Van directeur naar dakloze (2/3)

Cristina Fallarás leefde een normaal bestaan als schrijfster en adjunct-directrice van een krant. Maar toen ze in 2008 haar baan verloor, gleed ze af naar de status van werkloze moeder zonder woonruimte. Een tragische wending die in het noodlijdende Spanje zeer veel voorkomt. Presseurop publiceert haar verhaal in drie delen. Dit is deel 2.

Gepubliceerd op 30 juli 2013 om 10:53

Ik schreef dat het iedereen kan overkomen. Ik schreef dat mijn kinderen onder de armoedegrens leven. En op 25 januari 2012 schreef ik in het dagblad El Mundo ook dat ik me te huur aanbied.
43-jarige, blanke vrouw, schrijfster en redactrice. Lengte 1,69 meter, gewicht 60 kilo, gekleurd rood haar, blauwe ogen. Universitaire opleiding, 25-jarige journalistieke carrière met ervaring bij vier grote Spaanse dagbladen, vier radio- en drie televisiezenders. Zes gepubliceerde boeken, waaronder vier romans waarvan er drie bekroond zijn. Ervaring in het opzetten van redacties, teams, pr-campagnes, het maken van webpagina’s, het bereiden van Madrileense stoofpot en het voorlezen van Gil de Biedma. Vaardigheden in het schrijven/praten over litteratuur, politiek, economie, koken, seks, geweld, uitgeverij, familie(problematiek), werkloosheid, criminaliteit, vakbonden en straf – in de brede zin van het woord. In te huren om: na te denken, een huis te onderhouden, zelfs als ik dan bijvoorbeeld ook kool zou moeten oogsten. Het schrijven van allerlei soorten teksten, fictie, non-fictie en correspondentie inbegrepen. Ook opdrachten zonder auteursvermelding […]. Dieren uitlaten, of liever mensen begeleiden bij uitjes, gesprekken met hun voeren, het voorbereiden van (on)gehoorzaamheidsacties voor de publieke of private sector… Iedere andere dienst, die niet in bovenstaande lijst staat, zal vriendelijk in overweging worden genomen. Tarieven in overleg. Geïnteresseerd? Stuur een mail naar cristinasealquila@gmail.com. Verzoeken voor geslachtsgemeenschap, orale seks, strippen of een combinatie hiervan worden niet in beschouwing genomen”.

Bijna niemand nam mijn advertentie serieus

Ondanks de uitdrukkelijke opsomming ontving ik veel reacties met verzoeken voor seksuele praktijken, soms heel fantasierijk. Bijna niemand nam mijn advertentie serieus. Toch was het serieus bedoeld, zoals alles wat ik in de krant schrijf en publiceer. Mijn aanbod was net zo echt als de elektriciteit die een maand later werd afgesloten en het muntgeld dat ik tel om de melk voor het ontbijt te kopen. Dit soort dingen moet je meegemaakt hebben om ze te kunnen begrijpen, om je er bewust van te zijn. Ik dacht dus dat ik me er bewust van was, maar toen die man me dat ontruimingsbevel overhandigde, verstijfde ik toch ter plekke, een schok die tegelijkertijd een soort veerkracht veroorzaakte en me in beweging bracht. [[Je voelt je naakt en doodsbang, maar je moet erover praten. Je moet de bangheid uitdrukken, de angst onder woorden brengen en vertellen over de schuldgevoelens]].

Een crisis kan nooit zo lang duren

Ik heet dus Cristina Fallarás, de uit haar huis gezette journaliste die haar verhaal doet. Precies vier jaar voordat ik het besluit nam mijn verhaal te doen, namelijk op een zachte novemberochtend om 10 uur ’s ochtends, om precies te zijn op 17 november 2008, werd ik ontslagen door de directeur van het dagblad ADN, een gratis krant die in december 2011 voor het laatst van de persen rolde. Ik was daar adjunct-directrice en acht maanden zwanger. Op dat moment telde Spanje 2.500.000 werklozen – dat vonden we toen vreselijk, wat een grap – , en de meest onheilspellende voortekeningen duidden erop dat deze latente crisis zou voortduren tot in 2010, of misschien tot begin 2011. Wat een onzin, zeiden we in koor, een crisis kan nooit zo lang duren. De regering van José Luis Rodríguez Zapatero had het over de ‘eerste lenteknoppen’, we zouden het dieptepunt hebben bereikt en alles zou snel weer opbloeien. Korte tijd later pompte de socialistische premier miljarden euro’s in de Spaanse banken. Allemaal overheidsgeld.

Hadden we die reis maar niet gemaakt

Hier begon in feit mijn uithuiszetting, het begon met dat ontslag. Half november 2012 zette El País 129 journalisten op straat. Ik weet nog dat ik toen dacht: nog meer mensen om uit huis gezet te worden, toe maar, kom maar naar beneden, plaats genoeg. Als veteraan weet ik wat de verschillende fases zijn. Namelijk:
Fase 1. Ik verdien beter dan dit, ik heb tenslotte veel werkervaring. Ik heb een ontslagvergoeding, een leuk bedrag, en ik ontvang minstens anderhalf jaar lang een werkloosheidsuitkering. Ik trek twee maanden uit om bij te komen en deze belediging in te slikken. Deze fase duurt minstens een jaar.
Fase 2. Binnenkort ontvang ik geen uitkering meer… hadden we die reis maar niet gemaakt. [[We gaan besparen op eten en kleding. De kinderen krijgen voorrang, zij mogen er niets van merken.]] Ik moet iets oprichten, een adviesbureau, een bedrijfje, een communicatiebureau. Ik gebruik het laatste geld van m’n ontslagvergoeding om de toekomst van m’n familie te waarborgen. Die verdomde politici ook. Deze tweede fase duurt het hele tweede jaar.

Vlees is alleen voor de kinderen

Fase 3. Kids, geen vakantie dit jaar. Schat, we verkopen de auto. Verdomme, die werkloosheidsuitkering is nu al afgelopen. Nu kopen we alleen nog maar de goedkoopste merken. Onbeperkt rijst voor de volwassen, maar geen nieuwe kleren. Het bedrijfje werpt nog geen vruchten af, hoe kan het in een paar maanden tijd winstgevend worden? Ben ik misschien toch niet zo’n goede deskundige? En waarom vindt m’n vriend geen werk? Misschien doet hij niet genoeg moeite. [[Ik heb kalmeringspillen nodig. Als ik een politicus op straat tegenkom, geef ik hem een dreun]]. En anders geef ik die wel aan de bankmedewerker. Als ze me nog een keer bellen vanwege de onbetaalde huur, dan ontplof ik. Ik heb nog steeds kalmeringspillen nodig. De derde fase beslaat tweederde van het derde jaar.
Fase 4. Ik heb sterkere kalmeringspillen nodig. We hebben al maanden de huur, het water en de elektriciteit niet betaald. De bank reageert niet meer. Schat, het vlees is alleen voor de kinderen, zeg ik tegen mijn partner. Ik lijk wel te verouderen waar ik bij sta! Niemand belt me nog. Ik ga naar de supermarkt, jij let op de caissière als ik een tube tandpasta en scheermesjes onder m’n jas verberg, zeg ik tegen mijn vriend. De vierde fase eindigt met de uitzetting. En wat er dan nog van je over is, zijn slechts wat statistieken.

Wordt vervolgd.
Dit artikel is op 12 december 2012 verschenen in het Argentijnse online magazine Anfibia.
Lees hier het eerste deel
Lees hier het derde deel

Categorieën

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp