Op kalmeringscampagne in Luanda: veertien Portugese parlementsleden bezochten begin november de Angolese hoofdstad in een poging de relatie tussen Lissabon en zijn voormalige kolonie wat te laten ontspannen.

De Portugese minister van Buitenlandse Zaken dacht er half september goed aan te doen zijn “diplomatieke excuses” aan Angola te maken over een lopend onderzoek naar Angolese hoogwaardigheidsbekleders in Portugal, maar de onverwachte uitkomst daarvan had het tegenovergestelde effect: de verhoudingen tussen Lissabon en Luanda bekoelden alleen maar verder. De Angolese president José Eduardo Dos Santos, sinds 1979 aan de macht, oordeelde tijdens zijn ‘State of the Union’ op 15 oktober, dat er niet langer aan de voorwaarden voor een “strategisch partnerschap” werd voldaan.

Op 21 oktober stelde het Journal d’Angola, de officiële krant van het regime in Luanda, in zijn hoofdartikel met de titel “Vaarwel Portugeestaligen” een “ontoelaatbare aanval” aan de kaak. En enkele weken daarvoor verscheen er al een artikel waarvan de strekking was dat Portugal zijn voormalige koloniën “de wet niet hoefde voor te schrijven”.

In Lissabon werd er onmiddellijk schande van geroepen door politici en redacteuren die de onderdanige houding van de [Portugese] minister sterk afkeurden. Waarop de regering in Luanda, zich van de weeromstuit “aangevallen” voelde door dit explosieve debat rond de afhankelijkheidsrelatie die de voormalige, op de rand van faillissement balancerende, wereldstad onderhoudt met zijn voormalige kolonie die volop bezig is aan een economische opmars.

Ondoorzichtig

Sommige media willen graag geloven dat de geschiedenis ‘wraak neemt’, gezien de enorme verschillen die beide landen laten zien. Met een werkloosheidscijfer van rond de 17% en een recessie die maar voortduurt (voor 2013 wordt een krimp van -1,8% verwacht), en op de korte termijn nog verergert door het stevige bezuinigingsbeleid, lijkt Lissabon tot alles in staat om maar buitenlandse investeerders aan te trekken. Daarentegen laat Luanda indrukwekkende groeicijfers zien (tegen de 15% in het eerste decennium van deze eeuw), dankzij de sterk stijgende olieprijzen en de verkoop van diamanten, wat voor investeerders uit China of Brazilië bijzonder aantrekkelijk blijkt te zijn.

Symbolisch is daarbij de handelsbalans van Portugal ten opzichte van die van Angola: in 2012 was die nog positief, maar in de eerste zes maanden van 2013 zakte hij weg in de rode cijfers. Lissabon importeert sindsdien meer Angolese olie dan dat er Portugese producten worden verkocht in Angola. Tegelijkertijd laten Angolese investeringen in Portugal, die moeilijk te becijferen zijn, sinds het begin van deze eeuw een stijgende lijn zien.

Angola neemt de 157e plaats in op de ranglijst van Transparency International

Angola is echter niet alleen een voormalige Portugese kolonie met 19 miljoen inwoners waar pas in 2002 een einde kwam aan een lange burgeroorlog. Het is ook een van de meest corrupte autoritaire staten ter wereld. Angola neemt de 157e plaats in op de ranglijst van Transparency International (waarop in totaal 176 landen staan), en wordt op een volstrekt ondoorzichtige manier geleid door de familie Dos Santos en de MPLA-partij van de president.

Luxueus vastgoed

De ‘wraak van de kolonie’ is dus meer dan tweeslachtig. Van heel wat Angolese ‘investeringen’, in luxueus vastgoed aan de kust of in banken, profiteert slechts een kleine kring ondernemers die dicht bij de macht in Luanda staan, en kan gezegd worden dat ze dubieus zijn.

Een aantal contacten van Mediapart in Lissabon beschrijft een duizelingwekkend systeem waarbinnen Portugal dient als doorgeefluik voor het witwassen van crimineel geld voor de nieuwe Angolese rijken.

Voor de Portugese oud-journalist Pedro Rosa Mendes, die nu lesgeeft aan de EHESS [universiteit sociale wetenschappen in Parijs], gaan deze witwaspraktijken van kapitaal veel verder terug dan de huidige crisis. De zaken komen in feite al op gang aan het eind van de jaren negentig, als Angola, dat dan midden in een burgeroorlog zit, nieuwe concessies uitgeeft voor zijn olievoorraden. Dat besluit brengt een explosieve groei van de productie van het zwarte goud met zich mee, vult de staatskas en versterkt in een klap de invloed van het land op het wereldtoneel. En de recessie in de Zuid-Europese landen vanaf 2008 versnelt de transformatie in de verhoudingen tussen Angola en Portugal alleen nog maar.

Enige vrouwelijke miljardair in Afrika

Hoeveel mensen willen wel niet de hand leggen op de parels van Lissabon? Leden van de presidentiële familie in Luanda – een paar honderd mensen in totaal – zijn een offensief gestart, en beschikken over Angolese en Portugese visa. “De kranten spreken over ‘presidentiële kringen’. Maar het is vooral Dos Santos zelf, en zijn eigen gezin, die het voortouw nemen”, denkt Pedro Rosa Mendes.

Angola, een land waarin 70% van de inwoners van minder dan twee dollar per dag moet leven

Zijn ‘eigen gezin’ en dan vooral de oudste dochter: Isabel Dos Santos, 40 jaar oud, afgestudeerd aan het King’s College in Londen, en de enige vrouwelijke miljardair van Afrika, is een van de sleutelfiguren uit deze duivelse postkoloniale familiegeschiedenis. Als we de officiële Angolese pers moeten geloven zou zij het levende bewijs zijn dat Angola, een land waarin 70% van de inwoners van minder dan twee dollar per dag moet leven, binnen de internationale financiële wereld zijn eigen succesverhaal kan hebben.

De erfgename, dochter uit het eerste huwelijk van Dos Santos, houdt in Portugal een verbijsterende portefeuille aandelen aan. Binnen een aantal jaren wist zij zich de helft van een telecomgigant (die voortkwam uit de fusie tussen ZON en Optimus) eigen te maken, naast een groot deel van de Portugese bank BPI – waarvan zij met 19,4% van het kapitaal, de op een na grootste aandeelhouder is. Ze zit ook in de raad van bestuur van een andere financiële instelling, BIC Portugal, en bezit aandelen in Amorim Energia, dat bijna 40% van Galp bezit, een van de grootste gas- en olieconcerns van Europa.

Twijfelachtige herkomst

‘De prinses’ is momenteel de op twee na rijkste persoon, gemeten aan de hand van de waarde van de fondsen uit haar portefeuille die verhandeld worden op de beurs van Lissabon. Met een geschat vermogen van 1,7 miljard dollar, kan in het Portugese economische landschap niemand meer om haar heen. Nu het land is leeggebloed, is het op het eerste gezicht moeilijk om niet blij te zijn met de komst van zoveel vers kapitaal…

Maar de kwestie wordt ingewikkeld als je op zoek gaat naar de twijfelachtige herkomst van het fortuin van ‘Isabel’. Dat probeerde het Amerikaanse blad Forbes te doen met een diepgaand onderzoek dat afgelopen september werd gepubliceerd, en dat in Lissabon veel stof deed opwaaien – en iets minder in Luanda.

De conclusie van het onderzoek is onontkoombaar: ‘Papa’s meisje’ is een door haar vader bedachte schepping om ten gunste van zijn ‘clan’ beslag te kunnen leggen op een deel van de opbrengsten van publieke goederen, van olie tot diamanten, voordat het geld veilig wordt weggesluisd naar het buitenland – met bestemming Portugal.