Twintig jaar geleden was op de stadspleinen het gerinkel van de sleutels van de demonstranten nog bijna te horen [nvdr: anti-communistische demonstranten hadden de gewoonte met het gerinkel van hun sleutels hun aanwezigheid kracht bij te zetten]. Resten prikkeldraad, dat plechtig was doorgeknipt, zwierven nog altijd langs de grens. Op sommige grensovergangen naar het Westen, waaraan de kameraden van de communistische partij toestemming voor hadden gegeven, stonden al lange rijen bussen vol nieuwsgierigen. Twintig jaar geleden gingen we op ontdekkingsreis naar een wereld die we tot dan toe alleen nog maar van foto’s kenden.

Bij de grens, gedurende de eerste jaren van ”vrij toerisme”, hebben zich heuglijke taferelen afgespeeld. Reizigers die, in het donker tussen de uitlaatgassen, hun Tsjechische varkensschnitzel met brood opkauwden, terwijl ze vanuit hun ooghoeken naar andere reizigers keken die het geluk hadden dat hun reisbureau een bus voor hen op de kop had weten te tikken. Een heel oude bus, dat wel, maar het was toch mooi een Mercedes. ”Wat zitten we lekker in die Mercedes, hè !”, hoorde je vaak. Maar ook : ”Vorige week was het nog een rijdende SRV-wagen. Ik heb mijn tas onder mijn stoel gelegd en nu stinkt die naar rotte wortels.”

Toch was deze vrijheid om overal naar toe te kunnen reizen een onvoorstelbare luxe. Een paar maanden eerder moesten hele families, gewapend met geduld en een flinke dosis geluk, nog ingezet worden om elkaar in een eindeloze rij voor reisbureau Čedok af te lossen, in de hoop een stedentrip met een naam als ‘Mist boven Hollandse molens’ in de wacht te slepen waarvoor een half jaarsalaris neergeteld moest worden.

De gaten in de Karosa [een merk bus] of de 20 cm beenruimte in de Mercedes stelden niets voor vergeleken met het bedelen om ”uitreisvoorwaarden ” en ”toekenning van vreemde valuta”, bureaucratische rompslomp waar men voor die tijd mee te maken had als men het land uit wilde. Bureau’s leverden nu paspoorten binnen 24 uur. De vernederende ondervragingen van achttienjarige met mitrailleurs gewapende douanebeambten behoorden tot het verleden. Het tij was gekeerd. Na heerlijke jaren van nietsdoen, doorgebracht met het ondoordringbaar houden van die grens van prikkeldraad, waren het nu de douanebeambten die zweetten.

Net zo snel als ze hebben leren reizen, hebben de Tsjechen geleerd om toeristische reizen aan de man te brengen. In 1990 telde Tsjechië 6.000 reisbureau’s. Er zijn er maar liefst 5.000 bijgekomen in de loop van de jaren '90. Net na de Revolutie was er een eerste golf van reizen, die je grofweg kan onderverdelen in twee types. De eerste was in de stijl van ” "Europa in vier dagen”. We wilden, in een zo kort mogelijke tijd, alles te weten komen van wat we de afgelopen vijftig jaar hadden gemist. ‘s Nachts werden we wakker van de stem van onze reisleider : ”We zijn nu in Zwitserland. Als u naar links kijkt, ziet u de lichten van de stad Sion [West-Zwitserland]”.

Het tweede type reis waren steden reizen per bus naar Venetië, Wenen, München of andere grote steden. De toeristen kregen zo de gelegenheid om overdag de Sint Etienne kathedraal in Wenen of het Sint Marco plein in Venetië van dichtbij te zien. Maar vaak namen ze niet eens de tijd om daar te stoppen. Hun echte doel waren de winkelcentra of markten met goedkope waar. In het ‘Shopping City Süd’ van Wenen, liepen ze rond, met wijd opengesperde ogen, ze duwden hun winkelwagentjes die ze twee uur later leeg terugzetten, en beantwoordden de vragende blikken van de verkoopsters met een schouderophalen. Je had er ook Mexiko Platz, waar je een pak koffie van drie kilo kon kopen en een Chinese telefoon met druktoetsen, blikjes frisdrank en wasmiddelen die niet alleen schoonwasten maar ook nog lekker roken !

Na de zomer van 1990 zijn we op ontdekkingsreis gegaan naar andere onbekende gebieden. Bulgarije was een van de favoriete bestemmingen van de Tsjechen, maar toen al begonnen de Italiaanse stad Bibione, de Costa Brava van Spanje en de Griekse kusten hun voorkeur te krijgen.

Een paar jaar later echter, zakte het enthousiasme van het begin in. In 1997 ging het reisbureau Travela [nvdr: een van eerste grote reisbureau’s in Tsjechië] failliet. De vakantieroes vermengde zich toen met de vraag of je wel thuis kon komen of dat je bleef vastzitten op het vliegveld. De altijd lachende Kroaten begonnen te klagen over die paté-vretende Tsjechen, en in Oostenrijkse winkels maakten de briefjes met ”Wij spreken Tsjechisch” plaats voor andere, minder gastvrije : ”Tsjechen, niet stelen !”.

Gelukkig zijn de low-cost luchtvaartmaatschappijen ons te hulp geschoten, waardoor we ons vakantiebudget snel hebben kunnen verlagen. We zijn er ook achter gekomen dat de prijs van brood bijna overal ter wereld hetzelfde is, en dat verse groenten beter smaken dan soep uit een zakje. Reisbureau’s gaan nog wel eens failliet, maar omdat ze een verplichte verzekering hebben, lopen we minder risico dan eerst om onze vakantie verplicht met 14 dagen te moeten verlengen. Kortom, als we onze situatie van twintig jaar geleden met die van nu vergelijken, kunnen we zeggen dat reizen geen hachelijk avontuur meer is, tenzij we het zelf hebben opgezocht.