Hoelang kan een regering zo doorgaan? Vandaag de dag is Duitsland in Europa belangrijker dan ooit tevoren, terwijl zijn buitenlands beleid zwakker is dan ooit. De crisis van de buitenlandse politiek ondermijnt elke dag meer van wat ooit binnenlands beleid was. Het lot van deze regering wordt bepaald door één enkele vraag: of ze erin slaagt de positie van Duitsland in Europa opnieuw te definiëren. Of om het iets theatraler uit te drukken: zorgen dat Duitsers zich in Europa weer thuis voelen.

Bondskanselier Merkel moet echter haar huidige meerderheid vrezen om de euro te redden. Collega-minister Ursula von der Leyen maakt handig gebruik van Merkels strategische vacuüm om zich als eventuele opvolgster te presenteren: zij streeft naar de ‘Verenigde Staten van Europa’, een formule waar de liberale FDP en de conservatieve CSU helaas absoluut niets voor voelen.

Uitgerekend in een periode waarin het buitenlands beleid van vitaal belang is, heeft Duitsland een minister van buitenlandse zaken die door niemand meer serieus wordt genomen. Guido Westerwelle (FDP) deed vergeefse pogingen om de val van Khadaffi toe te schrijven aan de Duitse sancties, waardoor pijnlijk duidelijk bleek hoe stuurloos de Duitse politiek is.

Podium van de Duitse identiteitscrisis

Niet alleen minister Westerwelle, maar het Duitse buitenlandse beleid in zijn geheel heeft voorwaardelijk gekregen. Europa kan niet worden gered tegen de wil van de Duitsers maar ook niet zonder hen. Duitsland wordt geconfronteerd met een vraagstuk dat in essentie te vergelijken valt met de herbewapening, de band met het Westen of het beleid voor Oost-Europa: hoe ziet de toekomst van het land er binnen Europa uit? Het Europees beleid, ooit het domein van technocraten, is inmiddels uitgegroeid tot podium van de Duitse identiteitscrisis. De oude doctrine dat Duitsland te klein is voor de hegemonie in Europa en te groot voor het evenwicht lijkt dus achterhaald.

De vertrouwde deal, waarbij Duitsland de economische macht had en Frankrijk het politieke zwaargewicht vormde, functioneert niet meer. Vroeger was Duitsland in staat macht te kopen. Tegenwoordig is het land ook in politiek opzicht in Europa een onmisbare macht. Europa kan niet worden gered tegen de wil van de Duitsers, maar ook niet zonder hen.

Tegenwoordig wordt meer Europa als bedreigend gezien

Destijds werd de euro onder Franse druk juist ingevoerd om een Duitse hegemonie in Europa te verhinderen. Ironisch genoeg werd de euro de basis van een Duitse overheersing. Duitsers zijn de winnaars in Europa en toch voelen velen van hen zich verraden door datzelfde Europa. De euro heeft ervoor gezorgd dat Duitsland een angstige hegemoon in Europa is geworden. Duitsers vrezen Europa en Europeanen vrezen de macht van Duitsland.

En net op het moment dat Duitsers zichzelf niet langer als model-Europeanen beginnen te beschouwen, maar als slachtoffer, moeten ze de EU hervormen. Ooit stond Europa zelf voor iets. Tegenwoordig geloven velen echter dat ‘meer Europa’ een bedreiging vormt voor waarden en welvaart.

Gedreven door de markten bouwt Angela Merkel heimelijk verder aan het nieuwe Europa. Officieel strijdt ze voor het doorvoeren van de Duitse stabiliteitscultuur, maar termen als economisch bestuur, Europese ministers van Financiën, euro-obligaties en nu zelfs de Verenigde Staten van Europa zijn door haar beleid langzamerhand opgeklommen tot zaken die mensen zich kunnen voorstellen.

Duitsland is begonnen met het naar eigen goeddunken aanpassen van Europa, terwijl het onder de radar bleef vliegen: Nicolas Sarkozy, ooit woordvoerder van de schuldenlanden, is nu voorstander van stabiliteit.

De tweede wezenlijke vraag is die van oorlog en vrede

De Duitse regering moet haar verstokte strategische ideeën loslaten en verantwoording afleggen over het feit dat ook de Duitse houding meer is veranderd dan de sprakeloosheid van de regering in Berlijn doet vermoeden. Naast de kwestie Europa blijft de tweede wezenlijke vraag die van oorlog en vrede.

Welke lessen kunnen worden getrokken uit de interventies van de afgelopen twee decennia in Bosnië, Afghanistan tot en met Libië toe? Zo snel mogelijk daar weg en nooit meer meedoen? De oorlog in Libië geeft aanleiding tot twijfel, ook al is het geen model voor oorlog. De Duitse ‘cultuur van terughoudendheid’ mag niet synoniem worden voor het zich tot elke prijs afzijdig houden vanwege nobele morele ideeën.

Tot slot is er ook nog een belangrijke Duitse kwestie, te weten Israël. Hoe gaat Duitsland reageren als de Palestijnen in september erkenning eisen van de Verenigde Naties? Kan Duitsland deze wens na de Arabische lente nog zomaar hooghartig/laatdunkend/smalend afwijzen? We moeten in Duitsland af van de vreselijke rituelen van de Midden-Oostendiplomatie zonder ons daarbij tegen Israël of de VS te keren.

Met zijn besluit in de kwestie Libië heeft Duitsland zich aan de kant van Rusland, China en India geschaard. Het heeft weliswaar behoefte aan nieuwe strategische partners, maar dat betekent nog niet dat we een neutraal beleid kunnen gaan voeren. We hebben heel Europa nodig om het tegen China te kunnen opnemen. Omgekeerd heeft Europa Duitsland nodig om mee te blijven tellen in de wereld.

Welk Europa wil Duitsland? Welk Duitsland heeft Europa nodig? De Duitse regering heeft alleen nog kans op enig succes als ze een antwoord weet te vinden op die vragen.