Nieuws Economische crisis

Crisis dwingt tot militaire samenwerking

De Europese militaire samenwerking blijft door tegenstrijdige nationale belangen steken in het embryonale stadium. Maar de crisis dwingt de staten tot samenwerking en tot een gemeenschappelijke inzet van defensiegeld en -infrastructuur.

Gepubliceerd op 12 augustus 2010 om 15:34
De Airbus A400M, een militair transportvliegtuig dat door verscheidene Europese landen is vervaardigd.

Defensie zal hard geraakt worden door de bezuinigingsgolf die Europa overspoelt. Duitsland mikt op een besparing op militaire uitgaven van 1 miljard euro in vier jaar en wil de dienstplicht afschaffen. Frankrijk wil 3,5 miljard besparen tussen nu en 2013. Het Verenigd Koninkrijk staat voor de taak een door de regering als pijnlijk omschreven bezuinigingsoperatie uit te voeren waarmee volgens de specialisten uit de sector bijna 10% van de begroting gemoeid is. Op het hele continent zien we hetzelfde gebeuren: defensie is een bezuinigingspost die sociaal gezien minder explosief is dan andere gebieden.

De grootste regeringen van Europa, die zich gedwongen zien de geldkraan dicht te draaien, beginnen nu te zoeken naar nieuwe samenwerkingsvormen waarmee ze hun middelen optimaal kunnen inzetten en de slagkracht van hun legers behouden blijft. Frankrijk en Duitsland hebben inmiddels een werkgroep opgericht om te onderzoeken "welke onderdelen wij gezamenlijk zouden kunnen inzetten en gebruiken" . Het doel hiervan is, zoals de Franse minister van Defensie, Hervé Morin in juli zei, om "ons budget zo efficiënt mogelijk in te zetten en op grote schaal te kunnen besparen". En ook Parijs en Londen hebben een bilaterale commissie in het leven geroepen. Na jaren van stilstand lijkt er nu wat te gaan gebeuren.

"De terughoudendheid is niet als bij toverslag verdwenen, maar ik denk dat deze situatie bijdraagt aan het concretiseren van de vooruitgang op middellange termijn, over een periode van een aantal jaar", zegt Nick Witney, voormalig directeur van het Europees Defensieagentschap.

Veel samenwerking in de achterhoede

De grootste motivatie van de regeringen is het voorkomen van geldverspilling door het aanhouden van een dubbele infrastructuur en uitrusting. Natuurlijk willen de leiders de volledige controle houden over de middelen die zij aan het front inzetten. Maar in de achterhoede is er meer dan voldoende ruimte voor samenwerking.

Witney vat dat als volgt samen: "Over het algemeen is men van mening dat hoe dichter je bij het front komt, hoe gecompliceerder de dingen worden. Ik ben zelf sceptisch over de ontwikkeling van internationale legereenheden. Maar er zijn ook sectoren waar meer samenwerking wél politiek aanvaardbaar is, bijvoorbeeld op het gebied van onderzoek en ontwikkeling of militaire infrastructuur. De landen zijn tenslotte niet verplicht eigen middelen in te zetten voor het onderhoud en de reparatie van apparatuur die elders ook wordt gebruikt. En dat geldt ook voor het testen en beoordelen van wapens, munitie en explosieven, voor de windtunnels die gebruikt worden bij de ontwikkeling van vliegtuigen en voor de dokken waarin schepen worden getest."

Sommige bilaterale betrekkingen kunnen nog verder gaan. Zo stelt Witney dat "er een grotere mate van samenwerking mogelijk is tussen Frankrijk en Engeland. De rechtervleugel van de Conservatieven die in Londen aan de macht zijn, is zeer sceptisch over de defensiepolitiek van de EU en zou alles het liefst via de NAVO laten lopen. Maar zelfs zij zijn bereid de samenwerking met Frankrijk te intensiveren omdat zij van mening zijn dat het land bereid is te betalen en te vechten."

Bescherming van de nationale industrie remt samenwerking

Als het delen van gevechtsvliegtuigen ondenkbaar is, kan er altijd nog gemeenschappelijk gebruik worden gemaakt van infrastructuur, ontwikkelingscentra, onderhoud en training en zelfs transportmiddelen. "Meerdere onderzoeken tonen aan dat samenwerking besparingen mogelijk maakt", geeft Elisabeth Sköns aan, verantwoordelijk voor het programma Militaire uitgaven bij het Internationaal Instituut voor vredesonderzoek van Stockholm (SIPRI). "De vertraging is vooral het gevolg van de bescherming van de nationale industriële en technologische bases en van uiteenlopend defensiebeleid. Die problemen zijn er nog steeds, maar ze wegen minder zwaar nu de EU voor steeds meer harmonisatie zorgt."

De begrotingsteerling is geworpen en Europa zal moeten besluiten hoe ze haar slinkende militaire middelen zo optimaal mogelijk kan inzetten. Frankrijk, Engeland, Duitsland, Italië en Spanje, de vijf grootste Europese machten, waarvan het gezamenlijke bbp net iets onder dat van de Verenigde Staten ligt, trokken in 2009 165 miljard euro uit voor militaire uitgaven, drie keer minder dan de Verenigde Staten. In hetzelfde jaar verhoogde China zijn defensiebudget met 217% en India met 67%. Als we de gemiddelde budgetstijging voor de vijf grote Europese landen bekijken, komen we op slechts 10%.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp