Crowdfunding, het bankieren van de toekomst

Nu bankleningen door de kredietcrisis schaars zijn geworden, wordt de leemte gevuld door leningen zonder financiële tussenpersonen. Het zorgt voor de financiering van kleine bedrijfjes en betere rendementen voor beleggers. Een revolutionair fenomeen waar het bedrijfsleven in Estland wel bij vaart.

Gepubliceerd op 8 februari 2013 om 12:21

Ik ben leningen gaan verstrekken aan volslagen vreemden – een heleboel zelfs. Ik ben niet gek, rijk of filantropisch. Het gaat om kleine bedragen. De garanties zijn in orde. Tot nu toe lossen de debiteuren hun leningen keurig af en houd ik er een leuke winst aan over. Nog leuker is dat ik het gevoel heb deel uit te maken van een revolutie die het westerse kapitalisme kan redden. En het gebeurt allemaal in Estland.
Het bankwezen is de zwakste plek van de economie. Het biedt karige, met allerlei vergoedingen overladen spaarproducten en veel te dure kredieten met nare, verborgen kosten. Tussenpersonen boeken kolossale winsten, vooral als zij hebzuchtig en roekeloos zijn. Als de zaken een verkeerde wending nemen, zoals onvermijdelijk gebeurt, krijgt de belastingbetaler de rekening gepresenteerd. Afgezien daarvan functioneert het overigens prima.

Alternatieven zijn dus welkom, zoals ‘peer-to-peer’-systemen, die kapitaalbehoeftigen en degenen die geld over hebben rechtstreeks met elkaar in contact brengen (er wordt aan verdiend door een vergoeding voor deze dienst te vragen). Zopa, een Britse ‘peer-to-peer’-firma, heeft sinds de start in 2005 al 260 miljoen pond (310 miljoen euro) uitgeleend.
Isepankur (wat ‘zelf-bankier’ betekent en klinkt als ‘easy-banker’) is een interessantere optie, omdat de firma kredieten ter beschikking stelt in landen waar het banksysteem minder ontwikkeld is. Esten (zelfs degenen wier kredietwaardigheid in orde is) betalen doorgaans een rente van 50 procent op niet-verzekerde leningen. Isepankur geeft mij en andere buitenstaanders de kans hen geld te lenen tegen een veel lagere rente – 28 procent is de norm.
Dat is heel lucratief: de beste spaarrente die ik bij een Britse bank kan krijgen, bedraagt nog geen 3 procent (en de helft van die magere opbrengst gaat naar de belastingdienst).

Een lening van 2.600 euro tegen 12% rente

Isepankur opende eind vorig jaar ook zijn deuren voor beleggers van buiten Estland. Ik begon met een inleg van een paar honderd euro – en kreeg onmiddellijk een telefoontje van de directeur. Dat was een indrukwekkend staaltje van klantenbinding. (Ik heb sindsdien geholpen het Engels op de website wat te verbeteren).
De potentiële debiteuren moeten de crediteuren van hun kredietwaardigheid overtuigen. ‘Tanelvakker’ is bijvoorbeeld een telefoontechnicus die zijn flat wil renoveren. Hij wilde 2.600 euro lenen, voor 36 maanden, tegen een rente van 12 procent. Hij is alleenstaand en verdient 2.500 euro per maand. Hij zou maandelijks 86 euro moeten aflossen. Ik keek naar zijn overige uitgaven (hypotheek, betalingen voor zijn lease-auto en een creditcard) en kwam tot de conclusie dat hij zich dat makkelijk zou kunnen veroorloven. Dus leende ik hem 10 euro, en tientallen anderen deden hetzelfde. Hij maakt nu iedere maand een vast bedrag over aan Isepankur, dat het geld tussen ons verdeelt. Als hij in gebreke blijft, verkoopt Isepankur de lening aan een incassobureau.

De concurrentie houdt de leenkosten laag. Naarmate de risico’s afnemen, betaal je minder. ‘Akiraam’ (een secretaresse met een salaris van 600 euro per maand) had 200 euro nodig om een cursus Fins te kunnen betalen. Ze was bereid om een rente af te dragen van 28 procent, maar hoefde uiteindelijk slechts 12 procent te betalen, omdat de crediteuren voor haar in de rij stonden. Twijfelachtige debiteuren hebben het moeilijk, of moeten meer betalen: de crediteuren kunnen hen online vragen stellen. Als ze ontoereikende antwoorden geven of helemaal niet antwoorden, gaat dat ten koste van hun geloofwaardigheid.

Gemiddeld netto-rendement is 17%

Sommige debiteuren blijven inderdaad in gebreke: gemiddeld zo’n 3 procent, aldus Isepankur. Maar de rente die de succesvolle debiteuren betalen, maakt dit ruimschoots goed. Tot nu toe laten de aflossingen op drie van mijn leningen te wensen over – maar dat wordt gecompenseerd door het geld dat ik aan de goede leningen overhoud.
Mijn gemiddelde netto-rendement (net als dat van de meeste Isepankur-crediteuren) is ongeveer 17 procent. Ik heb tot nu toe 1.570 euro geleend aan een stuk of vijftig debiteuren, in coupures van 5 tot 25 euro. Ik heb 60 euro teruggekregen als aflossing op de hoofdsom en 24 euro aan rente. Ik heb ook 6 eurocent aan ‘boetes’ moeten betalen (mijn aandeel in een kleine boete voor een debiteur genaamd ‘Lillekas’, die een paar dagen te laat was).
De kosten van Isepankur zijn laag: ze bestaan vooral uit de kosten voor het in de lucht houden van de website en de reclamekosten. Het is nog een klein bedrijf. Misschien is het té nieuw en té afwijkend. Maar ik kan me herinneren dat ze dat ook ooit zeiden over een andere nieuwe dienst uit Estland: Skype.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp