De films van onze grote regisseurs, Veiko Õunpuu en Sulev Keedus, bevatten weliswaar een sprankje hoop, maar stemmen ons vooral treurig. Ook onze animatiefilms, die over de hele wereld erg geliefd zijn, worden gekenmerkt door somberheid. Zowel de klassieke films als de creaties van hedendaagse cineasten bieden ons weinig hoop, omdat alles van een donkere kant wordt bekeken. Is het leven echt altijd zo triest als het wordt getoond?

Laten wij eens verder kijken: de boeken van Anton Hansen Tammsaare [de voornaamste Estische schrijver uit de eerste helft van de twintigste eeuw, red.] waarin het zware boerenleven wordt beschreven, de sombere schilderijen van Kristjan Raud en de oratoria van Rudolf Tobias zijn slechts een paar voorbeelden die in diezelfde richting gaan. Dat mag dan zo zijn, maar er is niemand die de artistieke kwaliteit van de Estische culturele ruimte ter discussie stelt. We kunnen ons hooguit afvragen waar deze melancholie vandaan komt, die er de boventoon voert. Natuurlijk hebben wij ook veel humoristen, zoals Andrus Kivirähk, en goede komedies, maar altijd valt er een zekere beklemming waar te nemen, die typisch is voor Estland. Is de Estische cultuur dan echt te melancholiek? En zo ja, is dat een probleem?

Pessimisme en melancholie maken op een bijna natuurlijke manier deel uit van de Estische cultuur, omdat dat historisch zo gegroeid is. De lange winternachten die de helft van het jaar beslaan en die de Estlanders passief maken, leiden tot droefheid en nostalgie. En van de droogte in de zomer word je ook al niet vrolijk.

Het doel van kunst is ook mensen te helpen

Tegelijkertijd verwachten de uitgebluste mensen die je in de bus tegenkomt, dat hun iets anders wordt voorgeschoteld dan een afspiegeling van hun dagelijks leven. Is het niet juist de taak van de cultuur om hun wat hoop te ´injecteren´ en ontspanning te bieden? Daarbij denk ik niet per se aan komische toneelstukken, vrolijke straatmuzikanten of ironische graffiti waarin de maatschappij op de hak wordt genomen. Het zou al voldoende zijn als zware onderwerpen op een lichtere manier werden behandeld.

We vergeten soms dat het doel van kunst niet alleen is om problemen aan het licht te brengen, maar ook om de mensen te helpen. Het publiek leest, luistert en kijkt naar de kunstwerken en probeert zich ermee te identificeren. Volgens semioloog Umberto Eco zou iedere auteur zijn ´modellezer´ of doelgroep moeten hebben. Maar in Estland weten we vaak niet of de schepper van een kunstwerk de verwachtingen van zijn publiek wel begrijpt, waardoor er een kloof ontstaat tussen de burgers en de kunstenaar. Dit leidt tevens tot een soort snobisme van de kunstenaar tegenover zijn publiek, dat te dom is om zijn kunst te begrijpen.

Natuurlijk is de Estische cultuur dusdanig veelzijdig dat iedereen er wel iets van zijn gading in kan vinden. Alleen de algemene indruk is tamelijk treurig, al was het maar als je het vergelijkt met de Finse cultuur, die een bepaalde humor heeft. Als Estland net zo kon zijn als Finland, dat de Sovjet-bezetting niet heeft meegemaakt, dan zouden de Estlanders de alledaagse somberheid ook met wat meer humor kunnen benaderen, zoals de Finse regisseur Aki Kaurismäki of schrijver Juha Vuorinen dat doen.

Ik geef toe: het leven bestaat niet alleen uit sangria drinken op de hofjes van de oude binnenstad in hartje zomer, of luisteren naar muziek met alle ramen open. Maar het nieuws dat ons iedere dag bereikt, is op zich al deprimerend genoeg; het is niet nodig dat de bescheiden, maar niettemin veelzijdige Estische cultuur zich daar voortdurend de spreekbuis van maakt.