Eind 2006 werd een einde gemaakt aan één van de heftigste twistpunten in deze zittingsperiode van het Europarlement door de aanname van een aangepaste versie van de 'Bolkestein'-richtlijn over de liberalisering van de dienstensector. De Franse socialisten waren eigenlijk tegen de aangepaste versie die door een Duitse socialiste was uitgewerkt en distantieerden zich van hun fractie. De afloop van deze strijd, opgenomen in de annalen, illustreert één van de minder bekende facetten van het Europees parlement: het is een instelling met een zeer sterk ‘poldermodel’, dat niet vaak voorkomt in nationale parlementen en waar de Europarlementariërs weleens hun vraagtekens bij zetten.

Dit dubbele fenomeen kan op verschillende manieren worden uitgelegd. Het Europees Parlement beraadslaagt over een groot aantal technische onderwerpen, zoals de kwaliteit van brandstoffen, de reglementering van telecommunicatie en veiligheidsnormen. Het zijn voornamelijk de bataljons aan lobbyisten die in de Europese contreien in Brussel zijn neergestreken die zich voor deze onderwerpen interesseren.

In elk geval komt het pas tot een stemming, hoe politiek van aard die ook moge zijn, na langdurig overleg tussen instellingen die heel verschillend in elkaar steken: het Europees Parlement moet het niet alleen op een akkoordje gooien met de Europese Raad, waar de reacties tussen regeringen onderling de boventoon voeren, omdat hier immers de lidstaten bijeenkomen, maar ook met de Europese Commissie, waarvan de leden van linkse en rechtse signatuur hun best doen om boven de partijen te blijven staan. “Het Europees Parlement heeft nooit een meerderheid of een stabiele coalitie gekend,” aldus Florent Saint Martin, assistent van een lid van het Europees Parlement docent aan de faculteit Politieke Wetenschappen van de Universiteit van Parijs. Volgens hem zouden negen van de tien stemmingen in 2008 de stemmen hebben opgeleverd van tenminste 80% van de parlementariërs. “Deze cohesie zorgt er nu juist voor dat het Parlementeen gewichtige tegenhanger is voor de Raad en de Commissie,” aldus Olivier Costa, onderzoeker bij de Franse Raad voor Wetenschappelijk Onderzoek en coauteur met Florent Saint Martin van een Frans boek over het Europees Parlement dat onlangs verscheen (Le Parlement européen, La Documentation française, april 2009).

In de zoektocht naar consensus kunnen we niet om de drie grootste fracties in het parlement heen – de Europese Volkspartij (EVP), de socialistische en de liberale fractie – die zich intern overigens met meer dan 85% van de stemmen zeer eensgezind tonen, volgens de website VoteWatch.eu, een initiatief van onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel en de London School of Economics.

Ondanks dit spel tussen Europese instellingen hebben er heftige woordenwisselingen plaatsgevonden over de meest symbolische teksten tijdens deze zittingsperiode. De Bolkestein-richtlijn, de Reach-regeling voor chemische producten, de mislukte overeenstemming over de werktijden, het pakket milieumaatregelen, de richtlijn over de terugkeer van immigranten: veel van die teksten gaven aanleiding tot de gebruikelijke tegenstellingen tussen de partijen, waarbij de standpunten vaak lijnrecht tegenover elkaar stonden, voordat het tot een compromis kwam waarover kon worden gestemd. “De economische en sociale kwesties, het milieu of immigratie zijn onderwerpen waarover rechts en links blijven botsen,” volgens Florent Saint Martin.

Bovendien is nationale partij-ideologie niet het enige fenomeen dat de cohesie tussen de voornaamste fracties in gevaar brengt. Tijdens stemmingen “hebben de parlementsleden vaak een dubbele stemmingslijst, één van hun eigen fractie en één van de regering van hun land van herkomst”, aldus een diplomaat die belast is met het volgen van de parlementaire debatten, “en laten we daarbij de rol van de lobbyisten vooral niet vergeten.” Bij elk belangrijk debat doen sommige permanente vertegenwoordigers van de lidstaten in Brussel hun staatsburgers een "memo met richtlijnen" toekomen, compleet met argumenten om een bepaalde positie in te nemen. Het staat de parlementariërs echter vrij om al dan niet mee te gaan in deze argumenten.