Net zoals Europa meer is dan louter een geografische entiteit, is de EU meer dan louter een politiek orgaan. Ik zie het in de eerste plaats als een moreel project. Als we in Europa een open samenleving nastreven, impliceert dat de noodzaak tot het schragen van specifieke waarden zoals vrijheid, verdraagzaamheid, individuele en interpersoonlijke verantwoordelijkheid. Dat zijn morele waarden die politiek en institutioneel verankerd moeten worden. Gebeurt dat niet of onvoldoende, dan verbrokkelen die waarden zelf.

Vaak vinden we de waarden die we genieten vanzelfsprekend. Pas wanneer we hen dreigen te verliezen, beseffen we dat dat niet zo is. Enkele weken geleden werd de internationaal gerenommeerde socioloog Zygmunt Bauman tijdens een lezing aan de universiteit van Wrocław door een honderdtal Poolse skinheads belaagd. Het tumultueuze voorval deed me de noodzaak herinneren van intellectuele vrijheid en de rol van intellectuelen in de samenleving.

Intellectuelen zijn tegenwicht van extremisme

Aan het begrip 'intellectueel' kleeft een wat negatieve bijklank. Het roept het beeld op van een grijsaard die vanuit een ivoren toren een beter zicht op de maatschappij meent te hebben dan de mensen die in de maatschappij staan. Intellectuelen zijn nochtans onontbeerlijk voor een gezonde samenleving. De geschiedenis leert ons dat zowat het eerste doelwit van totalitaire regimes – links en rechts – de onderzoekende geest van dwarsdenkers is.

Het intellectuele debat kan een belangrijk tegengewicht zijn voor politiek extremisme en populistische retoriek. Het is dan ook geen toeval dat de hevigste aanvallen op de vrije intellectuele ruimte uit populistische en extreme hoek komen. Dat zie je in het Hongarije van Viktor Orbán, waar persvrijheid en oppositie aan banden worden gelegd, waar intellectuelen de gordijnen worden ingejaagd en waar antisemitisme, onverdraagzaamheid en onvrijheden toenemen.

En ook in Wrocław kwam de aanval op de intellectuele vrijheid vanuit weinig democratischgezinde hoek. Het stelletje hooligans werd uiteindelijk door zwaarbewapende agenten en leden van de Poolse antiterrorisme-eenheid uit de universiteitsaula verwijderd. De intellectuele vrijheid gered, zou je denken. Maar als de vrijheid van denken en spreken al een zaak voor onze antiterreurdiensten wordt, dreigt er dan niet iets mis te lopen in Europa? Vrij denken in een harnas is moeilijk.

Ideeën zijn koopwaar

Ook bij ons is de intellectuele vrijheid misschien minder vanzelfsprekend dan we vermoeden. Vrijheid kun je op vele manieren kortwieken; dat hoeft niet altijd met expliciete dwang gepaard te gaan. Ook manipulatie, impliciete druk, conformisme of zelfs het cultiveren van iets vaags als een 'tijdgeest' zijn efficiënte mechanismen om mensen in de pas te doen denken.

Er zijn vandaag de dag verschillende factoren die de intellectuele ruimte vernauwen. De publicatiedruk onder academici bijvoorbeeld, of het dictaat van verkoopcijfers op de boekenmarkt stuwen de inhoud en vorm van het denken in een welbepaalde richting. Ideeën zijn koopwaar en het loont niet om een idee uit te denken dat niet verkoopt.

Deze economische druk werkt een toenemende radicaliteit en stelligheid in de hand. Om te verkopen, moet je opvallen. Een waarheid die in het midden ligt, wordt namelijk gauw vertrappeld door een stormloop van extreme meningen. Nuances vallen zelden op. Boude stellingen des te meer.

Kritisch zelfonderzoek

Dat is ook de uitwerking van het populisme op het politieke en maatschappelijke debat: een toenemende argumentatieve stelligheid en agressiviteit die niet enkel dialoog, maar ook kritisch zelfonderzoek in de weg staat. En zonder dialoog of kritisch zelfonderzoek is de intellectuele ruimte wel erg eng.

Een echte filosoof is iemand die alles in vraag stelt, in de eerste plaats zichzelf. Zelfrelativering is onontbeerlijk voor een open geest. Er is pas vrijheid van denken als je je eigen denkbeelden in vraag kunt stellen. Ook al leidt die zelfbevraging en -relativering er soms toe dat je je maar een charlatan voelt, zoals de Poolse filosoof Leszek Kolakowski ooit opmerkte.

Kolakowski was het toonbeeld van een vrije geest. Hij was het tegendeel van de filosoof die voortdurend met gebalde vuist zijn waarheden staat te declameren. Kolakowski benadrukte zijn eigen onwetendheid evenveel als de onwetendheid van anderen. En daarmee deed hij de waarheid ongetwijfeld meer recht dan zelfverklaarde kritische geesten die vooral kritisch voor anderen zijn, maar niet voor zichzelf.

Nakomelingen van Kolakowski zijn nodig

Vorige week was ik in Warschau om deel te nemen aan een debat over Europese waarden en hoe die politiek te vertalen. Dat debat was opgezet door de Europese Commissie vanuit de overtuiging dat de interactie tussen intellectuelen en politici tot een beter beleid kan leiden. Maar nogal wat leden van de Poolse delegatie grepen de gelegenheid aan om Commissievoorzitter Barroso de les te lezen en hem de (vermeende) culturele verarming van Europa te verwijten. Hun aanmatigende toon was symptomatisch voor de stelling die ik zelf verdedigde, namelijk dat intellectuelen zich al te vaak bezondigen aan argumentatieve stelligheid en eigenwaan. Daarmee staan zij zelf het open debat in de weg dat ze nodig hebben om te functioneren.

Ik zat ondertussen naast György Konrád, de Hongaarse schrijver die net als Kolakowski zo'n belichaming van het vrije denken is, even fijnzinnig als bescheiden. Ik zag hem met de ogen draaien terwijl het debat zo'n verwijtende wending kreeg en hij vertelde me dat hij er hoofdpijn van kreeg. Europa zou baat hebben bij wat meer geestelijke nakomelingen van Kolakowski en Konrád. Al zullen sommigen vinden dat ook dat opmerken op zich aanmatigend en betweterig van me is. Tijd dus om mezelf terug te trekken en in vraag te stellen.