Helmut Kohl en François Mitterand in gesprek.

De prijs voor de eenheid

Terwijl Duitsers de val van de muur bejubelden, waren Bonn en Parijs in het geheim aan het marchanderen over de Europese monetaire unie. De onderhandelingen dreigden te mislukken, zo blijkt uit interne regeringsdocumenten. Hebben de Duitsers hun D-Mark moeten opgeven in ruil voor de hereniging? Het Duitse weekblad Der Spiegel heeft geprobeerd het uit te zoeken.

Gepubliceerd op 1 oktober 2010 om 14:08
Helmut Kohl en François Mitterand in gesprek.

Wolfgang Schäuble, de architect van de Duitse eenheid is woedend. Als minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet van Helmut Kohl leidde hij destijds de onderhandelingen over het eenwordingsverdrag en hij geeft met korte tussenpozen uiting aan zijn diepe ontevredenheid. Schäuble heeft een dik boek in zijn hand. Op de omslag kijkt Peer Steinbrück [een toonaangevend lid van de Duitse sociaaldemocratische SPD] vastbesloten in de verte. Waar Schäuble zich zo over opwindt? Over een simpel zinnetje in hoofdstuk twee, goed verstopt in een lange verhandeling over de “hinkende stier” Europa. Die zin luidt namelijk: “Het opgeven van de D-Mark in ruil voor een (vergelijkbaar) stabiele euro was een van de concessies die ertoe hebben bijgedragen om de weg naar Duitse eenheid te effenen.

“Een dergelijke koehandel is er nooit geweest”, beweert Schäuble. Op zijn beurt weet Peer Steinbrück zeker dat het wel zo was. Als je met Franse regeringsvertegenwoordigers praat, zegt hij, krijg je die stelling tientallen malen bevestigd. Eén van hen is Hubert Védrine, destijds adviseur van de Franse president François Mitterand, die ervan overtuigd is dat zijn baas zonder Duitse concessies op het terrein van de monetaire unie waarschijnlijk niet had ingestemd met een uitbreiding van de Bondsrepubliek: “Mitterand wilde geen Duitse hereniging als er geen vooruitgang werd geboekt bij de Europese integratie”, zegt Védrine. “En de monetaire unie was het enige onderdeel dat was voorbereid.”

Schaduw over nationale geluksdag

Deze kwestie gaat beslist niet alleen om een strijd onder politici, maar om het historische oordeel over de centrale regeringsprojecten van de afgelopen decennia. Als de Fransen het bij het rechte eind hebben, zou dat niet alleen een schaduw werpen op de nationale geluksdag van de Duitsers. Het zou ook de euro schade kunnen berokkenen, die in Duitsland al ruim voor de reddingsoperaties voor Griekenland werd beschouwd als een onbemind kind. Critici, onder wie de vroegere bondskanselier Gerhard Schröder, hebben de gemeenschappelijke munt altijd al beschouwd als een “kwakkelende vroeggeboorte”. Nu zouden ze ook nog kunnen beweren dat de euro de Duitsers als het ware is opgedrongen.

Weekblad Der Spiegel beschikt over tot op heden geheime documenten, afkomstig uit het archief van het ministerie van Buitenlandse Zaken, waaruit blijkt dat beide zaken nog veel sterker met elkaar verbonden waren dan tot nu toe bekend was. Er dreigde destijds een brede, West-Europese alliantie te worden gevormd, die zich tegen de Duitse hereniging zou uitspreken, en de Frans-Duitse relatie stond op springen. Destijds waarschuwde president Mitterand de Duitse regering onomwonden dat ze in Europa binnenkort net zo geïsoleerd zou kunnen komen te staan “als in 1913.”

Nieuwsbrief in het Nederlands

Uit de documenten blijkt bovendien dat als Bonn en Parijs hun geschillen in die dramatische periode niet hadden weten bij te leggen, de geschiedenis wellicht een andere loop zou hebben gekregen: bij internationale onderhandelingen over de Duitse eenheid maar ook op het gebied van de monetaire unie.

Atoombom

Tot aan het moment dat de crisis zich eind 1989 ging toespitsen was het debat over een Europese gemeenschappelijke munt namelijk vooral in Brussels tempo verlopen, traag en stroef dus. De pogingen om tot overeenstemming te komen strandden telkens vanwege de belangentegenstellingen tussen de inflatielanden in het zuiden van Europa en de landen met harde valuta, zoals Duitsland en Nederland. Vooral de Fransen leden onder de bestaande monetaire unie, die ze beschouwden als een doortrapt tweeklassensysteem dat ten koste ging van Frankrijk. “Voor de Duitsers is de D-Mark wat voor ons de atoombom is”, zo luidde het commentaar van de Franse regering.

De verschillen waren zo groot dat de toenmalige president van de Duitse centrale bank, Karl Otto Pöhl, niet had gedacht dat hij de invoering van de geplande Europese valuta nog zou gaan meemaken. “Ik was ervan overtuigd dat die munt er op zijn vroegst pas over honderd jaar zou komen”, zegt Pöhl.

Maar toen belandde er plotseling een onderwerp op de agenda van de wereldpolitiek dat op de meeste tijdgenoten een nog veel utopischer indruk maakte dan het idee van een gemeenschappelijke Europese munt: de Duitse hereniging. Eind november 1989 deed Helmut Kohl in zijn verklaring van tien punten het voorstel om een Duitse confederatie te vormen, zodat “het Duitse volk in vrije zelfbeschikking weer een eenheid kan gaan vormen.”

Kleine woede-uitbarsting van Mitterand

De Westerse bondgenoten waren niet in zijn plannen ingewijd en stonden er dan ook bijzonder kritisch tegenover. Zou Helmut Kohl achter hun rug om voorbereidingen hebben getroffen voor een eigen Duitse weg? Wilde de bondskanselier in het hart van Europa een nieuw Groot-Duitsland oprichten?

Zodra president Mitterand de verklaring van Helmut Kohl hoorde, kreeg hij een “kleine woede-uitbarsting, die een aantal uren duurde”, zoals zijn adviseurs zelfvoldaan opmerkten. Korte tijd later zou blijken hoe zeer de president zich misleid voelde. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Hans-Dietrich Genscher, was direct naar het Elysée gesneld. Het werd een gedenkwaardige bijeenkomst. Duidelijker dan in dit als “geheime stuk” geclassificeerde document kon tot nu toe bijna nergens worden nagelezen hoe sterk het jawoord van president Mitterand op de Duitse eenwording gekoppeld was aan de Duitse concessies bij de monetaire unie.

"Duitsland kan alleen hoop vestigen op hereniging als het deel uitmaakt van een krachtige gemeenschap”, doceerde de Franse president. Maar, zo klaagde Mitterand, de Duitse gemeenschapszin laat momenteel nogal te wensen over. “Je hoeft geen psycholoog te zijn om te zien dat de Bondsrepubliek Duitsland in het proces op weg naar een economische en monetaire unie op dit moment vooral op de rem trapt”, sprak hij spijtig.

Ijzige sfeer in vergaderzaal in Straatsburg

Minister Genscher begreep direct hoe deze vage aanduidingen bedoeld waren: Mitterand dreigde met een veto tegen de Duitse hereniging. Als dat zou gebeuren, zou de Duitse regering niet alleen de Britse premier Margaret Thatcher tegenover zich vinden. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken reageerde vol begrip. En deed vervolgens een gewichtige toezegging aan de Franse president: “Het is noodzakelijk om in Straatsburg een besluit te treffen over de intergouvernementele conferentie ter voorbereiding van de economische en monetaire unie.”

Maar toen bondskanselier Kohl en minister Genscher op 8 december 1989 de vergaderzaal in Straatsburg betraden, heerste daar een ijzige sfeer. Met moeite slaagden de Duitsers erin hun EG-partners ertoe over te halen om in te stemmen met de Duitse eenwording, hetgeen echter gepaard ging met de nodige restricties en voorwaarden. Tegelijkertijd werd het Franse tijdschema voor de monetaire unie in principe zonder discussie goedgekeurd. Er was geen sprake van een politieke unie.

Vanaf dat moment ging alles ineens erg snel. In de zomer van 1990 ondertekenden de Bondsrepubliek Duitsland en de DDR een eenwordingsverdrag en op 3 oktober van dat jaar traden de negen deelstaten toe tot de Bondsrepubliek. In december begonnen de EG-regeringsleiders in Rome met hun intergouvernementele conferentie over de Europese monetaire unie. Toen ze in februari 1992 het Verdrag van Maastricht over de invoering van de euro ondertekenden voelde minister Genscher zich zeer voldaan: “Voor mij symboliseerde deze daad het nakomen van de toezeggingen die ik tijdens het Duitse herenigingsproces had gedaan."

Beide regeringsleiders wisten te profiteren van concessie

Was het opgeven van de D-Mark dan de prijs die voor de Duitse eenwording moest worden betaald? Die vraag kan niet zomaar bevestigend worden beantwoord, al was het maar omdat belangrijke besluiten over de euro pas veel later werden getroffen, bijvoorbeeld in 1992, toen de Fransen het Verdrag van Maastricht in een referendum met een nipte meerderheid aanvaardden.

Toch kan er nauwelijks worden ontkend dat de val van de Oost-Duitse SED-partij het project voor een Europese munt in een beslissende fase van zijn geschiedenis vooruit heeft geholpen. “Wellicht zou de Europese monetaire unie niet eens tot stand gekomen zijn zonder de Duitse eenwording”, zegt de voormalige president van de Duitse centrale bank, Karl Otto Pöhl. “Kohl wist dat hij iets moest doen om Europa vooruit te helpen als hij de hereniging erdoor wilde krijgen”, zegt de voormalige adviseur van president Mitterand, Hubert Védrine.

Het was een concessie waarvan uiteindelijk vooral beide regeringsleiders wisten te profiteren. Mitterand zorgde ervoor dat Kohl bekend werd als bondskanselier van de eenwording door de uitbreiding van Duitsland naar het oosten toe te laten. Op zijn beurt kreeg Kohl daarmee de mogelijkheid om de Duitsers hun D-Mark te ontnemen – één van de grootste triomfen in de regeringsperiode van Mitterand.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp