Iedereen is het erover eens dat de Europese Unie zich op een scharniermoment in haar ontwikkeling bevindt. De enige punten waarover men nog van mening verschilt, is hoe de huidige situatie is ontstaan, wat de betekenis ervan is en wat de uitkomsten hiervan zullen zijn. Interessant feit is dat dit alles gebeurt nadat de Europese integratie bijna twee decennia lang een intensieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Na 1989 ging het de Europese Unie jarenlang voor de wind, ook al was zij van tijd tot tijd een beetje aan het dralen, maar daar was iedereen op den duur wel aan gewend geraakt.

De redenen van deze diepe impasse lopen uiteen en zijn zowel conjunctureel als structureel van aard. Onder de eerste categorie valt de financiële ineenstorting van 2008-2009, die uit de Verenigde Staten kwam overgewaaid. Toen kwam de gigantische staatsschuld van het leeuwendeel van de EU-landen, in het bijzonder in de eurozone, aan het licht.

Deze crisis werd veroorzaakt door de graaicultuur en de wens om boven de eigen stand te leven, over de ruggen van anderen. De landen waren het aan zichzelf verplicht om een betere levensstandaard te bieden en alles werd uit de kast gehaald om de belastingen te verlagen. De financiële alchemisten waren te inhalig en de hele constructie stortte in als een kaartenhuis. Maar de financiële crisis, die weliswaar diep en onrechtvaardig is met betrekking tot de verdeling van de sociale lasten, kan overwonnen worden.

De Unie is 'uit haar kluiten gewassen'

De crisis van de Unie als politiek project, maar ook de crisis van het huidige integratiemodel zijn echter vele malen ernstiger, want de oorzaken hiervan zijn structureel. De Unie is 'uit haar kluiten gewassen' en te verdeeld geworden in termen van leden en de verdeling van bevoegdheden. Zij is verwaterd, anders gezegd: zij is minder samenhangend geworden.

Wie het onderste uit de kan wil hebben, krijgt het deksel op de neus”, zegt het spreekwoord. De Europese leiders nemen hun toevlucht tot mechanismen en procedures om een bepaald functioneringsniveau te garanderen. Maar met zoveel hoofden en zoveel zinnen kan de Unie zich niet meer ontwikkelen, noch daadkrachtig reageren op problemen en interne bedreigingen, om nog maar niet te spreken van het innemen van een coherent en duidelijk standpunt inzake ingewikkelde internationale kwesties.

De cultuur van de verstandhouding

Maar de interne en externe zwakke positie van de EU heeft nog veel meer oorzaken. Met name wat men nu “de cultuur van de verstandhouding” (prof. A. Kukliński) begint te noemen. Dit is de bewuste wil om nooit terug te komen op een eenmaal ingenomen standpunt, zelfs als dit achteraf niet juist blijkt te zijn. Het voorbeeld van de erkenning van de onafhankelijkheid van Kosovo is een mooi voorbeeld van deze houding. Al jaren wordt Kosovo door de EU en de NAVO de hand boven het hoofd gehouden.

Ook zijn de Europese instellingen al jaren op de hoogte van de toestand van de Griekse staatsfinanciën, maar hebben ze nooit een poot durven uitsteken om het Griekse feestje niet te verpesten. En deze buitensporige 'hoffelijkheid' beperkt zich niet alleen tot Griekenland. De opportunistische politieke correctheid verhindert dat het probleem van de demografische ineenstorting wordt aangepakt, omdat het huidige concept van de mensenrechten pleit voor gedrag in de tegengestelde richting. En ga zo maar door. Steeds vaker gedraagt de Unie zich volgens de leuze van Franse intellectuelen: “Je kunt beter ongelijk hebben met Sartre dan gelijk met Aron”.

Een meer geïntegreerde versie van de OVSE

In het licht van deze situatie kunnen we ons zonder problemen meerdere scenario’s van de toekomstige ontwikkeling van de Unie voorstellen, waarvan er twee bijzonder aannemelijk lijken. In het eerste scenario functioneert de EU enigszins als de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), maar dan in een meer geïntegreerde versie.

Nieuwe leden zorgen niet voor een sterkere, maar juist voor een zwakkere positie. De Unie zal zwak en passief worden en zich uitsluitend richten op het behoud van normen en procedures. Het zal onmogelijk zijn om het beleid van een ‘steeds nauwere Unie’ zoals vervat in het verdrag van Maastricht te blijven volgen. Een dergelijke Unie zal een voedingsbodem vormen voor de unilaterale uitingen van haar leden.

De vorming van een harde kern

Het tweede scenario impliceert verdieping van de integratie, ofwel door gebruik te maken van de verdragen en regels voor samenwerking die hierin zijn opgenomen, ofwel op een manier die parallel loopt aan deze instrumenten, zoals bij het Euro Plus-pact. Vanzelfsprekend brengt dat de vorming van een harde kern met zich mee, afkomstig uit de variabele geometrie van de verschillende vormen van de versterkte samenwerking. Daar is niets engs aan, want dat hebben we al eerder gezien.

In de jaren vijftig van de vorige eeuw zagen de Europese Gemeenschappen het licht, juist omdat bepaalde leden van de Raad van Europa een nauwere samenwerking niet zagen zitten. Toen de EEG een succes bleek te zijn, kwamen er steeds meer landen bij. Hetzelfde kan heel goed weer gebeuren. Dit proces is misschien al begonnen met de invoering van een financieel mechanisme voor de stabilisering en versteviging van de samenwerking op het gebied van macro-economisch beleid om de euro te redden. Niet iedereen zal hier deel van uitmaken. Het is wenselijk dat een soortgelijk mechanisme wordt uitgebreid tot het domein van het veiligheids- en defensiebeleid.

Een nauwere unie me lef en oog voor haar omgeving

Het is hoog tijd om knopen door te hakken, om afscheid te nemen van onze naïeve ideeën om steeds maar weer uit te breiden en om korte metten te maken met de paniek ten aanzien van de gedachte van een harde kern. Vooral omdat Polen hier heel goed deel van uit kan maken. We kunnen niet alles hebben: een gemeenschap die gebaseerd is op waarden en die zich uitstrekt van Kars in Turkije en Donetsk in de Oekraïne tot Lissabon en Reykjavik, een Unie die bestaat uit 35 landen en ook nog eens uniform en solidair is.

Een Unie met een sterke internationale identiteit en die vastberaden en geloofwaardig is met betrekking tot veiligheidskwesties, maar ook landen opneemt die hier openlijk onverschillig tegenover staan. We hebben er allemaal belang bij om een Unie op te richten waarin meer is terug te vinden van de geduldige en bedachtzame filosoof Aron als van de agressieve en soms verkeerd begrepen Sartre. Laten we een Unie creëren die nauwer is, meer lef heeft en tegelijkertijd oog heeft voor haar omgeving.