalisme dat voorstander is van openheid naar de wereld en een economisch nationalisme dat liever een fort bouwt. Het Britse blad The Economist is altijd voorstander geweest van het eerste en mevrouw Merkel meestal ook. Zij is de machtigste politica in Europa en ze zou dan ook duidelijk moeten maken dat de top van eurolanden van deze week een noodgeval is en eenmalig van aard, niet het begin van een meer permanente vorm, die bovendien veel schadelijker zou zijn.