Het europact-plus, de collectieve stabiliteitsgarantie van de eurozone die tijdens de Europese Raad van 24 en 25 maart is aangenomen, vormt de langverwachte concretisering van de discussies die al in 2008 waren aangezwengeld en gedurende de gehele wereldwijde financiële en economische crisis voortdurend gevoerd werden. De Europese Commissie, het parlement en de lidstaten moeten nog een meerjarenplan opstellen om de nationale begrotingstekorten terug te dringen en het is noodzakelijk om dit gepaard te laten gaan met structurele hervormingen die de economische groei stimuleren.

Het pact en het mechanisme voor financiële stabilisatie, die het middelpunt van de debatten vormden, kunnen niet los van elkaar worden gezien. Dat is wellicht de reden waarom negen lidstaten (voor het leeuwendeel niet-eurolanden) een gezamenlijke brief gestuurd aan de voorzitter van de Europese Raad, Herman Van Rompuy, en aan de voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso. Zij roepen de Europese Unie hierin op om nieuwe richtingen op het gebied van duurzame ontwikkeling te verkennen en aan te wijzen voor de periode na de crisis. Zij bevestigen dat hun belangen in het tijdperk van de mondialisering geconcentreerd blijven op concurrentievraagstukken, maar zij verzoeken de Europese instellingen ook om rekening te houden met de specifieke eigenschappen van de zevenentwintig lidstaten.

Het pakket economische maatregelen dat in Brussel is besproken, heeft tevens tot een hevige discussie geleid binnen de lidstaten in Midden- en Oost-Europa. De regeringsleiders van Roemenië en Bulgarije hebben hun deelname aan het europact-plus gerechtvaardigd door hun wens om tot de eurozone toe te treden. De Hongaarse minister-president, Viktor Orbán, heeft er van zijn kant voor gepleit om Hongarije buiten het pact te houden en hij zegt zijn standpunt te hebben gebaseerd op de conclusies van een overleg met de oppositie. In Tsjechië is de keuze van de regering om niet aan dit pact deel te nemen uit vrees voor eventuele consequenties op financieel en economisch gebied, onder vuur genomen door de oppositie die van mening is dat het land zich op deze manier buitenspel zet in het proces met betrekking tot de toekomst van de Unie.

De conclusies van de Raad laten zien dat de nadruk die op concurrentie en convergentie wordt gelegd, de ‘sociale markteconomie’ van de EU zou moeten stimuleren. Deze afspraak gaat hand in hand gaat met de belofte om alle sociale partners te betrekken bij het uitwerken en ondersteunen van structurele hervormingen waarmee het doel kan worden bereikt.