Het percentage Turken dat vóór aansluiting bij de EU is, neemt af. Tegen deze achtergrond is vorig jaar een nieuwe minister van Buitenlandse Zaken aangetreden: Ahmet Davutoglu, een bescheiden man en academicus van vijftig jaar oud die de raadgever van de minister-president Recep Tayyip Erdogan is geworden inzake buitenlandse aangelegenheden.

Een van zijn boeken, Stratejik Derinlik (‘Strategische diepte’, uit 2001) is populair onder Turkse politici en academici en verleent zijn prestige meer glans. In zijn analyse gaat Davutoglu uit van respect voor het keizerlijke verleden van zijn land. Hij laat zien dat dit verleden geen last is voor Turkije, maar dat het daarentegen een groot voordeel kan zijn om het aanzien van het land in de regio én in de wereld te vergroten.

Knooppunt voor olietransport naar Europa

Het geopolitieke idee van Davutoglu komt neer op ”het zelfvertrouwen van de natie.” Iets waar anderen de term ”neo-Ottomanisme” zouden gebruiken. Maar deze intellectueel die strateeg is geworden, verzet zich vanuit dit zelfvertrouwen tegen wat hij ziet als het verval van zijn land in de twintigste eeuw. In zijn optiek zou Turkije moeten profiteren van het einde van de Koude Oorlog en de tegenstelling tussen Oost en West, van de culturele en politieke achtergrond van het land (een seculiere en democratische moslimstaat) en vooral van haar unieke geografisch-strategische ligging : niet alleen vormt Turkije een brug tussen de westerse en de islamitische wereld, maar het is ook een belangrijk knooppunt voor het transport van olie naar Europa.

Dat deze nieuwe minister aan het roer staat is een signaal op zich. Zijn euro-optimistische voorganger Ali Babacan heeft plaats moeten maken voor de pragmatische Davutoglu die bij zijn aantreden onmiddellijk suggereerde dat Turkije zijn gebruikelijke politiek van ”geen problemen met de buurlanden” zou voortzetten, maar dat hij deze politieke strategie ook zou actualiseren en versterken door zich in te zetten voor een ”maximale samenwerking met eenieder die belangstelling heeft”. Achter deze retoriek gaat een diepere verandering schuil. Turkije, dat duidelijk teleurgesteld is door het gedraal van Parijs en Berlijn over zijn toetreding tot de EU (en daarbij opgeteld de toetreding van Cyprus in 2004) verbreedt zijn blik in andere richting : de islamitische buurlanden op de Balkan, het Midden-Oosten, eigenlijk het hele voormalige Ottomaanse rijk.

Bewegingsruimte in islamitische wereld vergroot

De eerste vergadering van de minister was symbolisch. Op 4 mei 2009 ontving hij de onder-minister van Buitenlandse Zaken van Azerbeidzjan. Geheel volgens afspraak met Erdogan, bereidde Davutoglu het einde van het diplomatische conflict met Armenië voor. De strenge houding ten opzichte van Israël heeft zijn bewegingsruimte in de islamitische wereld vergroot. Ook in Afghanistan, Pakistan, China en Montenegro is Ankara actief. Of het nu in Libië of Rusland is, Roemenië, Irak, Iran, Georgië of Syrië : overal heeft de Turkse minister laten zien dat hij belangstelling heeft voor het Turkse achterland.

Van de 72,5 miljoen inwoners van zijn land is Ahmet Davutoglu voorlopig een van de weinigen die kan zeggen of het traditionele idee van een seculier en pro-westers Turkije verenigbaar is met het nieuwe idee van een vergroting van zijn invloed in de regio en in de islamitische wereld, of dat deze zienswijzen gedoemd zijn om elkaar teniet te doen.