Als Geert Wilders na de landelijke verkiezingen van juni premier van Nederland wordt, krijgt de Europese Unie voor de eerste keer in haar geschiedenis een regeringsleider die gelooft in het bestaan van Eurabië. Dit mythologische continent van de toekomst valt samen met het huidige Europa, maar zijn kinderen, van Noorwegen tot aan Napels, leren op school om de Koran op te zeggen, terwijl vrouwen een boerka dragen. “Kijk maar eens rond als je op straat loopt, dan zie je meteen hoe we eraan toe zijn.

We voelen ons niet meer thuis. Nog even en er zijn meer moskeeën dan kerken,” stelde de leider van de Partij voor de Vrijheid twee jaar geleden. Volgens hem zou het een goede zaak zijn om Nederlandse moslims geld te geven als zij bereid zijn uit Nederland weg te gaan. Vooral door zich van deze retoriek te bedienen, wint Wilders veel stemmen. Miljoenen landgenoten hebben namelijk net als hij het gevoel te worden bedreigd door een vreemde cultuur.

Vrijheid van meningsuiting

Wilders doet zich voor als een fervent voorstander van de vrijheid van meningsuiting, en in dat opzicht overdrijft hij geenszins. Sinds vorig jaar wordt hij door de rechtbank van Amsterdam vervolgd voor het aanzetten tot rassenhaat en discriminatie, omdat hij onder meer de Koran heeft vergeleken met Hitlers Mein Kampf. Zo’n veertig procent van de bevolking staat achter dit proces.

Toch heeft de populariteit van de PVV de laatste tijd een hoge vlucht genomen. Zijn politieke boodschap is weliswaar niet sterk onderbouwd, maar wat telt, is het aantal stemmen. Eurabië heeft zich geleidelijk aan van een obscure ideologische hersenschim ontpopt tot een netelig en gevaarlijk campagne-onderwerp.

Demografische explosie moslims

Wilders cum suis hebben in hun boodschap systematisch de nadruk gelegd op de demografische explosie van moslims en de jihad. Zij zijn er zo in geslaagd het gevoel op te roepen dat zij precies weten hoe de wereld er in de toekomst uit zal komen te zien. Maar uit onderzoek blijkt eerder dat moslims als groep te kampen hebben met gevoelens van frustratie doordat zij in de samenleving worden gemarginaliseerd en het moeilijk hebben. De gedachte dat zij een sterke macht vormen die tracht het voortouw te nemen op het Europese continent, kan bij hen slechts verbazing wekken.

Het tegendeel is immers waar: zij zijn zelfs bereid om zich aan hun nieuwe cultuur aan te passen en een buitenlandse, niet-islamitische identiteit aan te nemen. Maar daarvoor moeten zij eerst en vooral werk hebben. En deze hele integratieprocedure van moslims in Europa is een proces van lange adem. In werkelijkheid neemt de multiculturele samenleving min of meer de vorm aan van een systeem van ghettovorming. Het gevaar komt niet van de moslims zelf, maar van de manier waarop de blanke meerderheid van de bevolking met hen wil samenleven. En dat is precies de reden waarom processen wegens belediging van de islam zo belangrijk zijn.