Nu de officiële ratificatie van het Verdrag van Lissabon door alle 27 EU-lidstaten bijna een feit is, wordt er volop gediscussieerd over de vraag of Tony Blair zijn enigszins dubieuze ambitie om de eerste EU-voorzitter te worden gaat waarmaken. Amper een paar maanden geleden leek hij nog de gedoodverfde kandidaat, omdat hij de steun van zowel Nicolas Sarkozy als Angela Merkel had weten te krijgen.

Maar de afgelopen tijd gaan er steeds meer stemmen tegen Blair op. De federalisten, onder wie Jean-Luc Dehaene, parlementslid en voormalig premier van België, vragen zich af of Blair wel de aangewezen persoon is om de EU te leiden omdat het hem niet gelukt is de euro in te voeren in het Verenigd Koninkrijk en wegens het feit dat de Britten niet deelnemen aan de Schengen-overeenkomst, waarin de Britse regering werd gevraagd de controle over haar grenzen op te geven. Blair is ook aan de linkerflank van de Europese politiek impopulair vanwege zijn zeer nauwe banden met de VS en zijn betrokkenheid bij de oorlog in Irak.

Fransen en Duitsers hebben oogje op post Hoge Vertegenwoordiger

De toonaangevende eurocraten zien Blair nog wel graag in de topfunctie, als hij kan blijven rekenen op de steun van de Duitsers en de Fransen. Die steun zal hij waarschijnlijk krijgen, en wel om twee redenen. De eerste reden is dat Sarkozy en Merkel allebei vinden dat de nieuwe voorzitter van de EU zijn mannetje moet kunnen staan bij overleg met de grote wereldleiders, zoals Barack Obama of China's Hu Jintao. Maar belangrijker is nog dat zowel de Fransen als de Duitsers een oogje hebben op de post van Hoge Vertegenwoordiger, die huns inziens mogelijk meer invloed zal kunnen uitoefenen dan de voorzitter.

Dit is niet alleen omdat de voorzitter meer een ceremoniële dan een uitvoerende rol zal bekleden. Wanneer het Verdrag van Lissabon in werking treedt, wat over een paar weken kan gebeuren, als Tsjechië de moeizame ratificatieprocedure heeft afgerond, is de Hoge Vertegenwoordiger verantwoordelijk voor de ontwikkeling en formalisering van de betrekkingen tussen de EU en de rest van de wereld.

De Commissie was en is al druk bezig met de voorbereidingen voor het moment waarop zij zich een soevereine entiteit mag noemen en een netwerk van EU-missies in de vier windstreken kan opzetten. In bepaalde delen van de wereld, zoals Latijns-Amerika, hebben deze missies meer personeel dan de meeste Europese ambassades. De vertegenwoordiger krijgt tevens de bevoegdheid om namens de EU te onderhandelen over verdragen, wat hem of haar meer macht geeft om invulling te geven aan de rol en het belang van de EU.

Wolfgang Schaüble gooit hoge ogen

De bepalingen van het verdrag van Lissabon vormen ook niet de grens van Europa's ambities. Op dit moment is in het verdrag vastgelegd dat het bureau van de Hoge Vertegenwoordiger de diplomatieke diensten van de lidstaten, zoals het Foreign Office van het Verenigd Koninkrijk, moet raadplegen en ermee moet samenwerken. Niets verplicht de Vertegenwoordiger echter om zich aan hun aanbevelingen te houden. De federalistische Europese Volkspartij (de EVP), de grootste fractie in het Europees Parlement, dringt actief aan op een ambassadestatus voor de buitenlandse missies van de EU. Hieruit blijkt duidelijk welke diplomatieke ambities de EU koestert. De EVP wil ook een zetel voor de EU in de VN-Veiligheidsraad, in plaats van het Verenigd Koninkrijk of Frankrijk, of van beide.

Mocht Blair daadwerkelijk voorzitter worden, dan gooit Wolfgang Schaüble, de Duitse minister van Binnenlandse Zaken, hoge ogen als Hoge Vertegenwoordiger. Schaüble heeft zijn roem op het politieke toneel voornamelijk te danken aan het voorstel dat hij halverwege de jaren negentig deed voor een Europa van twee snelheden, waarbij Frankrijk en Duitsland de snelweg op mochten en landen buiten de eurozone, zoals het Verenigd Koninkrijk, achter hen aan mochten hobbelen.

De lidstaten hebben nog heel wat marchanderen voor de boeg voordat de functies vervuld zijn, waarschijnlijk tegen het einde van het jaar. Wat de uitkomst ook is, het betekent een enorme sprong voorwaarts voor het plan van een vérgaande Europese integratie.