De Spaanse oorlog van onze tijd

Ingrijpen, of niet? Net als de Spaanse burgeroorlog in de jaren dertig van de vorige eeuw stelt het Syrische conflict Europa voor een dilemma tussen geweten en realpolitik. En ieder nieuw bloedbad verandert de argumenten ten gunste van de rebellen of het regime.

Gepubliceerd op 5 juni 2013 om 15:22

Twintig jaar geleden maakte de Franse filosoof Bernard-Henri Lévy een vergelijking tussen de Spaanse Burgeroorlog en het conflict in Bosnië. Hij betoogde dat er een wederopstanding van het Europese fascisme had plaatsgevonden in de vorm van het moorddadige Servische nationalisme.
Deze analyse was schromelijk overdreven. In Bosnië woedde een conflict tussen gewapende Kroatische en Servische nationalisten enerzijds, en nauwelijks bewapende en dus veel minder gevaarlijke nieuwbakken Bosnische nationalisten anderzijds. Dit conflict leidde tot het bloedbad van Srebrenica, de eerste daad van genocide in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. Niettemin kom je de erfgenamen van het Europese fascisme eerder tegen in de straten van West-Europa dan op de Balkan, (met als opvallende uitzondering Griekenland met zijn Gouden Dageraad).

De vergelijking met Bosnië’

Bosnië vormde geen ‘hedendaagse Spaanse Burgeroorlog’, omdat democratische landen - en niet de buitenlandse bondgenoten van Karadžić en Mladić - uiteindelijk tot militair ingrijpen overgingen. Ze sloegen de Servische droom van overwinning aan diggelen en legden de strijdende partijen een ongemakkelijk vredesakkoord op.
Tegenwoordig wordt Syrië het ‘nieuwe Bosnië’ genoemd, nu het aantal doden snel oploopt en de internationale gemeenschap lijdzaam toekijkt. Syrië verdient eerder de kwalificatie ‘nieuw Spanje’, vooral omdat andere partijen nauw bij het conflict betrokken zijn.
Het regime van Bashar al-Assad zou niet kunnen overleven zonder de diplomatieke paraplu van Rusland, zonder de Iraanse wapenleveranties of zonder het kanonnenvoer dat Hezbollah vanuit Libanon levert. Afgelopen zondag zei Hezbollah-leider sjeik Hassan Nasrallah voor het eerst in het openbaar dat het lot van Libanon en de Palestijnse beweging afhing van de overwinning van Assad. Hij noemde de tegenstanders van de Syrische president ‘takfiris’, of afvalligen (hoewel de alawieten die Assad steunen, zelf tot een ketterse tak van de sjiitische islam behoren), en kondigde aan dat hij tot het bittere eind zou doorvechten.

De oorlog woedt nu ook buiten Syrië

Als reactie daarop werden drie Katoesja-raketten afgevuurd op het deel van Beiroet dat door de Hezbollah wordt gecontroleerd. Een van de leiders van de Syrische opstandelingen waarschuwde dat het Libanese leger Hezbollah moest aanpakken. Anders ‘doen wij dat zelf’, verklaarde hij. De oorlog heeft zich reeds uitgebreid tot buiten de grenzen van Syrië. Twee week geleden ontploften in de Turkse grensplaats Reyhanlı twee autobommen, waarbij vijftig mensen omkwamen. Niet de opstandelingen, maar de Syrische regeringstroepen of hun bondgenoten zaten ongetwijfeld achter die aanslag.
Rusland, Iran en Hezbollah vormen een hedendaagse tegenhanger van de ‘Fascintern’ tijdens de Spaanse Burgeroorlog [een pact tussen Duitsland, Italië en Japan om de ontwikkeling van het fascisme in de wereld te coördineren als reactie op het internationale communisme onder aanvoering van de Sovjet-Unie, red.]. Maar in tegenstelling tot het Spanje van de jaren dertig, vertegenwoordigt de regering - en niet de gewapende opponenten - de dictatuur.
De opstandelingen worden op hun beurt gesteund door de ‘Sunnintern’, een soennitische coalitie bestaande uit Turkije, Saoedi-Arabië en Qatar, die hen van financiële middelen, wapens en strijders voorziet.
De democratische landen zijn zoals gewoonlijk verdeeld. De EU kon niet tot een gemeenschappelijk standpunt komen en heeft het wapenembargo niet verlengd. Naar verwachting zullen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk wapens aan de opstandelingen gaan leveren wanneer de vredesbesprekingen onder leiding van Rusland en de Verenigde Staten op niets zijn uitgelopen.
Op het diplomatieke slagveld heeft Hezbollah reeds een nederlaag geleden; het zal waarschijnlijk op de Europese lijst van terroristische organisaties worden geplaatst. Niet zozeer vanwege de aanslag in Burgas op Israëlische toeristen, hoewel deze op het grondgebied van de EU plaatsvond, als wel vanwege de militaire steun aan het Syrische regime, die door de Europese Unie wordt veroordeeld.

Nietsdoen is geen verdedigbare optie meer

De democratische bondgenoten van de ‘Sunnintern’ in Syrië hebben evenwel een harde noot te kraken. Zoals de communisten de belangrijkste militaire macht in de Spaanse Republiek vormden, zo begint de lokale tak van Al-Qaida, samen met zijn Irakese bondgenoten, in Syrië steeds meer militaire invloed te krijgen. In de jaren dertig weigerden Frankrijk en Groot-Brittannië vanwege hun anticommunistische gezindheid de Spaanse republikeinen te helpen in hun strijd tegen de fascisten. Beide landen beseften hoe rampzalig hun vergissing was toen ze enkele jaren later zelf het slachtoffer werden van de fascistische agressie. Vandaag de dag wordt het Westen echter niet bedreigd door een oorlog met de sjiitische wereld, maar met soennitische extremisten die het al jaren in Afghanistan, in Irak en in de straten van onze steden bestrijdt.
Na elk bloedbad worden de argumenten om Assad uit het zadel te lichten, steeds overtuigender, maar dat geldt niet voor de argumenten die gehanteerd worden om zijn tegenstanders te steunen. Toch wordt ook nietsdoen een steeds minder verdedigbare optie. Syrië is inderdaad het Spanje van onze tijd.

Nieuwsbrief in het Nederlands

Oorlog in Syrië

Het regime gebruikt wel degelijk chemische wapens

We kunnen niet langer zeggen dat we het niet wisten”, waarschuwt Le Monde in zijn hoofdartikel van 5 juni, de dag nadat de Franse autoriteiten bevestigden dat “er wel degelijk chemische wapens zijn gebruikt in Syrië”.
Het regime van Bashar al-Assad gebruikte bij aanvallen op de gewapende oppositie en de bevolking, gifgas dat sarin bevat, een krachtig zenuwgas”, schrijft de Franse krant, dat op 27 mei een eigen onderzoek publiceerde over het gebruik van chemische wapens.
In navolging van Frankrijk laat ook het Verenigd Koninkrijk weten over bewijzen te beschikken. Maar voor de Verenigde Staten daarentegen, “blijft terughoudendheid geboden”.
Is dit een keerpunt?”, vraagt Le Monde zich af, en schrijft verder:

Frankrijk, dat inmiddels verklaart dat ‘alle opties op tafel liggen’, stuurt het dossier door aan een onderzoekscommissie van de VN, voor wie het afronden van het werk het moeizaamst zal zijn. De prioriteit ligt duidelijk bij het veiligstellen van de diplomatieke optie […]. De regering-Obama handelt met het absolute tegenvoorbeeld van de oorlog in Irak. Toen werd er opgetreden zonder VN-toestemming en op basis van leugenachtige beschuldigingen over massavernietigingswapens. Maar wat de chemische wapens in Syrië betreft, kunnen we nu niet meer zeggen dat we er niet van van wisten.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!