Twintig jaar na dato…

Polen viert zijn twintig jaar politieke onafhankelijkheid, maar de gevoelens zijn gemengd. Terwijl de krant Gazeta Wyborcza het glas heft op het vrije Polen "dat van allemaal is", betreurt Paweł Lisicki, in de krant Rzeczpospolita een periode van "geheugenverlies en een verzwakking van het gevoel van burgerplicht".

Gepubliceerd op 4 juni 2009 om 17:14
Lech Walesa (links), de leider van de vakbond Solidariteit, zijn adviseur Bronislaw Geremek (2e rechts) in gesprek met de Poolse president Wojciech Jaruzelski (2e links) en Premier Mieczysclaw Rakowski, 18 april 1989 in Warschau (Polen). AFP

Op de twintigste verjaardag van de eerste vrije verkiezingen in Polen die een eind maakte aan het communistische regime, haalt Adam Michnik, redacteur van de Poolse krant Gazeta Wyborcza, herinneringen op aan “1989, het jaar waarin Polen won van haar wrede verleden”[…] Het Poolse volk was gemuilkorfd en hulpeloos, en kreeg eindelijk een stem die door de hele wereld gehoord kon worden”.

Hij ziet Lech Walesa van de vakbond Solidariteit en Wojciech Jaruzelski van het communistische regime als leiders van beide kanten van een “Pool-Poolse oorlog”. Beide mannen hebben Polen geholpen in de overgang naar democratie. Toen de uitkomst van de verkiezingen van dat jaar bekend werd, waren “wij, de mensen van Solidariteit, bang voor de reactie van Moskou”. Het spreekt in het voordeel van de Communistische Partij dat deze de verkiezingsuitkomst officieel erkende, en uitmondde in diens ontbinding. Net als Solidariteit, “was de partij zich ervan bewust dat we ons op glad ijs begaven, dat de Sovjettroepen nog steeds in Polen gestationeerd waren”.

Hij brengt tevens hulde aan de paus Johannes Paulus II en de katholieke kerk, omdat die “een heel belangrijke rol hebben gespeeld in de doorbraak”. In 1989 “lieten de Polen zich van hun beste kant zien, moedig en tolerant”. Als er sprake is van verbittering over het verleden en hedendaagse problemen, zo besluit hij, “dan moeten we daar een andere gelegenheid voor kiezen”.

Paweł Lisicki, van de conservatieve krant Rzeczpospolita, gelooft daarentegen dat de laatste twintig jaar anders moeten worden samengevat, als een tijd van “geheugenverlies en een verzwakking van het gevoel van burgerplicht”. Degen die zichzelf schuldig hadden gemaakt aan communistische misdaden, werden niet bestraft, en de grenzen tussen goed en slecht in het openbare leven waren vervaagd. In plaats van nationale trots te tonen, betreurt de hoofdredacteur van Rzeczpospolita dat de Polen leerden zich te schamen en een sterke nationale identiteit te wantrouwen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de Poolse vrijheid niet het gevolg was van een overwinning op het communisme, maar van een “overeenkomst met het voormalige regime”.

In tegenstelling tot Michnik, stelt hij dat de verkiezingen slechts ten dele vrij waren. Solidariteit was de grote overwinnaar, maar “in plaats van zo snel mogelijk invloed weg te halen bij de communisten, probeerde het enthousiasme van zijn aanhangers de kop in te drukken”. Lisicki echter, schrijft de gebeurtenissen van 4 juni 1989 niet geheel af. Hij concludeert door te zeggen dat deze dag toch het waard is herinnerd te worden als een dag waarop “de Polen bewezen dat ze in staat waren om voor zichzelf en voor vrijheid te kiezen”.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp