Laten we niet te vroeg juichen over het pakket bezuinigingsmaatregelen dat de Griekse regering zojuist heeft aangenomen. De situatie lijkt namelijk sterk op de Allegorie van de Grot, een van de beroemdste passages uit het werk Staat (Politeia) van de Griekse filosoof Plato. Wij Europeanen zijn slaven die sinds onze geboorte geketend zijn. Wij kunnen slechts de schaduwen waarnemen van de voorwerpen die worden gedragen door de mensen die zich buiten achter de muur bevinden. Daarom zijn wij ervan overtuigd dat deze schaduwen de Griekse realiteit vormen.

In de Griekse realiteit zijn de vele kromme redeneringen niet meer op één hand te tellen.

Voor het eerst in de geschiedenis is men er bijvoorbeeld in geslaagd om een land dat technisch gesproken failliet is, als kredietwaardig te presenteren. De Europese Unie is er alles aan gelegen om een geruïneerd land, dat een begrotingstekort heeft van 10 procent van het bbp en een schuld van 350 miljard die 150 procent bedraagt van alle opbrengsten die het land in één jaar produceert, er weer bovenop te helpen. En de Unie wil ons doen geloven dat de schuld weggewerkt kan worden zonder dat staatseigendommen geprivatiseerd hoeven te worden (laat staan dat daar een koper voor gevonden wordt).

Nog veel grotere contradictie

Deze tegenstelling kan worden uitgelegd aan de hand van een andere, nog veel grotere contradictie die er volgens Merkel en Sarkozy uit bestaat om ons te laten geloven dat wij de beslissingen in eigen hand hebben, terwijl deze ons in werkelijkheid door de strot worden geduwd. Dit wordt beaamd door Duitse en Franse banken die werden verzocht om een gedeelte van de Griekse schuld kwijt te schelden. Per slot van rekening was er in strikte zin geen sprake van een kwijtschelding van de schuld, maar van een royale afbetaalregeling.

Een andere paradox is dat deze bezuiniging er feitelijk geen is. Griekenland heeft een jaar geleden al een bedrag van 110 miljard ontvangen dat in een bodemloze put is verdwenen. De regering van Giorgos Papandreou, die door iedereen meteen werd vrijgepleit, moest een streng bezuinigingsplan uitvoeren. Maar ondanks alle verontwaardiging die overal te horen viel over de kwellingen die de Grieken moesten ondergaan, was dit plan blijkbaar niet meer dan een vervormde schaduw van de realiteit. De Spaanse europarlementariër Antonio López Istúriz van de Partido Popular onthulde enkele dagen geleden dat de Griekse staat in plaats van 55 overheidsondernemingen te privatiseren om de overheidsschuld terug te dringen juist 41 staatsbedrijven had opgericht.

Stoute schoenen aangetrokken

De vierde paradox is dat de redding van Griekenland de ondergang van het land betekent. Oppositieleider Antonis Samaras had gelijk toen hij beweerde dat een belastingverhoging als gevolg zou hebben dat de economie ineen zou storten en de belastingfraude nog groter zou worden. Als Papandreou de stoute schoenen had aangetrokken, dan had hij het aantal ambtenaren niet met 15 procent maar met 25 procent teruggebracht en zou hij de privatisering van staatsbedrijven niet tot 50 miljard hebben beperkt, maar zou hij alle 300 miljard euro aan staatseigendommen van de hand hebben gedaan. Want alleen drastische maatregelen kunnen korte metten maken met de Griekse bedotterij.

In de Allegorie van de Grot van Plato slaagt een slaaf erin om de grot te verlaten. Hij ontdekt de buitenwereld en keert in de grot terug om zijn compagnons uit te leggen dat de schaduwen niet de werkelijkheid zijn, maar dat er buiten de grot voorwerpen zijn die deze schaduwen veroorzaken. De slaven beginnen hem uit te jouwen en als hij blijft aandringen, overwegen ze zelfs om hem een kopje kleiner te maken.

Samaras is de enige die uit de Griekse grot is ontsnapt en hij moet het dan ook ontgelden. Papandreou is nog halverwege en de meerderheid van de Grieken en Europeanen bevindt zich achter hem, verblind door de zon.