De reden die Stefan Petrus ertoe brachten Roemenië te verlaten om in Duitsland te gaan werken, is eenvoudig. Geld. Niets aan de gezette man verraadt dat hij dertig jaar lang aan de lopende band karkassen heeft verzaagd in een abattoir. Hij windt er geen doekjes om: in Buzau, zijn geboortedorp op 100 kilometer van Boekarest, was hij erg arm.

En toen vertelde zijn vriend Nicolaï hem in 2008 over een baan als vilder in Nedersaksen, in Essen (Oldenburg), waar je 1.600 euro per maand kon verdienen. “Ik zei ‘ja’, ik kom eraan”. Een paar dagen later laat Stefan, die dan al 46 jaar is, zijn volwassen zoon achter, maar neemt zijn vrouw Luminata mee. Zij is naaister. Ze laat haar naaigerei liggen om voortaan beesten in stukken te gaan snijden. Van vier uur ‘s middags tot twee uur ‘s nachts, inclusief pauzes. Wat een prachtig aanbod.

In het begin gaat alles goed. Het enige minpunt is dat kleine appartement in een bakstenen huis in Quakenbrück, op tien kilometer van het slachthuis, dat Stefan en Luminata moeten delen met twee andere stellen. Een badkamer. Een toilet voor iedereen. Dat alles voor 175 euro per persoon per maand, te betalen aan ‘de baas’. Dezelfde baas die het slachthuis leidt.

Uitbuiting

Maar na een paar maanden worden de zaken bij het bedrijf anders geregeld. Het vaste salaris vervalt, en Stefan en zijn vrouw worden voortaan per stuk betaald: 1,31 cent (0,0131 euro) per versneden varken voor hem, 0,98 cent voor haar. De sterke en ervaren Stefan kan 700 beesten per uur aan, en verdient daarmee dus iets meer dan 9 euro per uur. Maar Luminata houdt dat ritme niet vol. Tot overmaat van ramp komen er na een paar dagen geen varkens meer binnen. Danish Crown, een grote industriële vleesverwerker, die bij het abattoir van Stefan inkocht, wil bij een andere, goedkopere leverancier gaan inkopen.

Geen varkens, geen geld”, vat Stefan samen. Zijn vrouw en hij proberen dan van 500 euro per maand te overleven. Verder is er niets. Het slachthuis gaat failliet. En zij worden ontslagen zonder de 5000 euro-en-een-beetje te ontvangen waar ze nog recht op hadden.

In Nedersaksen is het geval van deze Roemenen een van de vele voorbeelden van uitbuiting van buitenlandse werknemers. Ze zijn slecht op de hoogte van hun rechten, en worden vaak opzettelijk onwetend gehouden. In de lokale pers verschijnen sinds een jaar steeds meer verschrikkelijke verhalen uit de Nedersaksische vleesverwerkende industrie, die de Europese kampioen voor vleesexport is.

Een miserabel loon dat soms niet hoger ligt dan twee à drie euro per uur

In de loop der jaren, zijn de verwelkomde nationaliteiten veranderd, maar het scenario blijft hetzelfde. Een miserabel loon dat soms niet hoger ligt dan twee à drie euro per uur en onfatsoenlijke huisvesting. “Een paar weken geleden werd ik gewaarschuwd door een Spanjaard die in een kippenslachterij werkte, maar zijn salaris niet ontving. Ik ontdekte dat hij en andere Spanjaarden met zijn zeventigen op 180 vierkante meter woonden, in een restaurant dat buiten bedrijf is”, vertelt Matthias Brümmer, regiovertegenwoordiger van voedingsvakbond NGG.

Grieken hebben we hier nog niet gezien. Maar de industrie zoekt en vindt altijd wat ze wil op de plekken waar de ellende het grootst is”, zegt hij walgend. Deze bedrijven laten zich erop voorstaand dat ze hun dieren goed behandelen, maar hun werknemers behandelen ze als beesten!”

Magneet

In Duitsland bestaat er in de vleesverwerkende industrie helemaal geen minimumloon. Bovendien werd er onder de regering van Gerhard Schröder (SPD) een bepaling opgenomen waarmee een Duitse werkgever werknemers kan ‘inhuren’ van een buitenlands bedrijf, bijvoorbeeld uit Roemenië of Bulgarije. In deze gevallen is de arbeidswetgeving uit het land van herkomst van toepassing op de werknemers, die vaak minder streng is. Door werkgevers toe te staan goedkope arbeidskrachten in te huren, werkt Nedersaksen als een magneet op internationale vleesverwerkers.

Als Duitsland nu op zou houden met het produceren van vlees, zou heel Europa honger lijden!

De multinationals Danish Crown en het Nederlandse Vion vind je er naast bijvoorbeeld de Duitse bedrijven Tonnies en Westfleisch. Het resultaat is dat de werkloosheid in deze agrarische regio tot de laagste van Europa behoort (6,5 procent in augustus volgens het Duitse arbeidsbureau), en ondanks de automatisering binnen de bedrijfstak werken er nog steeds 142.000 mensen. En als je de ‘ingehuurde’ mankracht zou meetellen, zijn dat er meer dan 200.000, vertelt Brümmer. “Als Duitsland nu op zou houden met het produceren van vlees, zou heel Europa honger lijden! ”, lacht hij.

Hij, en vele andere Duitsers, beschouwen dit resultaat echter niet als een succes. “Ik schaam me. Als ik naar het buitenland ga, en ze me vragen stellen over dit onderwerp, kan ik het niet recht praten”, zegt Alexander Herzog-Stein, arbeidsmarktspecialist bij het instituut IMK, dat de vakbonden adviseert.

En na de vleesverwerkers, zal er een strijd volgen voor horecapersoneel en kappersbedienden, waarvan de salarissen naar verluidt ook niet hoger liggen dan 2 à 3 euro per uur…