Een van de verdiensten van de eurocrisis is wel dat daardoor het bouwen aan Europa weer op de kaart is gezet. Hoewel er voor de crisis geen sprake was van het heropenen van de doos van Pandora om de Europese verdragen te herzien, komt nu de kwestie van de institutionele hervorming toch weer aan de orde. Uiteindelijk gaat het erom tot overeenstemming te komen over het Europa dat we willen hebben en de benodigde maatregelen waarvoor goedkeurig verkregen kan worden.

Aangezien de eurozone gevaar loopt, heeft een verdere eenwording van de monetaire unie van de zeventien lidstaten duidelijk prioriteit. Hier wordt al aan gewerkt door het instellen van een feitelijk economisch bestuur voor de eurozone en een onderlinge afstemming op het terrein van begrotings- en fiscaal beleid.

Harde kern Berlijn-Parijs heeft zich opgedrongen

In moeilijke tijden ziet iedereen de noodzaak daarvan in. Frankrijk en Duitsland zijn aan zet en hebben besloten het goede voorbeeld te geven. De vijftigste herdenkingsdag van het Elysée-Verdrag [vriendschapsverdrag tussen Frankrijk en Duitsland], in januari 2013, is een van de kenmerken voor de Frans-Duitse eenwording.

Ondanks de stroeve relatie tussen Angela Merkel en Nicolas Sarkozy heeft deze harde kern zich bij de aanpak van de eurocrisis opgedrongen. Europa kon niet om de dominerende invloed van de twee grote economieën heen. Daarmee werd de voorkeur bevestigd voor het intergouvernementele systeem, dat het communautaire systeem, van kracht toen de Europese Commissie nog de motor achter de eenwording was, al achter zich had gelaten.

Berlijn en Parijs zijn uitgegroeid tot het centrum van Europa. Brussel beheert alleen nog de administratie. Het “federale” concept vormt feitelijk geen afspiegeling meer van de werkelijkheid. Vooral kleine lidstaten hebben moeite met het accepteren van deze ontwikkeling, getuige het Nederlandse voorstel voor een nieuwe eurocommissaris, die belast zou worden met het toezicht op de begrotingen van landen in moeilijkheden die een beroep doen op het Europese noodfonds (EFSF).

Bezorgheid over een Europa van "twee snelheden"

Onder leiding van Parijs en Berlijn verloopt de versterking van de monetaire unie eerder via een verhoging van de druk van de lidstaten, zoals de aanduiding van Herman Van Rompuy als de toekomstige “Meneer Eurozone”. Er dient gehoor te worden gegeven aan de wil van voornamelijk Duitsland om een “democratische controle” in te stellen voor besluiten over de eurozone. Daarvoor worden volop ideeën aangedragen. Zonder een nieuw parlement in het leven te roepen, zou je net als Guillaume Klossa, oprichter van de denktank EuropaNova, kunnen denken aan een instantie waarin zowel nationale als Europarlementariërs zitting hebben, leden van bepaalde commissies.

Opmerkelijk is in dit verband de mate van onverschilligheid van de Britten, die geen deel uitmaken van de eurozone, ten aanzien van de pogingen om tot een bredere eenwording van de zeventien eurolanden te komen. De regering Cameron stelt zich steeds sceptischer op over de euro en lijkt zich nauwelijks te bekommeren over het feit dat Londen bij besluitvorming over economische kwesties op het Europese vasteland gepasseerd zou kunnen worden.

Anderen verhullen hun bezorgdheid over het ontstaan van een Europa van “twee snelheden” echter niet. Zoals Zweden, dat evenmin deel uitmaakt van de eurozone. In een forumbijdrage die werd gepubliceerd in de Frankfurter Allgemeine Zeitung stellen Anders Borg en Carl Bildt, respectievelijk de premier en het hoofd van de diplomatieke dienst van Zweden, "het ontstaan van een nieuwe verdeling” tussen lidstaten onderling aan de kaak. Een tikkeltje besmuikt voorzien zij dat als er sprake zou moeten zijn van “twee snelheden”, de landen in de periferie, die liberaler zijn in hun opvatting over de economie en meer gericht op concurrentie, daar uiteindelijk het meeste profijt van zouden hebben, in elk geval wat hun economische groei betreft…