Sinds de jaren zeventig is multiculturalisme niet alleen een feit geweest in landen als de Verenigde Staten, maar ook de norm. De charmante diversiteit moest worden ondersteund. Het multiculturalisme moest ook worden gerespecteerd omdat het een uitdrukking was van de vele ‘identiteiten’ van verschillende sociale groepen -voornamelijk nationale en etnische, maar ook seksuele en die van de verschillende generaties-.

Op een zeker moment overschreed het aantal gepubliceerde boeken, artikelen en conferenties over het multiculturalisme alle redelijke grenzen en verschillende mensen, mijzelf incluis, begonnen te geloven dat het een of andere bevlieging of obsessie was.

Kritiekloze acceptatie

Nu weten we dat het multiculturalisme, indien gematigd, uiteindelijk beter is dan de twee verschijnselen waar we heden ten dage mee worden geconfronteerd. Het eerste is de vervanging van het multiculturalisme door een grotendeels kritiekloze acceptatie van alle culturele fenomenen. Daarbij maakt het niet waar ze vandaan komen en wat de politieke, sociale, spirituele of religieuze context is. Met andere woorden: Scandinavische boeken, Iraanse films, Indiase muziek en Oosterse geneeskunde zijn allemaal even goed. ‘Even goed’ betekent ook dat er geen ranglijst verbonden is aan onze (Europese) cultuur en dat alles dat goed is gewoon goed is. Zelfs als we niet weten waarom.

De tweede bedreiging voor het multiculturalisme is het monoculturalisme dat nauw verbonden is aan nationalistische ideeën, die intellectueel gezien nogal onbeholpen zijn, maar niettemin steeds populairdere worden. Tot op zekere hoogte was het multiculturalisme hier juist een reactie op, maar niet alleen nationalisme contrasteert met multiculturalisme. Of het nu om analyses van immigrantengemeenschappen in verschillende Europese landen of de verklaringen, zelfs de officiële, van politieke leiders in islamitische landen gaat, we zien meer en meer vijandigheid ten opzichte van andere culturen en beschavingen.

Multiculturalisme ondergewaardeerd

Zelfs als we het bestaan van de vele culturen accepteren, dan nog zouden wij het dichtst bij onze eigen cultuur moeten staan

De grootste kracht van het multiculturalisme –ondergewaardeerd tijdens zijn hoogtijdagen- was het besef dat, zoals de naam al suggereert, er vele verschillende culturen bestaan. Echter, zij die geloofden dat zij niet alleen verschillend, maar ook volledig gelijk of evenveel waard waren, gingen net zo goed te ver. Ik wil niet de loftrompet steken over de deugden van het eurocentrisme, maar zelfs als we het bestaan van de vele culturen accepteren, dan nog zouden wij het dichtst bij onze eigen cultuur moeten staan.

Het punt is eerder dat er in het geheel van waarden en normen, die symbool staan of worden gesteund door de verschillende culturen, ook enkele zijn die wij westerse mensen niet goedkeuren. Bijvoorbeeld: de behandeling van vrouwen in sommige islamitische landen of de culinaire gebruiken in enkele landen in het Verre Oosten van het consumeren van de bij ons geliefde huisdieren.

Onbegrijpelijke fascinatie

Redelijkerwijs kunnen wij ervan uitgaan dat het multiculturalisme een veel beter idee was dan het huidige postmulticulturalisme, waarbij helemaal geen onderscheid tussen culturen wordt gemaakt.

Interessant genoeg raakt het postmulticulturalisme meer en meer wijdverspreid in samenlevingen die nu juist te maken hebben met een aantal zeer lastige, en vaak onopgeloste, kwesties over culturele diversiteit. Het gaat om immigranten die, hoewel zij hardwerken en hard nodig zijn, niet het voornemen hebben om deel te nemen aan de cultuur of zelfs het beleid van hun land van verblijf. Dit levert een voor de hand liggend probleem op. Niet alleen omdat zij dezelfde rechten hebben als de rest van de samenleving (onderwijs, gezondheidszorg), maar ook omdat niemand weet hoe ze deze groep kunnen integreren in de rest van de samenleving en hoe ze kunnen worden onderworpen aan de regels en wetten die ook voor de anderen gelden.

Dit fenomeen is het best te zien in Nederland, maar bestaat ook in Duitsland en Frankrijk. En natuurlijk, er bestaan meerdere zachte dwangmiddelen (zoals het verplicht bestuderen van de geschiedenis van het nieuwe thuisland door immigranten), maar in de liberale, westerse wereld zijn deze methoden niet erg populair. Bovendien zijn er ernstige twijfels over de effectiviteit van deze maatregelen.

Niemand durft duidelijke antwoorden te geven

Bovendien wordt antiwesters gedrag openlijk gestimuleerd in de moederlanden van de immigranten – en dan hebben we het vooral over moslims-. Waarom zouden deze mensen opeens westers worden? En kunnen wij ons de aanwezigheid van deze miljoenen mensen permitteren? Niemand durft duidelijke antwoorden op dit soort vragen in Europa te geven. En diegenen die het toch doen, worden onmiddellijk -vaak terecht- weggezet als radicalen, veroordeeld en soms zelfs beschuldigd van racisme of fascisme.

Als culturele verschillen een feit zijn en kunnen leiden tot regelrechte vijandigheid, wat is dan de zin van multiculturalisme?

Maar als culturele verschillen een feit zijn en kunnen leiden tot regelrechte vijandigheid, wat is dan de zin van multiculturalisme? Zouden we potentiele vijanden moeten behandelen als medeburgers, of zelfs als broeders? De beste oplossing is daarom om terug te gaan naar onze oorsprong, onze mythes, onze symbolen, onze –niet noodzakelijke Europese, maar nationale- tradities.

Maar dan zal ook blijken dat er weinig is om zich aan vast te grijpen. Hoewel er cultuuruitingen uit voorheen weinig bekende delen van Europa oprijzen, zoals de Scandinavische misdaadromans, deze terugkeer naar traditie dient vooral om meer inzicht te krijgen in de samenwerking van de Zweden met Nazi-Duitsland. De waarheid is dat trotse woorden over sterke Europese wortels gewoonlijk niet alleen trots maar net zo goed leeg zijn.

Niet tevreden over onszelf

Nauwgezette psychologische observaties hebben aangetoond dat we gemakkelijker overeenstemming weten te bereiken met anderen als we goed weten wie wijzelf zijn en wanneer we tevreden zijn over onszelf. Het fenomeen van postculturalisme is het gevolg van het feit dat we in Europa niet tevreden over onszelf zijn en dat we niet weten hoe we met dit ongemak moeten omgaan.

Geen van de beschikbare methodes lijken hier te werken: noch het verdelen van de wereld in ‘ons’ versus ‘heidenen en barbaren’, noch het dwepen met hen alsof het wonderen der natuur zijn of slechts vermaak voor de dames, noch het imperialistische ‘white man’s burden’ [de plicht van het blanke ras om de gekleurde rassen te ontwikkelen, red.].

Multiculturalisme was de laatst redelijke –hoewel soms overdreven- poging om iets aan dit ongemak te doen. Heden ten dage staan de zaken er heel veel slechter voor. Of we besluiten dat de anderen niet bestaan, wat niet waar is, of we moeten ze niet toelaten (lichamelijk noch geestelijk) wat slechts tot een ramp kan leiden.