Heeft de Europese Commissie eindelijk een manier gevonden om het netelige GGO-dossier vlot te trekken? Op ons oude continent, dat genetisch gemodificeerde planten koppig weert, wordt er slechts 100.000 hectare van verbouwd, tegen 134 miljoen in de rest van de wereld. Commissievoorzitter José Manuel Barroso heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat hij deze situatie graag anders zou zien.

Brussel onderzoekt nu de mogelijkheden om de staten meer flexibiliteit te geven om in hun eigen land het gebruik van genetisch gemodificeerde zaden te verbieden, zelfs als producenten daar op Europees niveau toestemming voor hebben. In ruil daarvoor zouden de landen die tegenstander zijn van biotechnologie de [Europese] goedkeuring van nieuwe transgene soorten niet langer mogen tegenhouden [zodat ze in andere EU-lidstaten wél voet aan de grond kunnen krijgen, nvdr]. In de loop van juli zou de Eurocommissaris voor Volksgezondheid, John Dalli, met een concreter voorstel moeten komen. Dit voorstel dient vervolgens te worden goedgekeurd door de Europese Raad en het Parlement. Maar Frankrijk heeft gevraagd of het onderwerp al vanaf vrijdag 11 juni besproken kan worden, tijdens de bijeenkomst van de Milieuraad in Luxemburg.

Acht lidstaten verzetten zich tegen het verbouwen van GGO's op hun grondgebied

Wat is concreet de beoogde doelstelling? Dalli wil de huidige wetgeving wijzigen zodat de lidstaten GGO's kunnen verbieden zonder dat ze verplicht een vrijwaringsregeling hoeven te gebruiken. Er zal een afwijkingsclausule ("opt-out") worden opgenomen waarop de regeringen een beroep kunnen doen om bepaalde gewassen te verbieden zonder speciale motivatie. Het doel is duidelijk: het huidige Europese autorisatiesysteem voor GGO's blijft behouden terwijl de lidstaten meer autonomie krijgen, met name op politiek gebied. Nu dienen vrijwaringsregelingen nog gemotiveerd te worden met gezondheids- of milieuredenen. Wanneer dat niet gebeurt, loopt de EU het risico dat er een klacht wordt ingediend bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

In maart maakte het college van Eurocommissarissen een eind aan de langdurige tegenstand door het verbouwen van de Amflora-aardappel goed te keuren. Dit was de tweede goedkeuring in Europa nadat het verbouwen van MON810 maïs van Monsanto werd toegestaan, iets wat door milieubeschermers fel bekritiseerd werd. Dalli beloofde vervolgens zijn mening over het Europese standpunt nog deze zomer toe te lichten. De eurocraten constateren dat de huidige situatie een achttal landen, waaronder Frankrijk, Oostenrijk, Duitsland en Hongarije, er niet van heeft kunnen weerhouden zich met behulp van een ontsnappingsclausule te verzetten tegen het verbouwen van bepaalde GGO's op hun grondgebied. In vier gevallen heeft de Commissie geprobeerd deze verboden op te heffen omdat de wetenschappelijke waarde ervan door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) betwist wordt, maar hun voorstellen werden door de staten verworpen.

Greenpeace: achter het "verleidelijke aspect" van de voorstellen zit een valkuil

De nieuwe aanpak is gericht op de wijziging van het huidige wettelijke kader in combinatie met een nieuwe aanbeveling over het naast elkaar bestaan van GGO- en niet-GGO-gewassen. De Commissie streeft er overigens naar de impact van deze hervorming op de interne markt te beperken: het verkopen en de uitwisseling van GGO-producten zouden niet beperkt mogen worden, de "opt-out" betreft alleen het verbouwen zelf. "De vrije uitwisseling van toegestane GGO-zaden[...]zou in het kader van de binnenlandse markt ongehinderd moeten plaatsvinden", zo lezen we in de documenten van de Commissie die er overigens niet op uit is de EFSA, waarvan het functioneren stevig bekritiseerd wordt, te herzien.

Parijs houdt er bijvoorbeeld aan vast dat deze nieuwe voorstellen geen belemmering mogen vormen voor het beleidsplan om het autorisatieproces en het functioneren van de EFSA te herzien, dat eind 2008 onder Frans voorzitterschap unaniem werd aangenomen door de lidstaten.

De Franse minister van Landbouw verzet zich tegen de introductie van het subsidiariteitsbeginsel bij de exploitatie van de GGO's. Volgens hem zou dit kunnen leiden tot concurrentievervalsing. Op milieugebied blijft men hameren op het doel van de ontsnappingsclausules: er zeker van zijn dat de gewassen zonder besmettingsrisico verbouwd kunnen worden.

Arnaud Apoteker van Greenpeace France is van mening dat achter het "verleidelijke" aspect van deze voorstellen een valkuil zit: "De tekst maakt er geen geheim van dat het de bedoeling is de autorisaties sneller te kunnen geven. De beoordeling van de GGO's wordt in deze voorstellen niet naar behoren uitgevoerd."

Voor James Borel, vicevoorzitter van het Amerikaanse agrochemische concern DuPont, is het voorstel uit Brussel "een grote stap vooruit", zelfs al is het niet "ideaal". Inmiddels liggen er al drie autorisatieverzoeken op het bordje van commissaris Dalli: voor de BT11 maïs van de Zwitserse groep Syngenta, voor BT1507 van de Amerikaanse groep Pioneer (onderdeel van DuPont), en voor MON810 van het Amerikaanse bedrijf Monsanto, voor de herziening van zijn autorisatie.